Blieeep, blieeep. In de verte klinkt het geluid van een vrachtwagen in z’n achteruit en Firas Helaby (45) beent er gelijk naartoe. Dwars door de winkel langs klanten snuffelend aan kristallampen, overhemden, airfryers, schoenen, gebitsreinigers, geluksstenen, spiegels, deurklinken, Afrikaanse kunst en wat al niet meer.
Vierduizend vierkante meter aan spullen. Spullen, spullen, spullen, in een grote hal in Aalsmeer met op de gevel ‘Gideon’. Tweedehands maar ook gloednieuw, opgekocht van winkelrestanten, restpartijen, inboedels, handelaren. Soms ook gewoon rechtstreeks van de straat. Helaby heeft er een neus voor, net als zijn compagnon Gideon Italiaander. Zaten ze samen eens in de auto, zagen ze allebei langs de weg een stel schilderijen staan. Ze keken elkaar aan en… stoooopppp!
Hup, weer 300 euro verdiend.
Money on the streets. Helaby, opgegroeid in Indonesië en ruim twintig jaar in Nederland, kan het maar niet begrijpen. Want in zijn geboorteland geef je overbodige spullen aan familie. Of, als iets kapot is, dan repareer je het. Maar zomaar op straat? En wat te denken van al die achtergebleven inboedels van mensen die naar een verpleeghuis gaan of overlijden? In Indonesië heb je niet eens verpleeghuizen, daar zorgt je familie voor je. En hier in Nederland denkt de familie na een overlijden vooral: hoe komen we van de rommel af?
Helaby plukt er de vruchten van, net als zijn compagnon Gideon Italiaander. Want als zij de inboedel opkopen, met als afspraak zo’n huis ook te reinigen, vinden ze geregeld zeldzame kunst, antieke kastjes, goeie whisky, zilveren theelepeltjes. Soms zelfs pistolen, laatst een geweer. Bij het inleveren op het politiebureau – ze kennen hem daar inmiddels – stond Helaby ermee te zwaaien. Don’t move! En hetzelfde geldt voor de inboedel van failliete winkels, of die van opslagboxen van particulieren die de huur niet hebben betaald: goudmijntjes vaak, waar niemand om geeft.
Zo’n zeventien jaar geleden begon Helaby bij Italiaander en toen hadden ze nog helemaal niks. En nu? Zes winkels, zestig medewerkers en bijna 190.000 volgers op Instagram, Facebook en TikTok. Die houden daarop in de gaten wat Gideon nu weer heeft opgekocht. Sommigen klanten komen dagelijks langs in de winkel, sommigen doen een rondje langs alle winkels op één dag. En Helaby ziet de bekende gezichten elke dag iets kopen. Kopen, kopen, kopen.
Toegeven, het werk als opkoper is net zo verslavend. Want je weet nooit wat je aantreft. Vanmorgen is Italiaander naar Texel gereden om kunstwerken te kopen van een antiekhandel die ermee ophoudt. Vanmiddag bekijkt ‘ie een partij cosmetica van een merk dat de verpakking heeft veranderd waardoor de oude lijn – 100.000 stuks – eruit moet. Hup, opkopen en zo snel mogelijk weer doorverkopen in de winkel. Don’t fall in love with your own stock. Dat is de truc. Rolling, rolling, rolling. Alleen al in deze winkel in Aalsmeer gaan dagelijks zo’n vijftien pallets aan spullen aan de achterkant naar binnen. En aan de voorkant er weer uit.
Blieeep, blieep. De vrachtwagen staat geparkeerd voor het magazijn en Helaby checkt de lading. „From Germany? Belgium?” De chauffeur haalt z’n schouders op. Helaby snijdt een doos open en haalt er een zwarte dameslaars uit. Hij pakt z’n telefoon en appt Gideon Italiaander. „Shoes. You know from where?” Italiaander appt terug. „No clue. Out of sky!”. „Lekker”, appt Hellaby. „Nou, lekker ja.”
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag