Juliet Broersen | Volt-fractievoorzitter ‘Kankerhoer’, ‘dom mokkel’, ‘pleeg aub zelfmoord’. Juliet Broersen, Amsterdams raadslid voor Volt, kreeg talloze bedreigingen en online haat te verduren. Ze ziet dat intimidatie vrouwen uit de politiek drukt. „We moeten het bespreekbaar maken, wellicht dat toetsenbordridders dan inzien: goh, misschien toch niet zo normaal om dit te tikken.”
Juliet Broersen: "Af en toe dan kijk ik naar wat over me wordt gezegd. En dan schrik je toch weer."
Natuurlijk heeft ze weleens gedacht: ik kap ermee, wat doe ik mezelf aan? Het aantal keren dat ze in online berichten ‘kankerhoer’ is genoemd – „ik ben gestopt met tellen, want ik dacht: nou wordt het wel heel erg veel.” ‘Heks’, ‘dom mokkel’, ‘linkse kankervlek’. Anonieme mensen die haar vroegen of ze ‘aub’ zelfmoord wilde plegen.
Juliet Broersen (29) is fractievoorzitter van Volt in de Amsterdamse gemeenteraad. Enkele weken geleden stelde ze raadsvragen naar aanleiding van een bericht in Het Parool over een huizenverhuurder die van vrouwelijke huurders toegang tot hun sociale media vroeg en verlangde dat ze zijn accounts volgden. Na deze raadsvragen volgde een stortvloed op sociale media van dagenlange beledigingen en bedreigingen aan het adres van Broersen. Ze plaatste een compilatie van de haatberichten op LinkedIn. „Ik heb lang getwijfeld, maar uiteindelijk dacht ik: dit is niet normaal, hier moet ik me over uitspreken.”
Ze zit in een café vlak bij het stadhuis de laatste raadsvergadering voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart voor te bereiden. Vier jaar geleden was ze ook lijsttrekker voor Volt, ze kwam met twee zetels in de raad. Haar fractiegenoot, Itay Garmy, had er na één termijn genoeg van. De Joodse Garmy heeft de laatste jaren onvermoeibaar, vaak samen met raadsgenoot Sheher Khan van Denk, geprobeerd de discussie over Israël en Palestina beschaafder te maken. Het kwam hem op een stroom van haatberichten en bedreigingen te staan. Die hebben, zei hij tegen lokale tv-zender AT5, „zeker een grote rol gespeeld” bij het besluit te stoppen.
„Het is heel erg pijnlijk. Maar de haat die je over je heen krijgt, is zo groot.”
„Ja, en hij werd zeer ernstig bedreigd. Maar de overeenkomst is dat de haatberichten inspelen op onze identiteit.
„Haatreacties in de politiek zijn bijna alledaags geworden. Als politicus ben je voor sommige mensen een soort boksbal, waartegen ze alles kunnen zeggen. Als ik iets voorstel in de raad, tikt iemand meteen op sociale media: ‘Jezus, wat een dom idee!’ Dat is niet heel aardig, maar oké: ik meng me in een publiek debat en niet iedereen is het met mij eens. Prima.
„Maar de toon die mensen aanslaan als je een vrouwelijke politicus bent, bovenal een jonge vrouw, die is véél heftiger dan bij mannelijke collega’s. De bedreigingen, de intimidatie, zozeer gericht op wie ik bén. „Women deserve less”, schreef iemand. Dat raakt aan mijn kern. En dan komt het harder aan.”
„In de week dat het aantal haatberichten piekte, kwam op het perron iemand heel snel op me aflopen. Die moest er gewoon even langs, maar ik verstijfde. Waarom schrok ik zo? Omdat ik de hele tijd had zitten lezen dat ik zelfmoord moest plegen, dat ik minderwaardig was.
„In het begin probeerde ik erboven te staan, het weg te lachen. Maar na dag vijf met een inbox gevuld met alleen maar haat…
„Gelukkig heb ik een heel fijn team. Collega’s die dat allemaal van me overnemen. Die ook zeggen: kijk er niet naar. Maar ik kan het niet laten. Af en toe kijk ik naar wat over me wordt gezegd. En dan schrik je toch weer.”
„Hopelijk niet heel veel. Maar als je op dagelijkse basis dit soort berichten binnenkrijgt, daar krijg je wel een dikkere huid van. Dat ga je je toch wat minder aantrekken van wat mensen van je vinden.
„Toen ik als raadslid begon, kreeg ik deze reacties verreweg het meest op Twitter. Daarom ben ik daarmee gestopt. Maar afgelopen tijd zie ik ook op Instagram en LinkedIn behoorlijke haatberichten. Wat minder ‘kankerhoer’ en ‘tyfuswijf’ dan op Twitter, maar wel hetzelfde soort reacties. Op LinkedIn! Daar sta je met je echte naam, met je werkgever erbij, en dan schrijf je zulke dingen. Mensen zijn echt heel onaardig geworden.”
„Nee, dat niet. Maar uit onderzoek is gebleken dat Nederlandse politici vaker stoppen als gevolg van online haat, intimidatie en geweld. Het is vreselijk dat vrouwen, die veel vaker dan mannen met agressie te maken krijgen, hierdoor niet meer de politiek in willen. Zo verliezen ze hun stem in het publieke debat. Dat is waarom ik op sociale media heb gezet wat over mij werd geschreven. Heel veel raadsleden ondergaan dit, die moeten het allemaal in hun eentje verwerken. Terwijl: we moeten het juist bespreekbaar maken. Misschien dat de mensen die dit soort reacties achterlaten dan inzien: goh, misschien toch niet zo normaal om dit te tikken. Ik weet zeker als zo iemand in dit café tegenover me zou zitten, dat-ie dan niet zulke dingen zou zeggen. Het zijn toetsenbordridders.
„Ik blijf me over politieke onderwerpen uitspreken. Het doel van die online intimidatie is om ons het publieke debat uit te jagen. Als dat lukt, hebben ze zo veel schade aangericht. Laat je niet wegpesten, wil ik tegen jonge vrouwelijke politici zeggen.”
„Gelukkig bij Volt nog niet. En in de vier jaar dat ik raadslid ben, is bij mijn weten geen enkele vrouwelijke collega gestopt om deze reden. Maar het is wel iets dat je veel leest. Denk alleen al aan Sigrid Kaag.”
„Binnen de gemeente hebben wij een veiligheidscoördinator. Daar hebben we alle reacties gemeld, die kijkt waar aangifte van kan worden gedaan, welke woordkeuze wel of niet strafbaar is.”
„Nee, dat is niet waarom ik dit aanzwengel. Onze campagne richt zich op wonen, op veiligheid voor vrouwen. In mijn eigen omgeving merk ik dat geweld tegen vrouwen zo’n groot thema is. Op straat en online – en ja, die twee werelden hangen samen.
„Meer vrouw in de raad betekent meer positieve rolmodellen. Ik denk dat het ook goed is voor het debat, dat een diversere raad zorgt voor beter beleid. Maar het zal de haatreacties niet meer of minder maken.”
Een derde van alle Nederlandse raadsleden heeft afgelopen bestuursperiode te maken gehad met agressie, bedreiging of geweld: twee keer zoveel als in 2022, zes keer zoveel als in 2016. Dat blijkt uit onderzoek van NOS en de regionale omroepen.
In de Monitor Integriteit en Veiligheid van 2024 werd al geconcludeerd dat aanzienlijk meer vrouwelijke (55%) dan mannelijke (37%) politieke ambtsdragers worden geconfronteerd met agressie.