Home

‘Ik ben geen vluchteling of migrant. Ik ben Mo. En ik verhuisde vanwege ongelijkheid’

Mo Ahmed, gevlucht uit Soedan tijdens de dictatuur van Omar al-Bashir, leefde een paar jaar als ongedocumenteerde op straat.
‘Het was óf gedeporteerd worden vanuit Italië naar Soedan óf als illegaal leven in Nederland. Ik koos voor het laatste.’

is historicus en schrijft over cultuur en maatschappij.

Voor Mo Ahmed is Soedan het mooiste land op aarde. ‘Ik heb nooit iets mooiers gezien dan hoe de Blauwe en de Witte Nijl elkaar vinden bij mijn stad en samen verder stromen. Woestijnen, enorme bergketens, al die stammen en talen. We zijn rijk. Zo zag ik het.’

Sinds 2017 leeft de activist en muzikant in Nederland, gevlucht voor de dictatuur van Omar al-Bashir, de voormalige Soedanese president die door het Internationaal Strafhof is beschuldigd van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Dertig jaar lang duurde het bewind van Al-Bashir; het besloeg het grootste deel van het leven van Ahmed, die in de veertig is. ‘Ik had nooit gedacht het paradijs te verlaten, en toch is het gebeurd.’

In de tweewekelijkse serie ‘Eerste generatie’ laat de Volkskrant mensen aan het woord die als eersten van hun familie naar Nederland kwamen. Waarom namen zij afscheid van hun land, welk leven lieten ze achter en hoe bouwden ze een nieuw bestaan op?

Omringd door zijn muziekinstrumenten in zijn appartement in Utrecht vertelt Ahmed in het Engels over de zorgen die hij de laatste maanden heeft gehad over zijn familie in Soedan. De machtsstrijd tussen het Soedanese leger en de paramilitairen van de Rapid Support Forces (RSF) mondde in 2023 uit in een bloedige burgeroorlog. Zijn familie in de stad Omdurman raakte daarin verstrikt nadat de RSF de luchthaven van de nabijgelegen hoofdstad Khartoem had aangevallen. ‘Ik wist meteen: ze moeten daar weg.’

Via zijn telefoon volgde hij hoe de paramilitairen plunderend, moordend en verkrachtend door de stad trokken. ‘Ons huis werd vernietigd door een drone, een dag nadat mijn familie was vertrokken. Er werd op hen geschoten in de auto. Drie maanden lang vluchtten ze van plek naar plek.’ Intussen bewoog Ahmed via oude contacten en vrienden hemel en aarde om zijn moeder en vijf broers en zussen uit de hoofdstad te krijgen, en daarna het land uit.

Is uw familie nu veilig?

‘Ja, ze zijn verspreid over Egypte, Sa­oedi-Arabië en Ethiopië. Ik ben nog steeds op zoek naar een groot deel van de rest van mijn familie. In elk geval zijn twee ooms en een neef doodgeschoten.

‘En al die tijd zat ik hier. Belde rond. Stuurde geld. Het was alsof ik op een soort speciale missie was, want ik moest mijn familie zien te overtuigen de gevaarlijke straat op te gaan. Mijn broer wilde niet weg. Hij zei: ‘We hebben niets verkeerds gedaan.’ Maar zelfs als de RSF en het leger ze met rust zouden laten, konden ze nog steeds sterven door gebrek aan eten en medicijnen. Mijn moeder heeft hoge bloeddruk en diabetes.

‘Ik ben vóór mijn vlucht lang betrokken geweest bij sociale bewegingen in mijn land en heb veel gedemonstreerd. Ik ken de realiteit: militaire machten zullen alle pogingen van burgers om het land richting democratie te sturen met geweld onderdrukken.’

Waar demonstreerde u destijds tegen?

‘Tegen het extreem-islamistische regime van Al-Bashir. Tegen het geweld en de ongelijkheid tussen etnische minderheden die hij alleen maar heeft vergroot. Samen met een grote groep activisten organiseerde ik demonstraties in Khartoem, Omdurman en Bahri. We demonstreerden omdat we bang waren dat Soedan zou ineenstorten. En dat is ook gebeurd.

‘Ik deed daarnaast vrijwilligerswerk bij organisaties die mensen helpen die buiten de stad in zeer slechte omstandigheden leven. In de winter stuurden we dekens en andere spullen. En we deden ook bewustwordingscampagnes over verschrikkelijke islamitische praktijken, zoals genitale verminking bij vrouwen en huwelijken tussen mannen en zeer jonge kinderen. Daarnaast boden we hulp aan zwangere vrouwen.

