Israël-Palestina
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Met drie tamelijk technische kabinetsmaatregelen heeft Israël de afgelopen weken grote stappen gezet op weg naar annexatie van de bezette Westelijke Jordaanoever. Eerst was daar het besluit dat Israël in Palestijnse dorpen en steden voortaan het beheer verzorgt van gemeentelijke diensten en taken. Daarbij kwam de aankondiging dat het kadaster voortaan openbaar is, waardoor Israëlische kolonisten rechtstreeks Palestijnse landeigenaren kunnen benaderen om hun grond over te kopen.
Afgelopen zondag besloot het Israëlische kabinet tot een derde administratieve maatregel. Palestijnen in Gebied C, het door Israël beheerde gebied van de Westelijke Jordaanoever, moeten eigendomspapieren van hun land kunnen overleggen. Kunnen ze dat niet, dan verklaart Israël hun grond tot staatseigendom – ook als hun familie er al generaties woont.
Vergeleken met de openlijke geweldpleging door kolonisten, de verjaging van herdersgemeenschappen en de massale kap van Palestijnse olijfbomen stelt het drietal besluiten op het oog niet veel voor. Dat is schijn: met deze maatregelen sluit Israël langzaamaan het net rond de Palestijnen in bezet gebied. Ze passen bij de agenda van het extreemrechtse Israëlische kabinet om de Westelijke Jordaanoever helemaal Israëlisch te maken, liefst zonder al te veel Palestijnen erop. Wie er ondanks alle intimidatie toch blijft wonen, dient het hoofd te buigen voor Israël.
De administratieve maatregelen stuitten op terechte weerstand van Europese en Arabische landen. Samen luiden de besluiten het einde in van de in de jaren negentig nog zo hoopvol onthaalde Oslo-akkoorden. Die waren bedoeld om de Palestijnen geleidelijk aan meer zelfbestuur te geven, waarna ze uiteindelijk een eigen staat zouden krijgen.
Het omgekeerde is gebeurd: de Palestijnen kregen minder en minder zeggenschap, mochten zich op steeds kleinere stukjes land bewegen, en een eigen staat is volledig uit beeld geraakt. Op dat laatste feit is de Israëlische regering buitengewoon trots. Voor premier Benjamin Netanyahu en zijn collega’s is het verhinderen van een Palestijnse staat het hoogste doel.
In VN-resolutie 2803, gebaseerd op het twintigpuntenplan voor Gaza van de Amerikaanse president Donald Trump, is sprake van een „geloofwaardig pad” naar een Palestijnse staat. Even was er de verwachting dat Trump zou ingrijpen toen Netanyahu vorige week in Washington op bezoek was.
Maar de Amerikaanse president speelt een semantisch spel: hij zegt geregeld dat Netanyahu heus niets met de Westelijke Jordaanoever van plan is, en dat het daarom niet nodig is om hem tot de orde te roepen. Intussen zijn er in een jaar tijd 86 nieuwe buitenposten bij illegale Israëlische nederzettingen gesticht en zetten hordes losgeslagen kolonisten Palestijnse dorpen in brand. „Een handjevol kinderen”, noemde Netanyahu hen bagatelliserend.
Nu er van Trump op dit vlak weinig te verwachten valt, is het aan de Europese Unie om meer te doen dan slechts haar veroordeling uit te spreken. Israël kan steviger tot de orde geroepen worden, bijvoorbeeld met sancties, of het intrekken van handelsvoordeeltjes. Terwijl Europa toekeek, heeft Israël een levensvatbare Palestijnse staat allang onmogelijk gemaakt. Nog langer aan de zijlijn staan betekent dat het Palestijnse volk, na de vernietiging van Gaza, straks ook niet meer op de Westelijke Jordaanoever terecht kan.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet