In een spel van kruisingen, van jager en prooi, kwam donderdag een andere winnaar bovendrijven dan verwacht. Niet Jordan Stolz werd olympisch kampioen op de 1.500 meter, maar de Chinees Ning Zhongyan.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Ongeslagen was Jordan Stolz deze winter op de 1.500 meter. Alle wereldbekerwedstrijden waren een prooi voor deze Amerikaan. En na zijn zeges op de 500 en 1.000 meter leek de weg vrij voor zijn derde gouden olympische medaille. Maar hij blijkt niet onverslaanbaar. De Chinees Ning Zhongyan verrast hem en iedereen.
Ning had al gereden en 1.41,98 genoteerd toen Stolz in de laatste rit aan de start verscheen. De Amerikaan wist dat hij voor zo’n tijd scherp moest zijn, maar liet al in de eerste rondes tijd liggen. Zou hij een turbo vinden om de achterstand, die bij de bel 1,35 seconden bedroeg, in een voorsprong om te zetten? De Amerikaan reed met 26,7 de snelste slotronde van de dag, maar genoeg was het niet. Hij bleef steken op 1.42,75. Een verbluffende nederlaag.
Op de WK afstanden van vorig jaar, in het Noorse Hamar, eindigde Ning als vierde op nog geen kwart tel van zijn directe opponent Peder Kongshaug, die toen goud zou winnen. De loting speelde een rol, vertelde Nings coach Johan de Wit deze week. Ning moest starten in de binnenbaan. Dat is ongunstig, want zo was er maar één kruising waarin hij achter zijn tegenstander aan kon jagen terwijl Kongshaug zich juist tweemaal achter zijn rug verschuilen kon. Nu was het opnieuw zo. Ning moest in de binnenbocht starten, tegen Kjeld Nuis.
Voor wat hij zelf al meermaals zijn laatste olympische race noemde, kreeg Nuis een ovationeel applaus. Hij had de loting waar hij op gehoopt had, in de buitenbaan tegen Ning. Daarvan wist de Nederlander: als ik het slim aanpak, kan ik twee keer op de kruising achter hem aan. De eerste keer gebeurde dat precies. De tweede maal, in de slotronde, zag hij Ning juist uitlopen. Die had zich vast voorgenomen het scenario van de WK ditmaal te voorkomen.
Bovenaan op het scorebord op dat moment stond Joep Wennemars. Hij wilde tegen Daniele di Stefano de teleurstelling van de 1.000 meter wegpoetsen. De kruisingen waren ditmaal geen probleem. Wennemars startte zoveel sneller dat hij nooit achter de Italiaan langs kwam. Met grote slagen snelde hij naar 1.43,05. Opvallend was hoe Di Stefano in de slotronde op de kruising nog wel in de kielzog van Wennemars kon kruipen en met een razendsnelle slotronde nog behoorlijk dicht in de buurt van de Nederlander wist te komen: 1.43,41.
Ning, die eerder op de 1.000 meter brons pakte, dook met 1.41,98 als eerste onder de tijd van Wennemars. Ook Nuis (1.42,82) duwde Wennemars een plekje naar beneden in de stand, naar de ondankbaarste positie denkbaar: vierde.
Zonder werkelijk uit te rijden, liet Nuis zich op de binnenboarding ploffen, recht tegenover het deel van de tribune waar zijn familie zat. De drievoudig olympisch kampioen pelde zijn schaatspak van zijn bovenlijf en wachtte daar of zijn tijd nog genoeg zou zijn voor een medaille. Toen hij Stolz zag stranden op de tijd van Ning, maar nog wel onder de zijne zag duiken, stond hij op. Puffend en steunend reed hij naar de bocht na de finish om daar, triomfantelijk, de armen op te heffen. Deze laatste olympische rit had weer een medaille opgeleverd: brons.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant