Home

Heerlijk lijkt me dat, kennisnemen van een klassieker en er onmiddellijk snorrend in verzinken

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Lang was ik te lui om Oblomov te lezen. Het kwam er niet van, geen tijd, geen puf. Vanuit mijn bed zag ik het befaamde boek staan, zeker dertig jaar lang. Ik had er veel goede dingen over vernomen.

Maar wie schetst mijn verbluffing, ineens is het zover, ik ben erin bezig. Nota bene met Mike, mijn broer, voor wie Oblomov, merkte ik, net als de schrijver ervan, de illustere Gontsjarov, een geheel nieuwe grootheid is. Heerlijk lijkt me dat, kennisnemen van een klassieker en er onmiddellijk snorrend in verzinken.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het is bijna oneerlijk. (‘EN IK GA ME ER NIET OVER OPWINDEN!’ Onze scheikundeleraar, brullend met kloppende aderen op zijn slapen, toen ik Fruts’ gymspullen in de zuurkast had gezet.) Er zeuren dagelijks honderden ongelezen werken der literatuur aan mijn kop, ze stalken me, het waterleidingbedrijf is er niks bij, ik woon in een haunted house.

Gelukkig is Mike ‘in zijn nopjes’. Ik ook, hoor. Oblomov overstijgt vooralsnog de verwachtingen, het is een hoogstvermakelijk, raadselachtig boek, een droefgeestige studie naar eenzaamheid en de onwil om je uit te sloven. Er gingen geruchten dat Oblomov honderden bladzijden lang zijn bed niet uitkomt, die kloppen, en daar doe ik het voor, maar tot mijn genoegen laat hij zichzelf ook wassen en aankleden door zijn dienstbode, een misschien wel fraaier gegeven, dat Oblomov uitdiept op nachtelijke momenten. Dan schrikt hij wakker en vraagt hij zich af of hij raar is, en of zijn inerte bestaan wel het juiste leven is, aanvechtingen die ’s ochtends, als het daglicht z’n emmers water erover uitstort, wegspoelen als grom en grellen.

‘Heb jij ook altijd.’

Precies. Wat ben je toch allemaal aan het doen, jongen, denk ik ’s nachts, dat geschrijf steeds, wie doet er nou een kwarteeuw over het leggen van een ei. Alleen heel rare vogels doen dat.

Over rare vogels gesproken, op de voorkant van mijn Oblomov, een fraaie paperback van uitgeverij L.J. Veen, ik ben daar zelf ooit chef rondpompen geweest, staat een geschilderde Russische kerel, sombertjes, misschien beneveld – zonder twijfel vonden ze hem bij Veen op Oblomov lijken. Ik zit er even naar te staren. Zo te zien is het een schilderij van Repin, ik ben een keer naar een overzichtstentoonstelling geweest, ik heb deze meneer zien hangen, volgens mij was het een vooraanstaand componist, Rimski-Korsakov, en anders Moessorgski.

Kijk, het is Moessorgski, door Repin. Twee piefjes voor Peter. Dom van L.J. Veen, zeg. Als de gemiddelde Rus dit boek in handen krijgt, houdt hij ons niet alleen voor verweekte nazi’s die vernietigd moeten worden, maar bovendien voor onnozele nazi’s die vernietigd moeten worden. Het is niet anders dan een Russische Max Havelaar waarop ze lukraak het hoofd van Rinus Michels hebben geplakt.

‘Of Eline Vere met een foto van Sonja Barend.’

‘Of Nijntje met de kop van Salinero.’

‘Wat zie je bleek? Moet je overgeven?’

Vorige week zag ik bleek en moest ik inderdaad spugen, maar toen was het zomaar, nu staar ik met parelend voorhoofd naar het colofon. L.J. Veen, constateer ik, pompte Oblomov rond in 2005. Werkte ik er toen niet?

Misschien. Nul piefjes.

Er staat keurig dat het schilderij van Repin is, complimenten, maar wat heb ik, als ik het was, zitten denken bij de titel van het schilderij, Modest Petrovitsj Moessorgski? Gewone olieboer tijdens de moesson? Kan. Kan best. Ik wist nog weinig van klassiek, ik ging nog lang niet die complete Dordtse cd-winkel opkopen, zie eerdere columns. Hoe kon ik weten wat ik niet wist? Mike had toch ook nog nooit van Gontsjoblov gehoord?

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next