Home

Een hypnotische roman over een hypochonder die verdwaalt op het internet

Giulia Caminito  De nieuwe, fantasierijke roman van deze Italiaanse schrijfster gaat over een man die afdaalt in het ‘konijnenhol’ van het internet waar hij zich verliest in obscure medische informatie. Toch blijf je als lezer aan zijn kant staan.

De dertigjarige man legt zichzelf uit aan zichzelf. De hele tijd. Zijn vriendin, ouders, en collega’s hebben het opgegeven, die luisteren allang niet meer naar hem. Vandaar dat hij eenzaam afdaalt in wat the rabbit hole wordt genoemd, het konijnenhol van internet, waar hij steeds dieper wegkruipt langs gangetjes vol obscure medische informatie en studies. Samen met de blogs van slachtoffers vormen ze een warme wolk informatie over zijn gezondheid en dragen ze bewijzen aan voor de complotten die de medische stand tegen hem smeedt. En nooit is het genoeg. „Zijn kwaal leidt een geheim leven, heeft zijn intrek genomen in zijn darmen, maar wil uitbreiden, nieuwe kamers betrekken, ze meubileren, gordijnen ophangen…”

Giulia Caminito: De symptomen.(Il male che non cè) Vert. Hilda Schraa. Cossee, 302 blz. €26,99

Loris heet hij en om hem draait de vierde roman van Giulia Caminito, schrijfster van het succesrijke, ook in NRC geprezen boek Antonia’s dochter. In deze nieuwe roman presenteert ze wat voorheen een ingebeelde zieke werd genoemd. Die kwalificatie is ongepast geraakt. Ingebeeld? Hoezo? Kijk op internet en je vindt de feiten. Of nou ja, feiten… Caminito noemde haar boek Il male che non cè, ‘Het kwaad dat er niet is’. Vertaalster Hilda Schraa koos voor De symptomen. Een tammere titel, maar die verwijst weer wel direct naar Loris’ jakkertocht op internet: „zijn lichaam is een landkaart van mogelijke ziektes, de symptomen zijn de hiëroglyfen die (…) moeten worden ontcijferd.”

Het is aanlokkelijk om veel te citeren uit De symptomen, parafraseren doet geen recht aan de fantasierijke accuratesse waarmee Giulia Caminito toucheert wat haar hoofdpersoon voelt en doormaakt. Nu en dan verdwaalt de schrijfster in haar vondsten, dan stromen de pagina’s over van details en leiden overbodig verhelderende parabels af. Zo zijn Loris’ uitvoerig beschreven dromen geen spinsels van de slapende mens maar kunstmatige korte verhalen.

Tja, dat konijnenhol. Loris is eraan verslaafd en geeft toe aan roekeloze acties ten bate van zijn gezondheid, van griezelig invasieve voedingssupplementen tot een nodeloze coloscopie. Zonder verdoving, want daarvoor heeft hij geen geld. Hij heeft sowieso geen geld, hij ontfutselt de noodzakelijke bedragen aan zijn moeder, zijn verloofde, aan wie er maar in trapt ­- je krijgt het volgende week terug, echt waar. Natuurlijk niet. Hij is een slechtbetaalde stagiair op een uitgeverij waar hij elk klusje dat hem welwillend is toegeschoven door zijn hoogmoed weet te bederven.

Superheld

Loris is een geval van hedendaags verknipt-zijn. Opgevoed door ouders die hem adoreren maar hem vreesden voor zijn verbeeldingskracht. Opgegeven door een grootvader die hem ruimte gaf, natuur, licht en liefde, maar die stierf. Opgeslokt door de sociale media die suggereren dat iedereen alles is en hij niets. Verstrikt in „zijn eigen non-avontuur” trekt hij zich terug op zijn stinkende bed, met naast zich een „prachtig, stil lichaam”, niet dat van zijn vriendin maar van stapels boeken. Paniekaanvallen kwellen hem, maag en darmen teisteren hem: „Zijn pijn is onoverwinnelijk, is een superheld.”

Ik denk: prachtig geschreven, hypnotisch als een kloppende zweer. Maar wat een ellende. Moet dit?

Ja, dit moet. Het boek zuigt me op en dat komt door Catastrofe: ze roept uit een kast of uit een boom, of ze zit op de rand van het bad te roken. Ze is een vrouw met vleugels en met vinnen, oh, nu is ze een eenhoorn. Ze is bijna naakt, ze is in bruidstoilet, ze is een punk, ze is een junk. Ze „verdubbelt, verdriedubbelt, vult de ruimte met kopieën van zichzelf.” Kan allemaal. Wie Catastrofe is? Ze bestaat niet. En ze bestaat wel, in de verbeelding van Loris duikt ze op als hij dreigt te stikken in de feiten van de wereld. Lief is ze nooit, maar ze is er voor hem en ze biedt een uitweg. Ook aan de lezer van dit boek, die vleit zich languit in deze zinsbegoocheling, want dan is het genieten geblazen van Caminito die zich uitleeft in glitter, smoezeligheid, sensualiteit, of welke versie van deze magisch-realistische verschijning Loris ook maar nodig heeft.

Kitsch vermijdt ze, ze wekt geen medelijden met Loris (een hele toer). In plaats daarvan richt ze haar taalgebruik zo solidair in dat je aan Loris’ kant blijft staan, ondanks alle onzin die hij uitkraamt. En dan heft ze tol. Caminito trekt de lezer bijvoorbeeld mee in Loris’ ergernis over zijn vader. Des te harder komt het aan als die vader, de lul, toch in staat is gebleken tot een menselijk, uitermate lief gebaar. Je zou de man bijna je excuses maken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Boekrecensies fictie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next