Home

Doorrekening coalitie­akkoord: koopkracht doorsnee Nederlander daalt, ‘vrijheids­bijdrage’ grootste boosdoener

Het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten leidt tot een lichte daling van de koopkracht door lastenverzwaringen. Mensen met een laag inkomen voelen de gevolgen zwaarder dan rijke Nederlanders. Ook de inkomenszekerheid neemt af door bezuinigingen op uitkeringen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.

De plannen van de beoogde coalitiepartijen D66, VVD en CDA veroorzaakten bij de presentatie van het coalitieakkoord drie weken geleden al flink wat beroering. Belangengroepen, vakbonden en oppositiepartijen vreesden hogere lasten voor Nederlanders. Vooral aan de onderkant van de samenleving werden klappen verwacht.

Dat beeld wordt in grote lijnen bevestigd door de doorrekening van het coalitieakkoord die het Centraal Planbureau (CPB) vrijdag heeft gepresenteerd. Zonder de maatregelen van het coalitieakkoord zou de koopkracht van de doorsnee Nederlander tussen 2027 en 2030 met gemiddeld 0,6 procent stijgen. Maar daar blijft slechts 0,2 procent van over als het effect van de plannen wordt meegenomen: een koopkrachtdaling van gemiddeld 0,4 procent.

De cijfers komen wel met een flinke disclaimer: de kans is groot dat veel plannen niet (geheel) tot wasdom komen omdat het minderheidskabinet voor elk plan los steun moet vergaren. Uit de reacties van de oppositie op de doorrekening bleek meteen hoe lastig dat in de praktijk wordt. Jesse Klaver, leider van grootste oppositiepartij GroenLinks-PvdA, noemde de maatregelen vrijdag ‘niet eerlijk’. ‘Wij nemen de verantwoordelijkheid om deze plannen aan te passen.’

Vrijheidsbijdrage grootste boosdoener

De grootste boosdoener van de verslechtering is volgens het Planbureau de zogenoemde vrijheidsbijdrage. Om burgers mee te laten betalen aan de versterking van het Nederlandse leger, ziet het aanstaande kabinet af van een deel van de jaarlijkse inflatiecorrectie voor de belastingschijven. In de praktijk betekent het een belastingverhoging.

Die lastenverzwaring wordt volgens het CPB door iedereen gevoeld. Ook de verhoging van het eigen risico van de zorgverzekering naar 520 euro in 2030 heeft een negatief effect op de portemonnee. Nu is dat bedrag nog 385 euro.

De koopkracht daalt dus over de breedte, maar lagere inkomens gaan er door het coalitieakkoord meer op achteruit dan hogere. Bij ongewijzigd beleid was de groep laagste inkomens er gemiddeld met 0,5 procent op vooruitgegaan, maar het CPB berekent dat die stijging door de kabinetsplannen geheel teniet wordt gedaan. Dat terwijl de hoogste inkomensgroep ook met de kabinetsplannen nog wel een plus van 0,3 procent ziet.

Dat lagere inkomens harder geraakt worden, komt deels doordat zij meer nadeel ondervinden aan het hogere eigen risico. Over het algemeen hebben lagere inkomens hogere zorgkosten. Ze zijn het bedrag dus vaker volledig kwijt.

Lagere inkomens hebben er bovendien weinig aan dat de zorgpremie daalt als gevolg van het hogere eigen risico. Dat komt doordat een lagere zorgpremie automatisch leidt tot een lagere zorgtoeslag, die weer vooral bij lagere inkomens terechtkomt.

Het verschil tussen hoge en lage inkomens komt ook door de invulling van de nieuwe kindregeling. Het kabinet wil de kinderbijslag en het kindgebonden budget samenvoegen. De nieuwe regeling krijgt een hoger vast bedrag, het inkomensafhankelijke deel wordt lager. Daar profiteren volgens het CPB hogere inkomens meer van dan lagere. Zij hebben relatief veel voordeel van het hogere vaste bedrag, dat het inkomensafhankelijke deel lager is raakt hen minder.

Negatieve gevolgen voor uitkeringsgerechtigden

Ook voor mensen die een uitkering krijgen, ziet het CPB negatieve gevolgen. De inkomenszekerheid onder die groep neemt af door bezuinigingen op de sociale zekerheid. Zo daalt de maximale duur van een werkloosheidsuitkering (WW) en wordt de opbouw van het recht op de uitkering flink vertraagd.

Het Planbureau voorziet een grotere inkomensterugval voor mensen die in de toekomst een WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvragen. Dat komt doordat de maximumuitkering per 2029 met zo’n 20 procent daalt, een maatregel die verstopt stond in de budgettaire bijlage van het regeerakkoord. De precieze gevolgen van dat plan voor de koopkracht zijn nog onduidelijk: vanwege gebrek aan data kon het CPB het negatieve effect maar voor een deel meenemen in de berekening.

Bij elkaar opgeteld vergroot het pakket van het nieuwe kabinet dus het verschil tussen lagere en hogere inkomens. Het vertaalt zich ook in de armoedecijfers. Bij ongewijzigd beleid zou het aandeel mensen in armoede in 2030 uitkomen op 2,5 procent, dat neemt door de plannen in het regeerakkoord toe tot 2,7 procent.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next