Home

Commerciële klinieken helpen patiënten sneller en goedkoper – dus waarom vinden ziekenhuizen ze dan ‘een bedreiging voor de zorg’?

Het aantal commerciële klinieken groeit hard in Nederland. Patiënten kunnen er sneller terecht en ze zijn goedkoper. Toch zijn die klinieken een existentiële bedreiging voor de zorg, vinden de traditionele ziekenhuizen. Hebben ze een punt?

is zorgverslaggever van de Volkskrant.

Huisarts Emily loopt met haar gezin door het centrum van Parijs als een allesverzengende pijnaanval haar vakantie verpest. Galstenen, alweer. Enige remedie: in foetushouding op bed en maar hopen dat de pijn niet dagen aanhoudt. Medisch onderlegd als ze is, weet ze: mijn galblaas moet eruit. En snel ook, als zo’n aanval onder werktijd komt opzetten, moet ze alle patiënten in haar wachtkamer naar huis sturen.

Emily (die vanwege herkenning door patiënten niet met haar echte naam in de krant wil) heeft al eens bij haar regionale ziekenhuis naar de operatiemogelijkheden gevraagd en was zich een ongeluk geschrokken. Minimaal een half jaar wachttijd, waarschijnlijker was een jaar.

Dat kan ze zich niet veroorloven, bedenkt ze in Parijs, en ze boekt ter plekke een operatie bij een zelfstandige kliniek.

Terug in Nederland ligt ze een week later ’s ochtends op de operatietafel en is ze ’s middags weer thuis. Afspraakinformatie via de app, filmpjes over de nazorg ook, operatie op de geplande tijd, geen spoedgevallen tussendoor.

Haar zorgverzekeraar betaalt – een lager bedrag, want klinieken zijn goedkoper dan ziekenhuizen –, haar ziekenhuis ziet de wachtlijst weer wat slinken, zijzelf is snel en goed geholpen, haar patiënten hoeven de wachtkamer niet uit en de kliniek verdient wat geld.

Je zou denken: iedereen profiteert, iedereen blij.

Maar in de zorg is zelden iets zo simpel als het lijkt. De strijd om de toekomst van dit soort klinieken laait deze weken ongekend hoog op.

In april opent Acibadem – onderdeel van een Maleisische ziekenhuisgrootmacht, met al twee gebouwen in Amsterdam, en de keten waar huisarts Emily werd geopereerd – een nieuwe vestiging in Rotterdam, in het oude, karakteristieke hoofdkantoor van Unilever.

Dat is een ‘alarmerende ontwikkeling’, schreef de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen begin december in een brandbrief. Er moet zelfs een ‘noodplan’ komen, aldus voorzitter Ad Melkert, want de wildgroei aan dit soort klinieken gaat gepaard ‘met ingrijpende gevolgen voor de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg in Nederland’.

Maar klopt dit wel? Of is het een ouderwets staaltje powerplay van de ziekenhuislobby, om maar niet aan macht en invloed te hoeven inboeten?

Drie bezwaren van de gevestigde ziekenhuizen gewogen.

Bezwaar 1:
de klinieken kiezen alleen voor de makkelijke patiënten

‘Concurrentie’ was het toverwoord dat gepaard ging met de invoering van het huidige zorgstelsel in 2006. Laat je commerciële prikkels los op de zorg, dan komen innovatie, klantvriendelijkheid en hogere kwaliteit van zorg vanzelf.

En inderdaad: ondernemende medisch specialisten betraden al snel de zorgmarkt en openden gespecialiseerde klinieken. In zorgjargon: zbc’s, zelfstandige behandelcentra. Geen ziekenhuiskolossen waarin je bijkans kunt verdwalen, maar kleine omgebouwde kantoorpanden waar je voor één aandoening naar binnen gaat, en zonder die aandoening dezelfde dag weer naar buiten loopt.

Staaroperaties, een nieuwe heup, prostaatproblemen, dat soort werk. Met een kopje koffie in de wachtkamer bovendien, een handige app voor informatie en contact, en altijd plek binnen twee weken.

Inmiddels behandelen de zbc’s jaarlijks ongeveer 1,3 miljoen patiënten, zegt Hanneke Klopper, bestuurder van een rug-kliniek en voorzitter van ZKN, de branchevereniging van zelfstandige behandelcentra in Nederland. ‘Wij doen een kwart van alle planbare medisch-specialistische zorg. Daarmee spelen we een essentiële rol in de toegankelijkheid van de zorg.’

Een rol waar zorgverzekeraars dol op zijn. De verzekeraars hebben zorgplicht voor hun klanten, zij moeten garanderen dat patiënten bijtijds een passende behandeling krijgen. De ziekenhuizen alleen kunnen dat nooit voor iedereen voor elkaar krijgen, de klinieken zijn daarvoor onontbeerlijk.

Ze zijn ook nog eens goedkoper. Doordat zbc’s zich zo focussen, kunnen zij hun ‘zorgpaden’ efficiënt inrichten. Maar dat komt ook doordat zbc’s geen in­ten­sive care of Spoed­ei­sen­de Hulp (SEH) in de lucht hoeven houden, en dat zij dus ook geen ingewikkelde patiënten helpen bij wie er kans is dat er tijdens de ingreep iets misgaat.

