Wethouder Eva Oosters (29) keert na de verkiezingen niet terug in het stadsbestuur van Utrecht. Bij haar aantreden, vier jaar geleden, was ze de jongste wethouder van een grote Nederlandse stad. ‘Ik vind het gezond dat iemand anders nu een kans krijgt.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.
Zomaar een paar anekdotes (er zijn er meer!) die een jonge, vrouwelijke wethouder na vier jaar uit de mouw schudt. Mannen die haar ‘meisje’ noemen. Mensen die zich afvragen ‘waar de wethouder blijft’, terwijl ze gewoon naast haar staan. Een directeur van een organisatie die op een uitnodiging voor een gesprek reageert met de mededeling dat hij niet door een 25-jarige op het matje geroepen wil worden.
En toch, zegt Eva Oosters (29) in haar werkkamer op de twintigste verdieping van het Stadskantoor in Utrecht, toch waren het vier prachtige jaren. Jaren waarin ze, zo benadrukt ze, door de meeste mensen wel serieus werd genomen.
Na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart stopt ze ermee om ruimte te maken voor anderen. Ze is al sinds 2018 politiek actief voor Student & Starter, de lokale partij waarvoor ze een wethouderspost bezet. ‘Onze partij staat voor vernieuwing. Ik vind het gezond dat iemand anders nu een kans krijgt. Dat gaf voor mij de doorslag. En daar komt bij dat het wethouderschap ook best wel een ding is, om het zo maar te zeggen. Ook daarom is het tijd voor iets nieuws.’
Was het een heftige tijd?
‘Dit is een gekke baan, en niet alleen vanwege de impact op je agenda. Het is ook een baan die je niet los kunt zien van je persoon. Wethouder ben je de hele tijd, ook buiten de vergaderingen en de werkbezoeken.
‘Daar heb ik vier jaar geleden bewust voor gekozen, in de wetenschap dat ik daarmee een deel van mijn jonge jaren zou opgeven. Dit werk eist zijn tol, zeker omdat ik cultuur en sport in mijn portefeuille heb. Ik ben vaak ’s avonds weg, lege weekeinden komen nauwelijks voor. Maar ik heb mijn best gedaan om mijn vrienden en familie te blijven zien.’
Welk offer heeft u gebracht?
‘Nou ja, in mijn omgeving zie ik mensen die veel makkelijker fouten mogen maken, zich kunnen bedenken, kunnen reizen, vrij kunnen zijn. Die keuze heb ik niet gemaakt.’
Eva Oosters werd op 30 november 1996 geboren in Gouda. Ze groeide op in Ammerstol, een dorp in de voormalige gemeente Bergambacht, waar haar vader burgemeester was. Op de middelbare school in Schoonhoven sloot ze zich aan bij het debatteam en organiseerde ze een talentenshow. Daarnaast speelde ze een paar kleine rollen in televisieseries. Na een afwijzing van de Toneelacademie besloot ze in 2015 rechten te gaan studeren in Utrecht.
Een excursie naar de gemeenteraad wakkerde haar interesse in de lokale politiek aan. Ze besloot zich aan te sluiten bij de progressieve jongerenpartij Student & Starter, die in 2014 voor het eerst een zetel had gewonnen. Vier jaar later werden dat er twee. Een daarvan was voor Oosters, destijds 21 jaar oud.
Na de verkiezingen van 2022, waarbij de partij opnieuw twee zetels behaalde, wist Student & Starter een plek in het college te veroveren. De partij schoof Oosters naar voren als wethouder. Ze was toen bezig met een masteropleiding Law and politics of international security aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
‘Ik dacht dat ik mijn scriptie tijdens de coalitie-onderhandelingen zou kunnen afronden’, zegt ze. ‘Maar dat lukte niet. Toen werd ik geïnstalleerd en zei de burgemeester (Sharon Dijksma, red.) dat ik toch echt moest gaan schrijven, want anders zou het er nooit meer van komen. Dat heb ik ter harte genomen. Tijdens het zomerreces zat ik te typen, achter in busjes, en onder een parasol terwijl mijn vrienden in het zwembad lagen. Maar het is gelukt.’
Wat voor reacties kreeg u toen bekend werd dat u wethouder zou worden?
‘Er waren heel veel positieve, superleuke en bijzondere reacties, maar uiteindelijk zijn vooral die paar vervelende opmerkingen me bijgebleven. Iemand hoopte bijvoorbeeld dat ik een heel kleine, magere portefeuille zou krijgen.’
Dat was raadslid Cees Bos van Stadsbelang Utrecht. ‘Ze heeft geen cv, los van wat kleine baantjes’, zei hij ook.
‘Nu kunnen we het goed vinden, hoor. Al heeft hij twee keer een motie van wantrouwen tegen me ingediend. Beide keren kreeg hij weinig steun. Ja, dat gaat onder de huid zitten. Zeker omdat daar in de kern ook mijn eigen onzekerheid zat.’
Hebt u nog mensen om advies gevraagd toen u wethouder werd?
‘Ik heb onder meer met mensen van Stip gesproken, de studentenpartij in Delft die al sinds 1998 in het stadsbestuur zit. Maar daar zitten ze momenteel in een heel andere positie: zij zijn nu de grootste partij.
