Winterspelen Hoewel ze er openlijk over droomden, hadden broers Melle (26) en Jens (24) van ’t Wout toch niet echt gedacht hebben dat ze woensdagavond naast elkaar op het podium van de 500 meter shorttrack zouden staan. „Maak me maar wakker, ik weet niet hoe laat de wekker gaat.”
Jens en Melle van 't Wout vieren hun bronzen en zilveren medaille op de 500 meter. SEM VAN DER WAL / ANP
Nog voordat hij over de streep is gekomen, begint Jens van ’t Wout te juichen. Hij schaatst helemaal niet op de eerste plek, maar toch lijkt hij het enthousiaster te doen op deze olympische 500 meter dan bij zijn vorige twee finales, die hem beiden goud opleverden.
De reden voor zijn vreugde schaatst voor hem: zijn broer Melle, die zijn zilveren medaille net zo hard viert als de Canadees Steven Dubois, die net olympisch kampioen is geworden. Voor de broers Van ’t Wout is zojuist een droom werkelijkheid geworden.
„Maak me maar wakker, ik weet niet hoe laat de wekker gaat”, zegt Melle als de broers even later met een bril in de vorm van de olympische ringen op hun neus een ronde maken langs talloze internationale en nationale media. „Toen hij twee keer olympisch kampioen werd, dacht ik al: what the fuck? Dat ik dan nu ook een medaille haal, het is niet normaal.”
Jens bevestigt daarna wat op het ijs al zichtbaar leek: „Ik was nu veel blijer dan met mijn gouden medailles, deze is zoveel meer waard. Waarom? Dat is heel simpel: Het is mijn broer, het is mijn alles.”
Samen in de olympische finale van de 500 meter, Jens (24) en Melle (26) van ’t Wout droomden er al hun hele leven van. „Daar hadden we het vroeger altijd over. Dan zou het leven compleet zijn”, zei Jens in december tegen NRC in een dubbelinterview met zijn broer. Ze hadden zelfs al een ultiem scenario bedacht: „Dat iedereen valt behalve wij en dat we dan kunnen stoppen vlak voor de streep, zodat we er precies tegelijkertijd samen overheen kunnen komen”, zei Jens, waarop Melle in de lach schoot. „Dat zou echt sick zijn.”
Dat was natuurlijk volstrekt onrealistisch, dat wisten de broers ook wel. Maar hoewel ze er openlijk over droomden, zullen ze toch niet echt gedacht hebben dat ze woensdagavond naast elkaar op het podium in het Forum Milano zouden staan.
Daarvoor was er de afgelopen jaren teveel gebeurd. Melle miste de Spelen van Beijing vier jaar geleden met rugproblemen, keerde terug, maar kreeg daarna last van zijn knie. Hij verbeet de pijn, schaatste er te lang mee door, en was toen twee jaar zoet met een overbelaste pees.
In de tussentijd groeide Jens uit tot een wereldtopper. Voor de broers, die al hun hele leven onafscheidelijk zijn, konden de verwachtingen aan het begin van dit seizoen niet verder uit elkaar liggen: Jens mikte in februari op olympisch goud in een uitverkocht stadion in Milaan, Melle wilde fit genoeg zijn om op de NK shorttrack in januari, gehouden op het middenterrein van de schaatsbaan in Leeuwarden, mee te kunnen doen om de podiumplekken.
Het herstel van de oudste Van ’t Wout verliep veel voorspoediger dan verwacht. Hij plaatste zich voor de wereldbekerwedstrijden, reed daar zo goed dat hij werd voorgeselecteerd voor de Spelen; net als Jens. „Dat we nu samen naar de Spelen gaan”, zei Melle in december, „maakt voor mij dat alles het waard is geweest: al het gezeik, de pijn, de tranen. Dus ik ga voor brons”.
Voor de shortrackvrouwen draaide de estafette woensdag uit op een teleurstelling. Door een val van Michelle Velzeboer eindigde de Nederlandse ploeg in de finale als vierde – geen medaille dus. Eerder deze Spelen liep de gemengde aflossingsploeg ook al een medaille mis, door een val van dezelfde Velzeboer. ,,Dit hoort bij shorttrack, maar het is wel even heel erg klote”, zei haar zus Xandra na afloop. „De shorttrackgoden hebben het ons gewoon niet gegund op de estafette.”
Halverwege de wedstrijd kreeg Velzeboer bij de aflossing een stevige duw van Selma Poutsma, die op dat moment tweede lag. Velzeboer raakte met haar schaats de Canadese voor haar. Die bleef overeind, maar Velzeboer knalde tegen de boarding. Daarna volgde een vruchteloze achtervolging op Canada, Italië en Zuid-Korea. Van dat trio wonnen de Zuid-Koreanen goud.
Xandra Velzeboer nam het de Canadezen ,,wel een beetje kwalijk” dat ze bocht zo ruim namen, zo zei ze na afloop. ,,Maar dat is ook gewoon racen. Heel vaak gaan dingen precies goed, nu gaat het precies fout.”
