Home

Wat heeft ‘Oom Wanja’ van Tsjechov ons te vertellen?

Theaterbewerkingen Waarom brengen theatermakers nog steeds klassiek repertoire? Michel Sluysmans regisseert opnieuw een stuk van Tsjechov. „Eigenlijk is hij de uitvinder van de soap.”

Jeroen Spitzenberger speelt de hoofdrol in 'Oom Wanja'

Heeft het opvoeren van toneelstukken van Tsjechov nog zin? Wel als je het Michel Sluysmans, regisseur en artistiek directeur van Toneelgroep Maastricht vraagt. Hij gaat op voor zijn derde Tsjechov-regie in vier jaar. Na De meeuw en De Kersentuin volgt nu Oom Wanja, terwijl hij ook van plan is Drie Zusters onder handen te nemen. Dat is opmerkelijk, want klassiek repertoire is nagenoeg verdwenen uit de Nederlandse theaters, zoals al vaak is opgemerkt. Met het klassieke werk van de grote Russische auteur als een van de meest prominente slachtoffers. Dit is de derde grote productie van Oom Wanja in twaalf jaar, na die van Liliane Brakema bij NITE in 2020 en van Erik Whien bij Toneelschuur Producties in 2015.

Sluysmans (uit 1979) houdt van Tsjechov sinds hij op de toneelschool zat, zegt hij, omdat Tsjechov zo vol compassie en met humor over „gewone mensen met grote problemen” schrijft. „Dit land wordt bevolkt door gewone mensen met problemen. Ik las dat 40 procent van de bevolking kampt met angsten of depressieve gevoelens. Kijken we niet naar soaps omdat we onszelf erin herkennen? Eigenlijk is hij de uitvinder van de soap. Tsjechov schrijft over onze problemen en dat is troostend, helend, tragisch en grappig tegelijk.”

Maar sinds Tsjechov zijn vier grote, nu gecanoniseerde stukken schreef, in de periode 1896-1904, heeft hij veel navolging gekregen en is er een bibliotheek te vullen met toneelstukken over alledaagse mensen met chronische problemen. Sluysmans: „Maar Tsjechov heeft dat op de meest meesterlijke manier gedaan. In zijn teksten staat geen komma teveel. De wereld waarover hij schreef, de maatschappij van Rusland rond 1900, met een tsaristisch regime, is weliswaar veranderd, de mens niet. Zijn stukken zijn carrousels rond mislukte liefdes en liefdesverdriet is niet veranderd. Oom Wanja is een man die zo overstuur is en zo koortsig rondloopt dat hij tegen een burn-out of een psychose lijkt aan te zitten. Figuren zoals hij zie ik op straat lopen en in het café.”

Dat Wanja overloopt heeft te maken met het bezoek van zijn zwager, een oude professor, de man van zijn overleden zus, en eigenaar van het landgoed waarop Wanja en zijn nichtje Sonja, dochter van de professor, al decennia zwoegen, om de carrière van de professor te bekostigen. Tijdens dit bezoek raakt Wanja doordrongen van het idee dat de professor een windbuil is, en dat zijn noeste arbeid voor niets is geweest. Zijn opstekende verliefdheid voor de jonge, tweede vrouw van de professor is al even problematisch. Ook andere personages raken bevangen door de vergeefsheid van hun verlangens. Iedereen in dit onbarmhartige, claustrofobische stuk baadt in de mistroostige geur van mislukking en desillusie.

Sluysmans: „Tsjechovs stukken worden bevolkt door figuren die zich realiseren dat hun dromen niet zijn uitgekomen. En dat ze ondertussen vastzitten in een ondraaglijk hier en nu dat ze als betekenisloos en zinloos ervaren. Verwoed proberen ze hun situatie te veranderen, zonder succes. Bij Oom Wanja is dat het sterkst: er gebeurt van alles, maar aan het eind is er niks veranderd. Daarom wordt het wel de komedie van de stilstand genoemd.”

Keuzes in de opvoeringsgeschiedenis

In de opvoeringstraditie van Tsjechov is naar die uitkomst steeds verschillend gekeken. Legt de regisseur het zwaartepunt bij het direct voorhanden pessimisme in de tekst, en vergroot hij dat gevoel uit, of zoekt hij naar sprankjes hoop en optimisme die her en der sluimeren? De Tsjechov-traditie werd gevestigd door de ensceneringen van de Rus Pjotr Sjarov in de jaren vijftig en zestig, die de melancholie en de nostalgie in de stukken benadrukte, met veel lange, betekenisvolle stiltes. In 1969 brak Ton Lutz met die traditie door de hoop en de energie van de jeugd centraal te stellen, zoals zijn biograaf Xandra Knebel beschrijft in Toneelvader des vaderlands. Door het speeltempo op te schroeven, deed hij melancholie „vervagen”.

