Home

‘Constructief’ doet het lijken alsof we met z’n allen ergens heen willen

Dat mag jij vinden Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze keer: dit kabinet wil ‘constructief’ zijn.

Het is me niet helemaal duidelijk waar we maandag precies naar kijken, als het nieuwe kabinet op het bordes staat. Ja, oké, bewindspersonen die niet goed weten wat ze met hun handen moeten doen, Rob Jetten die zo’n dertig centimeter gegroeid is van al dat rechtop lopen, en natuurlijk de Koning. Maar wat gaan die mensen precies doen? Welk beleid gaan ze uitvoeren? Met welk mandaat? Op basis van welke afspraken? 

Ze hebben het uitgelegd hoor, we krijgen een minderheidskabinet dat voor meerderheden aan moet kloppen bij de oppositie. Dat kan de ene keer bij GroenLinks-PvdA zijn, een andere keer bij Groep Markuszower, afhankelijk van de vraag of het bijvoorbeeld over verduurzaming van woningbouw gaat of over de aanschaf van Israëlische clustermunitie. Zo voeren ze dan met hulp van verschillende meerderheden het coalitieakkoord uit. Soms over links, soms over rechts.

Maar de vraag is waarom je je daar als oppositiepartij voor zou lenen. Neem GroenLinks-PvdA, dat tijdens de formatie ronduit werd geschoffeerd. Er is niet eens met ze gesproken over een rol in het kabinet. Volgens de VVD is dat logisch, want ze zagen geen enkele overlap tussen beide verkiezingsprogramma’s, de verschillen waren absoluut onoverbrugbaar. Dan zullen voor GroenLinks-PvdA de verschillen met het coalitieakkoord net zo gigantisch zijn, want Dilan Yesilgöz stelde „heel erg blij te zijn met het resultaat” waarin „VVD-kiezers zich zullen herkennen”. En voor wie nog twijfelde, werden kort daarop VVD-billboards langs de snelweg geplaatst om de overwinning te vieren; kijk eens wat we allemaal hebben binnengehaald voor onze welgestelde achterban, katsjing en vroem vroem! 

De oplossing zit ‘m voor dit minderheidskabinet in het woordje ‘constructief’. Het vele gebruik van zo’n term is, net als met ‘bestaanszekerheid’ of ‘nieuwe bestuurscultuur’, een direct gevolg van het falen van het kabinet-Schoof. Dat kreeg maar weinig voor elkaar, dat is de voornaamste kritiek; niet de ondoordachte budgetten, het traineren van de stikstofdossier, het anti-rechtsstatelijke, het racisme of de transfobie, maar het feit dat er van al die onzalige voornemens maar weinig terecht is gekomen. Dat moet anders, vinden we in Nederland nu. Het moet constructief; we willen daadkracht zien, een tandje erbij, de mouwen opstropen, of zoals het motto van deze coalitie klinkt: aan de slag!

Dat is, om met Rob Jetten te spreken, de vibe. We hebben zoveel onkunde gezien dat we allang blij zijn als het land straks een beetje professioneel bestuurd wordt. Doe je daar als oppositie niet aan mee, dan ben je niet constructief. Wie niet meedoet is een spelbreker, neemt geen verantwoordelijkheid, is een schreeuwer vanaf de zijlijn.

Zo’n frame werkt vooral goed omdat we lijken te geloven dat we allemaal hetzelfde willen. „We hebben met elkaar ontdekt dat we hetzelfde doel voor ogen hebben”, zei Yesilgöz bij de presentatie van het coalitieakkoord: „Dat is een daadkrachtig kabinet, dat vier jaar zit en dat zich inzet vol actie en ambitie voor een sterker, veiliger en beter Nederland”. Tsja, als dát toch eens zou kunnen. Het gaat er alleen aan voorbij dat sterk, veilig en beter voor verschillende mensen verschillende dingen betekenen. Het wordt gepresenteerd alsof we met z’n allen ergens heen willen en dat we dus ook met z’n allen moeten zorgen dat we daar komen. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Hoe verdedig je je tegen dat frame? SP-leider Jimmy Dijk laat al weken tegenover elke camera die bij hem in de buurt komt zien dat dat ook weer niet zo moeilijk is: „Er is niets constructiefs aan afbraak”, zegt-ie dan. Hij lijkt er zelf ook niet ontevreden mee.

Dat mag jij vinden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next