Home

In de tentoonstelling ‘Birds’ in het Mauritshuis speelt gastconservator Simon Schama op hoog niveau

De tentoonstelling is soms fladderig, maar fijn fladderig. Je wordt heen en weer geslingerd door tijden en culturen, van Carel Fabritius tot Tracey Emin.

schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.

Dat het bijzonderste voorwerp en het vreemdste – het állervreemdste dat ik in lange tijd in een museum zag – vrijwel naast elkaar liggen in de nieuwe tentoonstelling Birds in het Mauritshuis in Den Haag, zegt een hoop over de ambities van de samenstellers. Beide voorwerpen gaan over vogels. Dat is het dan ook.

Het bijzonderste voorwerp: het 11de-eeuwse prekenboek waarin vermoedelijk de eerste zin in – een versie van – de Nederlandse taal is geschreven: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu, wat unbidan we nu?’ Het werd in een Engels klooster opgeschreven. Misschien om de ganzenveer te oefenen, misschien om te klooien, of omdat de schrijver verliefd was: alle vogels zijn gaan nestelen, behalve ik en jij, waar wachten we op? Heerlijk, zo iets van grote historische waarde dat toch soort van per ongeluk is ontstaan.

Dan die vreemdste, wees gewaarschuwd: een afgekloven reigerpoot. In 2018 gevonden in het Haagse Bos, waar de blauwe reiger op een ijskoude zondagmiddag door een dakloze man werd geroosterd en opgegeten. Open vuur mag niet, en een beschermde vogel eten ook niet. De afgekloven pootjes werden uit de vuilnisbak gevist door medewerkers van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam en staan daar nu in de collectie geregistreerd onder de eerbiedwaardige Haagse titel Kluifrègâh.

Loop een rondje door de tentoonstelling en je krijgt precies die indruk: je wordt heen en weer geslingerd door tijden en culturen, als een spreeuw in een murmuratie op een heldere winteravond. Hierheen? Nee, daar, naar links! Zie de mummie van een valk uit de 4de eeuw voor Christus naast een 13de-eeuwse tegel uit Kashan (Iran) met de geluksvogel Huma, zonder poten omdat ie altijd beweegt.

Naar rechts! Waar Albert Cuyps wonderlijke portret hangt van de eend Sijctghen, een beroemdheid in de 17de eeuw, tegenover het ontroerende beeldje You Saved Me (2014) van Tracey Emin, van een vogel in vlucht die een kind op de rug draagt. Het geeft een hoop neverendingstorygevoel.

Je hoofd en je lijf pendelen, duikelen en duizelen soms. Maar het is één grote zaal, die strak gehouden wordt door twee uitersten aan begin en eind: Carel Fabritius’ magistrale kleine Puttertje (1654) bij de ingang, en Constantin Brancusi’s kosmische bronzen beeld L’Oiseau dans l’espace (1932-40) aan het einde. Hier is iemand de kunstgeschiedenis te lijf gegaan als een jonge tiener een bak vol Legoblokjes. Alles kan ontstaan, zoals ik het wil.

Die iemand, dat is Simon Schama, de Engelse eregastconservator van Birds, die de tentoonstelling samenstelde met kunsthistoricus Adrienne Quarles van Ufford en museumdirecteur Martine Gosselink. Schama is historicus, televisiemaker, schrijver en vooral een meesterverteller. Als Schama praat, ga je op in zijn woorden. Hij is scherp, geestig op een genereuze manier, ontspannen, en hij praat moeiteloos het ene kunstwerk aan het andere alsof ze altijd al voor elkaar bestonden.

De pers werd bij de opening verwend met zo’n verhaal. De museumbezoeker niet, en het is daarom te begrijpen als die zich wat verloren kan voelen te midden van deze hyperdiversiteit aan spullen (had ik al gezegd dat er ook een jurk van Iris van Herpen hangt?). Er wordt veel aangetikt: de vogel als symbool voor de ziel, als jaloersmakend wonder van de natuur dat zich vrij kan bewegen in de atmosfeer, de vogel als rode vlag voor de klimaatcatastrofe die gaande is. De vogel als pure schoonheid.

Het is fladderig, soms, maar fijn fladderig. Aanvullende consistentie kan worden gevonden in de catalogus. Anders dan de meeste tentoonstellingscatalogi staan daarin niet alleen goede stukken over de thema’s in de tentoonstelling, van de samenstellers, maar ook essays van geprezen schrijvers als Stefan Hertmans en Laura Cumming (auteur van de historische roman Donderslag over Carel Fabritius).

Ook voegde Schama een bloemlezing toe van literaire fragmenten en poëzie over vogels, van Edgar Allan Poes Raven en Bob Marleys Three Little Birds tot het fantastische fragment over spreeuwenmurmuraties uit Italo Calvino’s Palomar, waarin ‘honderden en nog eens honderden aparte lichamen (...) gezamenlijk één enkel object vormen, zoals een wolk of een rookpluim’, waar de hoofdpersoon zich in op voelt gaan.

Je kunt niet anders concluderen dan dat Schama hier aan het spelen is, op hoog niveau en met een diep bewustzijn van de door mensen versnelde vergankelijkheid van de natuur. Genieten, waarschuwen en reflecteren vloeien samen, zoals dat bij iemand die zo veel gezien en doorleefd heeft kan. En wij zijn uitgenodigd.

Mussen in de winter

Een gedicht uit de bloemlezing bij de tentoonstelling

Door Yang Wan-Li (1127-1206)

honderden mussen

verdringen elkaar ’s winters op de lege binnenplaats

ze maken zich dik in hun veren

hoog op de takken van de pruimenboom

ze zeggen wat een mooie avond het is

ze storen me met hun helse lawaai

plots vliegen ze verschrikt op in een zwerm

en de wereld is zo stil als de dood

Beeldende kunst

★★★★☆

Mauritshuis, Den Haag, t/m 7/6.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next