Lutz’ aanpak had ook een „ironiserende werking”. Dat is in lijn met de opvatting van Tsjechov zelf, die zijn stukken als komedies presenteerde. Onder meer het Werkteater gaf in 1979 uitvoering aan dat idee. Terwijl in een andere memorabele uitvoering, door Luk Perceval bij het Antwerpse Toneelhuis in 2003, juist een genadeloze somberte de toon aangaf. Die keuze, voor een wel of niet overheersende melancholie, bleef door de jaren heen een twistpunt. Over de Oom Wanja die Erik Whien in 2015 opvoerde, schreef de Volkskrant dat het ontbreken van onderliggende melancholie „een doodzonde” was. Terwijl NRC juist de weemoed van Tsjechov niet meer relevant achtte en de inzet op jeugdigheid en een „eigentijds levensgevoel” van Whien prees.

Sluysmans omarmt het idee van een tragikomedie en hoopt „een subtiele combinatie” van beide opvattingen te maken in zijn enscenering. „Met momenten van slapstick, zoals in een dronkemansscène. Met in contrast momenten waarop het gemis van Wanja’s overleden zus wordt gevoeld. Hun moeder, die ook op het landgoed woont, zegt dat het een eer was om haar dochter te krijgen, en dat het een nog grotere eer was om haar te laten gaan. Dat is dan weer hartverscheurend en melancholiek.”

Geen woord van Tsjechov zelf meer

De grote liefde voor Tsjechov waar Sluysmans van getuigt, gaat gepaard met een op het oog bizarre kronkel. Want keer op keer voert hij geen bewerkingen van Tsjechov in de gebruikelijke zin op, waarbij in teksten en personages wordt gesnoeid, of eigentijdse woorden en attributen worden toegevoegd. Sluysmans gaat een stap verder en laat Tsjechovs teksten geheel herschrijven door Nederlandse toneelschrijvers, totdat er, zoals hij claimt, geen woord van Tsjechov zelf meer in die nieuwe teksten staat. De Meeuw werd een tekst van Ilja Leonard Pfeijffer (Een Meeuw), De Kersentuin een tekst van Jibbe Willems, en de nieuwe Oom Wanja is een tekst van Peer Wittenbols. Zo staat het nu ook op het affiche: „Oom Wanja van Peer Wittenbols, naar Anton Tsjechov”.

‘Oom Wanja’ van Toneelgroep Maastricht, met vlnr Wendell Jaspers, Frieda Barnhard en Jan-Paul Buijs.

Schrijver Peer Wittenbols kreeg van Sluysmans carte blanche. Ook Wittenbols noemt zich „een groot bewonderaar van Tsjechov”. En zeker van Oom Wanja: „Waanzinnig mooi.” Wittenbols wilde het stuk niet opzettelijk of geforceerd moderniseren, vertelt hij, al vallen er woorden als film en bubbeltjesplastic. „Ik zocht een tijdloze stijl, die 1900, 1950 en nu zou kunnen aanduiden. Maar zonder mobiele telefoons en dat soort dingen. Want het uitgangspunt is dat dit een stuk van alle tijden is over het menselijke geploeter.”

Zijn idee was een aantal zaken hedendaags te maken: „De functie en positie van religie, de hiërarchie in de familie en de weergave van sociale klassen, en ook de verhoudingen tussen mannen en vrouwen, en tussen jong en oud. Verder was het mijn voornemen, en Michel wilde dat ook graag, een 100 procent nieuwe taal te zoeken. Omdat ik dacht: deze personages moeten zich opnieuw, in deze tijd, tot elkaar gaan verhouden.”

Maar is Tsjechov nog Tsjechov als je al zijn woorden vervangt? Wittenbols: „De kunst was om Tsjechov zoveel mogelijk te vergeten en me niet te veel door bewondering te laten weerhouden. Op basis van het verhaal, de scèneverdeling en de thematiek ben ik mijn eigen woorden gaan zoeken.”

Sluysmans ziet zijn opdracht tot herschrijven als een poging „hedendaags publiek een optimale toegang” tot Tsjechov te geven, zonder de ballast van de historische, sociaal-maatschappelijke werkelijkheid in de stukken: „Met respect voor het origineel.” En de mooie zinnen die Tsjechov schreef? „Tsjechov heeft absoluut veel mooie zinnen geschreven. Maar als ik schrijvers als Ilja Leonard Pfeijffer, Jibbe Willems of Peer Wittebols vraag, dan geef ik hen volledige vrijheid, want ik wil hen vol in hun kracht laten komen. Ik hoop dat als Tsjechov mijn voorstellingen zou zien, hij supertrots zou zijn. Want ik wil me niet tegen hem afzetten, ik wil hem op een voetstuk plaatsen.”