Het is, zegt Hans van Goudoever, bestuursvoorzitter van AmsterdamUMC, nogal makkelijk om efficiënt te zijn ‘als je 75 procent van de tijd niet open bent voor patiënten’. ‘Krijg je op zaterdag een probleem van de operatie die je op vrijdag in een kliniek hebt ondergaan, dan kom je toch echt op de Spoedeisende Hulp van een regulier ziekenhuis terecht.’

En die Spoed­ei­sen­de Hulp, die betalen de ziekenhuizen van het geld dat ze verdienen op de relatief makkelijke patiënten. ‘Pluk je die uit het stelsel, terwijl ziekenhuizen wel hun ingewikkelde zorg 24/7 in de lucht moeten houden, dan hol je het stelsel van binnenuit uit.’

Het punt is wel: deze ontwikkeling hadden de ziekenhuizen al lang en breed kunnen zien aankomen.

‘Ziekenhuizen zijn eigenlijk verouderde structuren’, zegt Aad de Groot, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar DSW. ‘De reflex is dan om vernieuwing weg te duwen. Mijn frustratie zit ’m erin dat ik al acht jaar geleden ziekenhuizen probeerde te bewegen om zelf ook te veranderen. Naar een rompziekenhuis voor de ingewikkelde zorg, met satellietklinieken daaromheen. Pas nu het te laat is, zie je dat ze die beweging maken.’

Ziekenhuizen hebben heus argumenten die hout snijden, zegt Marco Varkevisser, hoogleraar marktordening in de gezondheidszorg bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. En ja, cherrypicking is er daar één van. ‘Maar de oplossing is niet, zoals de ziekenhuizen willen, het behoud van de status quo en de zbc’s naar de zijkant van het stelsel dirigeren.’

De grote onderliggende vraag is namelijk: als ziekenhuizen zo veel eenvoudige patiënten nodig hebben om al hun ic’s en SEH’en open te houden, heb je dan wel op zo veel plekken van die ziekenhuiskolossen nodig? Varkevisser: ‘We moeten loskomen van het beeld dat een ziekenhuis niet volwaardig is als je geen 24/7-SEH of -ic meer hebt. Dus ja, we hebben genoeg ziekenhuizen nodig waar je voor alle acute en complexe zorg terechtkunt. Maar andere ziekenhuizen zullen zich moeten gaan richten op eenvoudigere planbare zorg en dus meer moeten gaan lijken op een zelfstandig behandelcentrum.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Bezwaar 2:
geld verdienen gaat boven goede zorg

De grootste zorgen van de ziekenhuizen en de verzekeraars liggen bij de ongecontracteerde klinieken, verantwoordelijk voor een half procent van het Nederlandse zorgbudget. Zij maken geen afspraak met de zorgverzekeraars over tarieven of hoe zij de zorg inrichten, maar hun patiënten kunnen volgens de huidige zorgwetten de rekening wel deels indienen bij de zorgverzekeraar. De verzekerden krijgen ongeveer 70 procent van de rekening vergoed (de exacte vergoeding hangt af van hoeveel de zorgverzekeraar de gecontracteerde klinieken betaalt), waarna de kliniek de rest van de rekening doorgaans kwijtscheldt. En dan nog maakt de kliniek winst.

Deze ongecontracteerde zorg is nauwelijks te beteugelen. D66, CDA en VVD schrijven in het coalitieakkoord dat ze de vergoeding voor deze zorg willen afschaffen. Dat zal betekenen, zegt hoogleraar Varkevisser, ‘dat zorgverzekeraars een grotere rol krijgen. Ze zullen afspraken moeten maken met nieuwkomers, maar ook hardere eisen moeten stellen aan de huidige ziekenhuizen.’

In de regio Amsterdam is de omzet van de klinieken zonder contract de afgelopen vier jaar met 70 procent gegroeid, zegt AmsterdamUMC-bestuurder Van Goudoever. Bij klinieken met een contract gaat het om een stijging van 45 procent. De begroting van ‘gewone’ ziekenhuizen groeiden met 15 procent – door de inflatie en de compensatie van de hogere lonen voor het zorgpersoneel.

Daar heeft Van Goudoever twee grote problemen mee. Eén: ‘Zelfstandige behandelcentra behalen winstpercentages van 10 tot 20 procent, terwijl een ziekenhuis als het onze een marge draait van 1 procent. Een groot deel van de zelfstandige behandelcentra is daarbij ook nog eens in buitenlandse handen. Dat geld lekt dus weg uit de zorg.’

Voorzitter Klopper van de branchevereniging van klinieken is het niet eens met die zienswijze. Juist onder druk van de zbc’s zijn de behandelingen in de ziekenhuizen ook veel goedkoper geworden. Vraag maar eens bij de zorgverzekeraars naar de prijzen van de operaties voor staar, heupen en liesbreuken. Dus, zo luidt haar retorische vraag: ‘Als ziekenhuizen zo veel meer geld nodig hebben om dezelfde behandeling van dezelfde kwaliteit te leveren, is het dan beter als het zorggeld in inefficiëntie verdwijnt?’