‘In bussen deelden we kleine flyers uit aan de passagiers en gingen met hen in gesprek. Soms werden we uit de bus gezet, of de chauffeur sloot de deuren en zei: ‘We rijden met jullie door naar het politiebureau.’ Dan moest je uit het raam springen, anders werd je gearresteerd.’

Bent u gearresteerd?

‘Ik denk ongeveer vijftien keer. Meestal werd ik twee nachten vastgehouden, door politieagenten in elkaar geslagen, en weer vrijgelaten. Ik zag aan hun blik dat ze van me walgden. En dan zei ik: ‘Ik demonstreer ook voor jou, zodat jij niet voor een karig maandsalaris mensen in elkaar hoeft te slaan.

‘Tijdens een van de demonstraties werd mijn beste vriend neergeschoten, door een scherpschutter van het leger of de politie. De beproefde strategie van het regime was: een zeer actieve activist uitschakelen, zodat de rest bang wordt en vlucht. Ik stond iets verderop toen het gebeurde en snelde naar mijn vriend toe. Hij was midden in zijn hoofd geraakt en overleed in mijn armen. Toen werd het persoonlijk.’

Hoe bedoelt u?

‘Ik realiseerde me dat ik de volgende kon zijn. Ik werd agressiever in mijn activisme. Ik sliep slecht. Als ik ’s nachts wakker lag, ging ik de straat op om op muren anti-Bashirleuzen te kalken of foto’s te plakken van vermoorde activisten. Mijn naam ging rondzingen. Dat kwam met name door de muziek. Ik had altijd een djembé bij me, en mensen verzamelen zich tijdens de demonstratie rond degene die drumt.

‘De laatste keer dat ik werd gearresteerd, keek ik naar een voetbalwedstrijd op straat. Een agent liet een formulier zien en nam me zonder verdere toelichting mee. Ik zat in een politiecel toen ik ’s nachts opnieuw werd meegenomen – ik denk door de nationale veiligheidsdienst.

‘Ik werd vastgehouden op een plek waar ik fysiek werd gemarteld. Ze zeiden dat ik geen echte moslim was. Ze zeiden verschrikkelijke dingen over mijn familie. Dat ik... ik kan het eigenlijk niet beschrijven.’

Hoe lang was u daar?

‘Ongeveer tien dagen, maar ik weet het niet zeker; ik heb een aantal dagen in coma gelegen. Ik verloor het bewustzijn en werd wakker in het ziekenhuis. Een vriend zocht me op. Hij fluisterde: je moet vluchten, je gaat worden gedood.

‘Vrienden kochten het personeel en de politie om en haalden me uit het ziekenhuis. Ik heb me een paar maanden schuilgehouden op de boerderij van een oude vriend, totdat mijn vrienden een smokkelaar hadden gevonden.

‘Ik had in Soedan geen luxe leven, maar wel een goede, stabiele situatie. Ik heb een bachelor in ICT en een master in business. In Soedan werkte ik zes jaar als vertegenwoordiger bij Mitsubishi en Mercedes. Ik had mijn eigen auto. Ik heb alles verkocht om de smokkelaar te kunnen betalen. Hij regelde de vliegtickets en de paspoorten.

‘Ik vloog vanuit Soedan naar Saoedi-Arabië, en toen via Italië naar Eindhoven.’

En in Nederland vroeg u asiel aan?

‘Nee. De Dublinverordening gebood mij terug te gaan naar Italië om asiel aan te vragen. Maar ik las online dat Italië tientallen Soedanezen had teruggestuurd, als onderdeel van een deal die het land had gesloten met het regime van Al-Bashir. Na twee jaar kon ik eventueel opnieuw asiel aanvragen in Nederland, had de IND gezegd. Het was óf gedeporteerd worden vanuit Italië naar Soedan óf als illegaal leven in Nederland, en ik koos voor het laatste.’

Waar leefde u?

‘Gewoon, op straat, in het park. In Amsterdam, Den Haag en ook hier in Utrecht. Ik ken nu de hele stad, omdat ik als dakloze ben begonnen. Soms sloot ik me aan bij straatmuzikanten. Ik verdiende wat geld met drummen op een djembé die ik van iemand had geleend. Ik ontmoette mensen die in kraakpanden woonden, daartussen zaten ook conservatoriumstudenten. En dan verbleef ik een tijdje bij hen.’

Hoe waren die jaren?