Voor Wittenbols zit Tsjechov in de tekening van de personages. Ook bij hem is oom Wanja „een eenzame, verloren ziel”, die ziet dat „zelfs zijn jonge nichtje Sonja al de sprankeling, de jeugdigheid en de hoop aan het verliezen is.” Die wanhoop maakt hem modern, zegt hij. „Niet voor niets zijn er nu meer psychologen, psychiaters en geestelijke begeleiders dan ooit. Zoals Sonja te zien is als een hedendaagse jongere die worstelt met haar mentale gezondheid, van wie er ook steeds meer zijn. Ze voelt aan alles dat het leven een verloren race is. Maar opgeven is geen optie. Deze mensen blijven overeind staan omdat ze die anderen nog hebben.”

Daarin ontwaart Wittenbols een komische kant: „Het is een zedenschets van een familie die de moed erin houdt. Dat is even vreselijk als grappig.” Typerend is de scène waarin Wanja tekeergaat over de professor. „Dat is ranten tegen de klippen op. Jezelf ervan overtuigen dat de ander faalt, opdat je zelf dan iets minder gefaald zult hebben. Die tragiek is mooi. Het is grappig door de harde beledigingen, maar je ziet ook een kind dat zijn eigen speelgoed kapot maakt. Daar zit dan weer een enorm verdriet onder.”

Ziet hij ook die stilstand? Of is er uiteindelijk toch iets veranderd? „Dat er nog meer hoop verloren is gegaan. Tegelijk rechten ze de rug, als na rouw, waarbij je denkt: ik weet niet hoe, maar we gaan door.”

Oom Wanja lijkt op Donald Duck

Wat niet gemoderniseerd hoeft te worden, is het bevlogen pleidooi van de dokter in het gezelschap voor het behoud van de natuur en tegen ontbossing, terwijl hij erop wijst hoeveel flora en fauna de mens al heeft vernietigd. Voor regisseur Liliane Brakema waren die woorden een aanknopingspunt om haar versie van Oom Wanja in 2020 bij het Groningse NITE om te toveren tot een klimaatmanifest, waarin een langdurige regenbui het toneelbeeld bepaalde. Brakema: „Tsjechov schetst een wereld die kapot is. Met mensen die zo graag gezien willen worden dat ze alleen maar meer kapot maken. Dat maakt hem actueel.” Het maakte haar versie ook dubbel zo wrang en pessimistisch. „Zoveel ondergangsdenken geeft een droevige boodschap af, maar als je die boodschap niet aangaat kom je ook niet tot verandering.”

Brakema paste de originele tekst licht aan. Meer was niet nodig. „Omdat ik denk: Tsjechov heeft het zo mooi opgeschreven. Wie gaat daar nog overheen?”

Schrijver en regisseur Casper Vandeputte werd door Erik Whien in 2015 gevraagd de tekst te bewerken. „Hij vroeg me alleen de tekst af te stoffen: de archaïsche dingen eruit te halen, zonder hedendaags te worden. Dus van kopeken geen euro’s maken, maar een bedrag een som geld noemen.”

Ook Vandeputte houdt van Tsjechov, met name van Oom Wanja, met de uitvoering van Perceval als meest onvergetelijke. „Een van mijn eerste grote theaterliefdes, een stuk dat ik zag op mijn zestiende. Dat is diep naar binnen gegaan.”

Zijn waardering zit in het bijna ontbreken van plot ten faveure van de verwikkelingen rond het klein menselijk leed. Dat maakt Oom Wanja ook herkenbaar. „Ik lees met mijn zoontje nu Donald Duck en die lijkt erg op Oom Wanja. Beiden hebben iemand boven zich – een oom, een zwager – die hen aftroeft, terwijl hun leven zwaar is en een aaneenschakeling van mislukkingen. Dat bracht Tsjechov als eerste het toneel binnen: de onhandigheden, de fouten, het klungelige. Je bent zelf ook zo iemand, als je weer eens per ongeluk een pot appelmoes omstoot in de supermarkt.”

Dat Tsjechov in zijn geheel wordt herschreven is wat Vandeputte betreft niet gek. „Het is een gegeven zo oud als het theater zelf. Er is een Elektra van Sophocles, en er is een Elektra van Euripides. Ieder heeft zijn eigen variant. Dat is wat we doen. Dat is wat theater is.”

Oom Wanja, door Toneelgroep Maastricht. Regie: Michel Sluysmans. Première 15 februari. Tournee t/m 6 juni. Info: toneelgroepmaastricht.nl Een filmversie van Liliane Brakema’s Oom Wanja uit 2020 is te zien op meernite.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Theater

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next