Home

China zal, als partner van Europa, zijn subsidies sterk moeten afbouwen

Overcapaciteit

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Halveer de subsidies aan de industrie. Dat is de boodschap die het Internationaal Monetair Fonds deze week gaf aan China. Dit directe advies is opmerkelijk, omdat door internationale organisaties doorgaans wat omfloerster wordt omgegaan met kritiek en aanbevelingen, zeker als die gericht zijn aan een opkomende supermacht.

Maar de noodzaak is dan ook groot. China besteedt op dit moment zo’n 4 procent van het bruto binnenlands product aan industriële subsidies. Om dat in perspectief te zetten: als Nederland dit zou doen, zou dat neerkomen op een kleine 45 miljard euro per jaar.

Het subsidiebeleid heeft in China zelf inmiddels geleid tot overproductie in sommige sectoren, met name in de zonne-energie en elektrische auto’s. Tal van nieuwe bedrijven ontstonden, en bestaande bedrijven innoveerden. Dat leidde tot hevige concurrentie, die ervoor heeft gezorgd dat er enorme vooruitgang is geboekt bij de kwaliteit van de producten die zij maken.

Maar tegelijkertijd zorgt het voor gezamenlijke overproductie en voor steeds verder dalende prijzen, die de winstgevendheid van veel van die bedrijven bedreigt. Deze dreigende ‘involutie’ – of zelf veroorzaakte krimp – van hele bedrijfstakken kan een gevaar worden voor economische stabiliteit.

De Chinese inflatie is al gevaarlijk laag, met name door de huizen- en kantorenmarkt, die na decennia van enorme groei en prijsstijgingen nu stagneert. Dalende prijzen van industriële producten zijn dan een extra risico. Wanneer prijzen structureel dalen, stellen consumenten hun aankopen uit, waardoor er een neerwaartse economische spiraal kan ontstaan.

Dat is een groot risico, en niet alleen voor China zelf. Een oplossing voor industriële overcapaciteit is om het groeiende overschot aan producten af te zetten in het buitenland. En dat tegen prijzen waar voor de exportmarkten zelf niet op te concurreren valt. Voor de buitenwereld is de link tussen de Chinese subsidies aan de industrie en het overspoelen van de wereldmarkt dan snel gelegd.

Europa heeft daar al zat ervaring mee, van elektrische auto’s tot zonnepanelen. Het gevaar bestaat dat de eigen industrie het te moeilijk krijgt, of in het geval van nieuwe producten niet kan opbloeien. In normale tijden kan dat, met mate, welkom zijn. Concurrentie van buitenaf houdt bedrijven scherp. Met name de Europese auto-industrie is lange tijd veel te traag geweest met het introduceren van concurrerende elektrische auto’s.

Nu ‘strategische autonomie’ een kernwaarde wordt van het Europese industriebeleid, neemt de tolerantie voor gesubsidieerde concurrentie uit China snel af. En het wijst Europa op een ongemakkelijke waarheid: de VS veranderen razendsnel van een betrouwbare partner naar een onberekenbare tegenstander. De door de regering-Trump verminderde toegang van China tot de Amerikaanse markt kan betekenen dat de vloed van Chinese producten naar Europa alleen maar groter wordt.

Ook daarom is het belangrijk dat de subsidies daar afnemen. China zou al lang in het stadium moeten zijn dat consumptie het stokje overneemt van productie als aanjager van economische groei en welvaart. Goed voor de Chinese burger, goed tegen de inflatie en voor een bestendige welvaartsgroei.

Europa zal in dit opzicht een zelfstandige positie moeten innemen tussen de VS en China. Want in de wereldeconomie van vandaag is de vijand van je vijand niet meteen je beste vriend.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

China

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next