‘Verschrikkelijk. Zodra je in de categorie ‘ongedocumenteerd’ zit, voelt het alsof je in quarantaine bent geplaatst. Ik was nauwelijk nog verbonden met de samenleving. Ik kon niet werken, ik kon niet zomaar naar een arts. Mijn PTSS is onbehandeld gebleven. Ik weet nu hoe verdrietig en eenzaam die maatschappelijke afwijzing kan zijn. Sommige mensen zoeken hun troost in drugs. Ik ken bijna alle daklozen in Utrecht. Sommigen van hen vragen me nu om een euro, en ik herken ze nog, maar zij mij niet meer.’

‘Ik hield me vast aan de gedachte dat ik in Nederland veilig was, dat niemand me zou doden.’

Wat is uw status nu?

In het Nederlands: ‘Ik ben Nederlander.’

Bent u daar blij mee?

Weer in het Engels: ‘Nee, daar ben ik niet per se blij mee. Ik denk niet aan wat ik persoonlijk heb bereikt, maar aan waar een mens recht op heeft. Iedereen zou het recht moeten hebben om een grens over te steken om veiligheid te vinden. Die grens is verzonnen, we zien haar niet eens, en toch heb jij meer rechten dan ik omdat je aan de goede kant geboren bent.

‘Ik ben geen vluchteling of migrant. Ik ben Mo. En ik verhuisde vanwege onderdrukking en ongelijkheid, en ik wil dezelfde rechten en waardigheid als ieder ander.

‘Ik hoopte niet eens op dit rode paspoort. Ik hoopte dat mensen naast me zouden staan omdat ik zo veel had meegemaakt. In plaats daarvan werd ik behandeld alsof ik een crimineel was.

‘Ik maak muziek, mijn teksten gaan over gelijkheid. Over liefde die belangrijker is dan religie of wat dan ook. Elkaar accepteren in al onze verschillen. Dat droeg ik uit op de straten en pleinen in Soedan. En ik heb mijn leven op het spel gezet voor die boodschap. Ik pakte geen geweer, maar een instrument.’

Ahmed staat plots op: ‘Meer thee?’

Even later komt hij de woonkamer weer in en neemt op de bank plaats naast een oed, een Arabische luit: ‘Daarom noem ik mijn activisme nu ‘artivisme’. Ik heb een band opgericht: Mo & Kushband. We maken dansmuziek met krachtige, rauwe zang. Protestliederen.’

Ahmed nam vorig jaar in Egypte het album Asmar op, samen met Soedanese artiesten uit de diaspora, die gevlucht zijn voor de oorlog. Ze komen uit verschillende stammen, op het album wordt in vijf Soedanese talen gezongen. ‘Soedan kent meer dan vierhonderd talen en dialecten.’

Daarnaast werkt hij bij een muziekschool in Amsterdam. ‘Het is administratief werk. Ik zorg ervoor dat alles soepel verloopt voor de docenten en kinderen. Maar ik geef ook drumworkshops via verschillende organisaties.’

‘Mijn Nederlands is niet goed genoeg voor een salesbaan zoals ik in Soedan had, maar in de ICT is vast genoeg werk te vinden, dacht ik. Ik heb mijn diploma officieel laten vertalen en 25 keer gesolliciteerd voor een ICT-baan, ook voor stages en traineeships. Ik werd overal afgewezen.’

Weet u waarom?

‘Ik heb geen idee. Ik wil niet zeggen dat het racisme is, of dat het iets te maken heeft met mijn naam.’

Maar u vermoedt van wel?

Ahmed lacht hardop. ‘Mijn mond zwijgt, maar mijn hart spreekt.

‘Gelukkig kan ik muziek maken. Anders weet ik niet hoe ik in Nederland had kunnen overleven of werk had kunnen vinden.’

De volledige naam en exacte leeftijd van Mo Ahmed zijn om veiligheidsredenen niet genoemd.

Sinds 2023 woedt in Soedan een machtsstrijd tussen het nationale leger (SAF) en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). De RSF is voortgekomen uit de beruchte Janjaweed-milities die, gesteund door de Soedanese regering, tussen 2003 en 2005 in Darfur verantwoordelijk waren voor grootschalig etnisch geweld en massamoord op niet-Arabische gemeenschappen.

Na grote burgerprotesten in 2019 werd dictator Omar al-Bashir na dertig jaar afgezet. Er was korte tijd hoop op een vreedzame transitie naar een democratische regering, totdat vier jaar later een machtsstrijd uitbrak en de burgeroorlog begon. Het geweld kostte naar schatting al 150 duizend mensen het leven, meer dan 12 miljoen mensen raakten ontheemd. De meeste vluchtelingen blijven in omliggende landen, een klein aantal komt naar Europa.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next