En twee: ‘Als je rugklachten hebt, dan schrijft de richtlijn voor dat we een half jaar wachten met ingrijpen, omdat de helft van de klachten vanzelf verdwijnt. Maar denk jij dat een kliniek die draait om winst een half jaar gaat wachten? Daar kun je volgende week voor de operatie terecht. Patiënt ontzettend blij, maar maatschappelijk gezien een verlies, als we met elkaar afspreken dat we juist terughoudender moeten zijn.’

Koray Yürük was ooit arts-assistent op de kinderafdeling waarvan Van Goudoever het hoofd was, hij besloot al snel dat hij de zorg anders wilde organiseren. Opgeleid in Turkije, en met zijn ervaring uit Nederland, wilde hij een ziekenhuis bouwen waar veel specialismen met elkaar samenwerken. Een ziekenhuis met kunst aan de muren, en waar een patiënt zich snel en goed geholpen weet. Een ‘zbc+’ noemt hij het: een kliniek voor planbare zorg, maar dan voor zoveel mogelijk disciplines.

Hij overtuigde het van oorsprong Turkse zorgbedrijf Acibadem, inmiddels onderdeel van een Maleisische moedermaatschappij, ervan zoiets in Nederland op te zetten. Klandizie genoeg, bleek al snel. De Amsterdamse vestiging groeide in vijf jaar tijd van drieduizend naar meer dan 10 duizend vierkante meter. En van 50 medewerkers naar 300.

En ja, zegt Yürük, hij begrijpt de kritiek die in de brandbrief van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NvZ) staat en die van zijn vroegere baas volkomen. ‘Ik sta aan de kant van de ziekenhuizen, zij zijn essentieel voor Nederland en moeten daarom ondersteund worden.’

En nee, hij is heus niet geïrriteerd dat de NvZ juist naar Acibadem wijst als een uitwas met een ‘op productie en winst gericht verdienmodel, inclusief agressieve mediareclame’, die ‘frontaal botst met het principe van passende zorg’. Yürük: ‘Maar je moet wel goed onderzoek doen voor je iets zegt. Wij zijn volledig transparant, met één druk op de knop kun je ons jaarverslag downloaden.’

Ook het verwijt van operaties uitvoeren terwijl die misschien helemaal niet nodig zijn, begrijpt Yürük niet. ‘Wij worden hier geaudit door beroepsverenigingen, de Inspectie Gezondheidszorg en controlerende instanties. Wij kunnen echt niet zomaar iedereen opereren, wij moeten veel rapporten inleveren.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Bezwaar 3:
ziekenhuizen leiden zorgverleners op, zbc’s kapen ze vervolgens weg

Op zijn vacatures krijgt hij nauwelijks reacties, iedereen die wil komen werken, mag komen werken, en er staan vijfduizend patiënten op de wachtlijst die hij maar niet geholpen krijgt. Zie daar de personele problemen van ziekenhuisbestuurder Van Goudoever.

De werkdruk is hoog, de patiënten worden alsmaar ingewikkelder (zeker als de zbc’s alle ‘makkelijkere’ patiënten overnemen) en verpleegkundigen moeten steeds vaker in de nacht en in het weekeinde werken omdat collega’s vertrekken. ‘En dan schieten er klinieken die leuk werk bieden als paddenstoelen uit de grond, met een misschien wel beter salaris, waarbij je nooit in het weekeinde hoeft te werken, en ook niet met Kerst of tijdens het Suikerfeest. Logisch dat mensen overstappen.’ Hoeveel dat er zijn, kan hij niet zeggen. In klinieken werken ongeveer 12 duizend mensen, in de (universitaire) ziekenhuizen 338 duizend.

Daarbij: alle zbc’s zouden moeten meehelpen aan het opleiden van personeel, slechts enkele doen dat. ‘Anders hebben we over tien jaar geen artsen meer die een simpele staaroperatie kunnen doen’, aldus Van Goudoever.

Het is een opmerkelijke oproep – opleidingsziekenhuizen verdedigen hun opleidingsplekken doorgaans met hand en tand, omdat het ze aantrekkelijk maakt voor jonge artsen, en ze er een zak geld voor krijgen. Voorzitter Klopper van de zelfstandige klinieken: ‘Waar mogelijk leiden klinieken al op en we zouden meer willen doen. Wij hebben al zo vaak aangeboden om te helpen bij het opleiden van personeel, we willen niets liever.’

Dat personeel overstapt van ziekenhuizen naar klinieken heeft ZKN ook laten onderzoeken en wat blijkt: volgens pensioenfonds PFZW, dat zicht heeft op de wisseling van werkgever door werknemers, blijkt dat evenveel zorgmedewerkers het ziekenhuis voor de kliniek verruilen als andersom.

Zo zonde, zegt Klopper, dat iedereen maar bezig is om zijn eigen hekje op te hogen. ‘We moeten het samen doen, als we allemaal onze eigen kracht gaan gebruiken, kan er nog veel meer dan we nu doen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next