De aflossing geldt als de basis voor het Nederlandse shorttracken en speelt een bijzonder grote rol in de trainingen. Vier jaar geleden wonnen de vrouwen goud op het onderdeel in Beijing – een zege die toenmalig bondscoach Jeroen Otter de mooiste medaille uit zijn carrière noemde.
Onder Otters opvolger Niels Kerstholt werden de Nederlandse vrouwen twee keer wereldkampioen op het aflossing. „En dan heb je uiteindelijk twee aflossingen, twee valpartijen”, zei Kerstholt woensdag over het onfortuinlijke optreden op de Spelen. „En dan denk je: hoe dan? Want wij zijn de besten.”
De kwartfinales overleven de broers Van ’t Wout probleemloos; beiden leiden hun race van start tot finish. Zijn halve finale weet Jens ook te winnen, na een mooie inhaalactie op Dubois.
Voor Melle is de weg naar de finale lastiger: hij zit met wereldtopper William Dandjinou uit Canada en de Italiaanse thuisfavoriet Pietro Sighel in de race. Die lijken voor hem de eerste plaatsen te gaan claimen, maar dan komt Sighel in aanraking met de Canadees Maxime Laoun; ze verliezen snelheid, waaieren uit en precies op dat moment steekt Melle er voorbij. Als tweede komt hij over de streep; genoeg voor de finale.
„Het bereiken van de finale was al een hoofdprijs”, zegt Melle. Ook bondscoach Niels Kerstholt vierde het alsof Van ’t Wout de finale al gewonnen had. „Niels heeft alles van het begin tot het eind meegemaakt, vanaf dat ik werd geopereerd aan mijn knie. Ik krijg heel vaak van hem te horen dat ze ook niet kunnen geloven wat ik nu doe.”
Toch is het echt zo: de broers Van ’t Wout staan in de finale. Met landgenoot Teun Boer en twee Canadezen: Dandjinou en Dubois.
Het hele toernooi al overleggen de Nederlandse shorttrackers over wat de beste tactiek is in de finale – en met veel succes. Maar nu staan er drie samen in de eindstrijd. „Gelukkig kun je niet heel veel overleggen”, zegt Melle. „Ik zei gewoon tegen Jens: vol gas, en tegen Niels: ik ga zonder genade rijden.”
De broers zitten in zo’n focus dat ze het verdriet van hun vriendinnen, Zoë Deltrap en Selma Poutsma, die zojuist geen medaille hebben gehaald op de vrouwenaflossing, niet toelaten. „Ik heb wel van binnen zitten schelden”, zegt Melle. „Maar je zit in zo’n flow. We zaten mentaal totaal ergens anders.”
Als de finalisten een voor een worden aangekondigd, is Jens als eerste aan de beurt. Met een grote glimlach zwaait hij naar het publiek. Melle mag als laatst; hij grijpt met zijn handen naar zijn hoofd, alsof hij niet kan geloven dat hij hier staat.
Dubois is het snelst van de lijn, achter hem zetten Jens van ’t Wout en Teun Boer de achtervolging in. Maar dan komt ineens Dandjinou aanschaatsen. Er is geen plek, hij gaat toch rechtdoor, „een onbesuisde en onverantwoordelijke actie er dwars doorheen”, zal bondscoach Kerstholt achteraf zeggen. Boer tuimelt ondersteboven, Jens van ’t Wout moet uitwijken, en daardoor rijdt Melle van ’t Wout ineens op tweede positie.
Zo blijft het. „Ik gaf alles, ik ging vol voor goud”, zegt Melle. „Maar mijn benen liepen vol en ik kwam niet dichterbij.” De laatste ronde weet hij wat er te gebeuren staat. „Ik wist het gewoon, het zou zilver worden.” En dan komt Jens naast hem schaatsen en zegt hem dat hij derde is geworden. Melle: „Ik kon alleen maar zeggen: no fucking way.”
De broers omhelzen elkaar, grijpen een Nederlandse vlag en rijden een ereronde. Daarna klimmen ze samen tegen de boarding op, voor een knuffel met hun ouders. „Ik weet niet hoe ik dat moment moet omschrijven”, zegt Jens. „Het is zo speciaal om te zien hoe blij onze ouders zijn voor ons.”
Melle was al heel lang iets van plan op deze dag, vertelt hij. Op deze 18 februari is zijn verjaardag, hij is 26 geworden, en toen hij van de zomer zag dat de 500 meter op die dag zou plaatsvinden, voelde hij „iets diep van binnen”, zegt hij. „Zoiets van: dat kan geen toeval zijn.” Hij vertelde zijn voorgevoel aan niemand, zelfs niet aan zijn broertje Jens. „Maar ik wist dat het op deze dag moest gebeuren, en dat het een hele mooie dag zou worden.”