‘Iemand vertelde dat het belangrijk was om anderen om feedback te vragen. Je hebt geen leidinggevende, dus niemand vertelt je wat je wel en niet goed doet. Dat heb ik ter harte genomen.’
Bij uw aantreden zei u tegen de Volkskrant: ‘Zolang je op de inhoud sterk bent, nemen de mensen in Utrecht je echt wel serieus.’ Was dat ook zo?
‘Meestal wel. Zeker. Maar ik heb ook voorbeelden van waar dat niet zo was. Sommige mensen, zowel intern als extern, trekken het niet dat ik zo jong ben.’
Zoals die directeur die zei dat hij niet door een 25-jarige op het matje geroepen wilde worden. Wat hebt u toen gedaan?
‘Ik ben naar hem toe gegaan om het uit te praten. Dat is ook altijd mijn insteek geweest: bij conflicten altijd lef tonen. Nooit denken: laat maar. Het was trouwens nooit het plan om hem op het matje te roepen.’
Hoe vaak had u met zulke dingen te maken?
‘Elke maand was er wel iemand die mijn woordvoerder, of een ambtenaar met wie ik op pad was, aanzag voor de wethouder. En vaak kwamen ze vervolgens hun verbazing niet meer te boven. Ze bleven maar praten over mijn leeftijd.
‘Zolang de intenties goed waren, kon ik er wel om lachen. Maar er waren ook mensen die niet oprecht geïnteresseerd waren en een beetje op me neerkeken. Vooral bij mijn portefeuille milieu en emissieloos vervoer, waar het veel over auto’s en techniek gaat. Daar gebeurde het vaak.’
Wie naar haar wapenfeiten kijkt, ziet dat de scepsis ongegrond is. Oosters organiseerde als wethouder voor het eerst een burgerberaad in Utrecht, vond een nieuwe locatie voor evenementen met meer dan 25 duizend bezoekers, en lanceerde een ambitieus pakket maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, met onder meer een verbod op houtstook en een uitbreiding van de milieuzone.
‘Bij haar lijkt alles makkelijk te gaan’, zegt wethouder Senna Maatoug (GroenLinks), die vol lof is over haar jonge collega. Oosters doorziet de dossiers snel, werkt oplossingsgericht, heeft mensenkennis, is vaardig in het debat en niet bang voor het conflict, aldus Maatoug.
Directeur Jeroen Bartelse van muziekgebouw en poppodium TivoliVredenburg noemt Oosters ‘energiek en optimistisch’. Over haar jonge leeftijd: ‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat niet merk. Ze staat heel stevig.’
Uw collega Maatoug zei dat u soms gebruikmaakt van het feit dat mensen u onderschatten.
Oosters lacht. ‘Ja, dat klopt wel. Je hoeft niet altijd op de voorgrond te treden in een vergadering. Je kunt vooraf alles klaar hebben staan en dan hoef je nog maar een klein zetje te geven om iets te laten lukken. Zonder dat het anderen opvalt.’
In 2022 was een wethouder gemiddeld bijna 50 jaar oud, blijkt uit onderzoek. Er is dus wel wat ruimte voor verjonging in het lokaal bestuur.
‘Echt waar?’
Wat zegt dat over Nederland?
‘Dat het wethouderschap blijkbaar niet populair is onder jongeren. Maar hopelijk verandert dat, ook doordat ik nu over mijn ervaringen vertel. De voordelen wegen uiteindelijk op tegen de nadelen. Het is bijzonder om zo’n functie te kunnen bekleden in een stad waarvan je houdt. En dat je vervolgens ook ziet dat er iets verandert. Jongeren mogen van mij best wat meer lef tonen.
‘Tegelijkertijd heeft de politiek zich lange tijd niet bekommerd om jongeren en nagelaten jongeren bij de politiek te betrekken. Dus het is ook: onbekend maakt onbemind.’
Wat voegt een jonge bestuurder toe aan het openbaar bestuur?
‘Ik denk dat mensen van mijn generatie op een andere manier samenwerken, zowel met collegabestuurders als met de ambtelijke organisatie. Met meer ruimte voor twijfel en advies van anderen. En minder voor macht en hiërarchie.’
Want dat ziet u nog te veel?
‘Ja. Niet alleen in bestuurlijk Nederland, maar ook in andere organisaties. Er zijn veel vaste patronen, veel focus op macht. Dat heeft me ook een beetje cynisch gemaakt.’
U blijft aan tot er een nieuw college zit. En daarna, een burgemeesterspost?
‘Ik heb oprecht geen idee. Na acht jaar in de politiek ben ik wel toe aan iets anders. Het lijkt me waardevol weer iets nieuws te leren. Stiekem ben ik wel aan het kijken wat ik leuk zou vinden, maar het schiet nog alle kanten op.’
Volgens Maatoug trekken landelijke partijen aan u. Zelf zou ze u graag bij GroenLinks-PvdA inlijven. Worden er inderdaad avances gemaakt?
Diplomatiek: ‘Ik kan het met veel partijen goed vinden, hier in de raad en in het college. Maar ik heb nog geen keuze gemaakt. En dat lijkt me ook helemaal niet verstandig op dit moment.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant