Bohemien, rockster met weelderige haardos, maar zeker ook een begenadigd grootmeester: met de dood van Jan Timman verliest Nederland een iconische schaker.
Misschien nog wel meer dan een uitmuntende schaker was Jan Timman een teken des tijds. Juist toen hij in de jaren zeventig van de vorige eeuw aan zijn opmars begon, veranderden de tijden. Een nieuwe generatie diende zich aan, uiterlijk gekenmerkt door langer mannenhaar. De leus luidde dan ook: liever lang haar dan kortzichtig.
Schaken was tot die tijd een marginale sport die nauwelijks doordrong tot de massamedia. Met uitzondering van grote toernooien, gesponsord door Hoogovens en IBM, beperkte de aandacht zich tot de zaterdagkranten. Daarin was altijd ruimte voor een speciale rubriek waarin een gerenommeerde schaker een bijzondere stelling behandelde.
En toen kwam Jan Timman opzetten. Met zijn pagekapsel had hij net zo goed de fluitist van de intellectuele band Supersister kunnen zijn. Maar Jan Timman was dus een schaker en wat voor een. Daarmee groeide hij uit tot de intellectuele uitvoering van Johan Cruijff. Zoals Cruijff het Nederlands voetbal naar een hoger niveau tilde, zo deed Timman dat met het Nederlandse schaken. Twee iconen, ieder op hun eigen manier.
Jan Timman schaarde zich als gerenommeerd schaker bij de hoofdstedelijke bohemiens. In woonplaats Amsterdam maakte hij graag deel uit van het artistieke milieu. Zijn weelderige haardos inspireerde de jeugdige schrijfster Laurie Langenbach zelfs tot de destijds veelbesproken roman Geheime Liefde. De hoofdpersoon wordt in indrukken beschreven (‘Die koele groene ogen, enigszins geloken, omfloerst’), maar al snel was duidelijk om wie het ging. Op de website NU.nl zegt Anish Giri, de huidige nummer één in Nederland, over Jan Timman: ‘Hij was een rockster die het schaken een nieuwe dimensie gaf.’
Jan Timman werd in 1951 geboren, zoon van twee wiskundigen. Zijn vader was hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft. Bij mooi weer werd in de achtertuin van de buren geschaakt. Dat trok de belangstelling van de 8-jarige Jan Timman. Zijn ouders spoorden hem aan ook wiskunde te studeren, maar het vrije leven dat die achtertuin verbeeldde, sprak hem meer aan. ‘Ik wilde niet in schoolbanken zitten’, zei Timman daarover vier jaar geleden in NRC. ‘Ik wilde niet op een bepaalde tijd opstaan.’
Wat het schaken voor hem uitdrukte, verwoordde hij nog beter in zijn biografie De geest van het spel: ‘Ik trof Hein Donner eens in de wandelgangen van het IBM-toernooi. Behalve hij en ik was er op dat moment niemand aanwezig. Hij liep daar met een sigaret, hield halt, nam nog een laatste trek en trapte toen zijn sigaret uit op het tapijt. Hij keek me daarbij veelbetekenend aan. Dat vond ik heel goed, dat trok me heel erg aan. Ik stond stil, keek naar Donner en dacht: ja, het is goed om beroepsschaker te zijn, dan doe je gewoon zulke dingen. Andere mensen doen dat niet.’
Tot zijn opkomst was genoemde Jan Hein Donner de grote man in het Nederlandse schaken. Dat zijn faam voor het grote publiek telkens werd teruggebracht tot de vriendschap met schrijver Harry Mulisch, zegt alles over de status van de schaaksport destijds. Jan Timman bracht daarin verandering. Niet door een rockster te zijn, maar door zijn prestaties achter het bord.
Hij werd in 1973, 22 jaar oud, internationaal grootmeester. Dat is in voetbaltermen de Champions League van het schaken. Hij leefde die jaren naar eigen zeggen ‘een hippieleven met inhoud’. Hij reisde in een Volkswagenbusje langs de belangrijkste toernooien in Europa en maakte indruk met zijn agressieve, fantasierijke spel. Jan Timman gold als een romantische schaker.
Aan het eind van dat decennium vond Timman (de haardos had inmiddels zijn schouders bereikt) aansluiting bij de wereldtop. In de jaren tachtig rees zijn ster zo hoog dat Jan Timman werd opgezadeld met het predicaat The best of the rest, naderhand ook wel gedefinieerd als The best of the West.
Dat laatste had een politieke betekenis. Europa was na de Tweede Wereldoorlog een verdeeld continent, halverwege gescheiden door het zogenoemde IJzeren Gordijn. Aan de andere kant van dat gordijn werd schaken op een hoger niveau beoefend. Met de Russen Anatoli Karpov en Garri Kasparov als tegenpolen had Jan Timman het bepaald niet getroffen.
In 1990, een jaar nadat het Gordijn was opgeruimd, drong Jan Timman voor het eerst door tot de kandidatenfinale. De winnaar zou de uitdager worden van Kasparov. Daarmee kon Jan Timman dus in de voetsporen treden van Max Euwe, die in 1935 als laatste Nederlander wereldkampioen werd. Maar de beste van het Westen ging kansloos onderuit tegen Karpov.
In 1993 ging hij op herhaling als kandidaat-uitdager, maar werd terzijde geschoven door de Brit Nigel Short. Zelf was Jan Timman overigens het meest trots op zijn winst in een snelschaaktoernooi twee jaar eerder waarin hij Karpov, Kasparov en de latere wereldkampioen Anand uit India versloeg.
In de daaropvolgende jaren doofde zijn ster langzaam maar zeker, al bleef Timman nog wel jarenlang de beste van Nederland. Het schaakspel bleef hij tot op het laatst beoefenen, zij het op clubniveau. Zijn belangstelling ging allengs meer uit naar de theoretische kant van de sport. Daarover schreef hij graag en met groot gezag.
In de tweede helft van de jaren negentig was Timman nog eens de onderwijzer in een tv-cursus die (uiteraard) Schaken met Jan Timman heette. Op NPO Radio 1 herinnerde vriend (en schaker) Max Pam zich dat Timman zich tot op het laatst liet verleiden tot uitgebreide verhandelingen over een stelling, ook als de vragensteller er weinig kaas van had gegeten.
In 2024 maakte Jan Timman, 72 jaar oud en met gekortwiekt haar, tot veler verrassing en na achttien jaar afwezigheid zijn comeback op het NK. Omdat hij al die tijd nog steeds behoorde tot de zestien beste schakers van het land was hij telkens uitgenodigd, maar liet altijd verstek gaan. Met zijn toenmalige vormpeil dacht Timman wel weer een rol te kunnen spelen. Die rol was echter van korte duur.
Jan Timman was vorig jaar te gast in onze podcast Met Groenteman in de kast, waar hij sprak over zijn beste schaakpartijen, zijn leven en zijn kijk op de wereld:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant