De vrijheidsbijdrage zegt meer over het huidige belastingsysteem en de relatie tussen burgers onderling dan over oorlog. Want er zit in feite een impliciete aanvaarding van de onbehoorlijkheid van de maatregel in de motivering besloten.
De vrijheidsbijdrage die via het CDA-verkiezingsprogramma het belastingsysteem insluipt, is een belastingmaatregel die absurd voorkomt, nu de invoering haaks staat op de uitgangspunten die belastingen in of voor oorlogstijd inspireren. Naar mijn mening is de gekozen route van een politieke motivering van vijandschap echter exemplarisch voor het huidige tijdsgewricht.
Henri Bontenbal gaf in oktober nog aan dat iedereen zou gaan meebetalen via een verhoging van de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de btw. Nu blijkt dat enkel de inkomstenbelasting daarvoor gebruikt gaat worden. De verdeling van de lasten tussen mensen en bedrijven wordt hiermee op zijn kop gezet, maar daarnaast blijkt de maatregel ook nog eens degressief van aard, wat wil zeggen dat mensen met een lager inkomen relatief meer bijdragen.
Vakbond FNV becijferde voor EenVandaag het ongemak door inzichtelijk te maken dat iemand met een bruto jaarinkomen van 50.000 euro meer vrijheidsbijdrage moet betalen dan iemand met een bruto jaarinkomen van 150.000 euro. De gebruikte techniek is een beperking van de indexering voor inflatie van de schijfgrenzen en heffingskortingen voor 2027 en 2028 – een onopvallende indirecte maatregel.
Over de auteur
Sam van der Vlugt is universitair docent Belastingrecht aan de Erasmus Universiteit.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Als we kijken naar vrijheidsbijdragen, en in bredere zin oorlogsbelastingen, zijn deze historisch gestoeld op voorwaarden van solidariteit en overwegend progressief van aard. Ze worden doorgaans ingevoerd ten tijde van oorlog, maar preventieve maatregelen zijn niet ongebruikelijk, zoals in Estland en Litouwen valt te zien. Het idee van de bijdrage voor veiligheid moet men zien als een soort verzekeringspolis.
Echter, u en ik weten heel goed: hoe duurder hetgeen men wil verzekeren, hoe hoger de premie zal zijn. Ditzelfde mechanisme ligt doorgaans ten grondslag aan de crisisheffingen in tijden van oorlog. Dus, in tegenstelling tot wat het huidige kabinet doet, hieven bijvoorbeeld de Verenigde Staten in 1944 en 1945 inkomstenbelasting van 94 procent op inkomens boven de 200.000 dollar om de oorlogskas te spekken. Zes jaar later werd deze maatregel vrijwel ongewijzigd opnieuw ingevoerd tijdens de Koreaoorlog.
In feite legitimeert de heffing dus behoud van de sociale positie (degene die meer verdient, heeft meer te verliezen). De route die door het (aanstaande) kabinet is gekozen, zet die logica op zijn kop.
Een tweede, meer lugubere, historische motivering voor een hogere financiële bijdrage van de elites lag in het gegeven dat zij veelal van het slagveld wegbleven. In feite werd de oorlogsparticipatie dus afgekocht, vaak onder de noemer van het draaiende houden van de oorlogseconomie, die paradoxaal genoeg vaak meer behoefte had aan arbeiders dan aan directeurs, artsen en professoren.
Met enige ironie kan men zich afvragen of de recente interesse van de koninklijke familie voor militaire training een eerste erkenning is dat de rollen tegenwoordig omgedraaid zijn. En of de Oranjes anticiperen op het feit dat de groep die men doorgaans in de loopgraven zou verwachten, er nu van uitgaat dat zij die verplichting afkoopt middels hogere inkomstenbelastingen.
Belastingheffing waarbij het doel is om een (toekomstige) vijand buiten de deur te houden, verdeelt de wereld in vrienden en vijanden. De vijand staat bij heffing van een vrijheidsbijdrage eigenlijk buiten de binnenlandse politieke arena. De motivering is simpel: niemand houdt van belastingen betalen, maar de acute noodzaak vraagt er nu gewoon even om. De maatregel daalt echter wel degelijk neer in het bestaande systeem van heffingswetten.
De minder bedeelde belastingbetaler wordt gevraagd die regels even te vergeten voor het hogere doel van de vrijheid, met de legitimering gericht op die vijand van buitenaf die de vrijheid zou bedreigen. Een dergelijke motivering voor een regressieve belastingmaatregel wijst al het pijnpunt aan: het gewone systeem is eigenlijk niet in staat zo’n maatregel moreel te dragen.
Waarom is deze politieke trapeze-act dan exemplarisch voor deze tijd? De vrijheidsbijdrage zegt meer over het huidige belastingsysteem en de relatie tussen burgers onderling dan over oorlog. Want er zit in feite een impliciete aanvaarding van de onbehoorlijkheid van de maatregel in de motivering besloten.
De noodzaak van het inroepen van een externe vijand ter legitimering van een belastingwet, terwijl er al een geheel regulier systeem bestaat voor de financiering van overheidsuitgaven, laat namelijk zien dat het zonder bombast opnemen van een regressieve maatregel niet strookt met wat men zou verwachten van een vrijheidsbijdrage, gebaseerd op solidariteit.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant