Nathalie van Berkel sjoemelde met haar cv. Ze trok zich toen dat duidelijk werd terug als staatssecretaris en stopte als Kamerlid. Maar hoe erg is het om een potje te liegen tijdens sollicitaties?
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Wordt er veel gesjoemeld en gelogen op cv’s en bij sollicitaties?
Jazeker, zegt zowel Sophie van der Zee als Annemiek van Kessel. Van der Zee is gedragseconoom aan de Erasmus School of Economics, met speciale interesse voor leugens. En Van Kessel heeft in de dertig jaar dat ze actief was in human resources (hr) vele honderden cv’s gezien. Ze schreef daarnaast met Wat zit je haar goed!, een boek over liegen en leugens.
Van der Zee geeft als voorbeeld een Amerikaans onderzoek onder studenten. 85 procent gaf toe bij sollicitatiegesprekken relevante informatie te hebben weggelaten en 88 procent zei informatie te hebben verzonnen om zich beter voor te doen. Ook een vergelijking van acht wetenschappelijke studies naar liegen tijdens sollicitaties laat zien dat dit veel gebeurt. Afhankelijk van het onderzoek deed 17 tot wel 92 procent van de kandidaten zich heel veel beter voor dan gerechtvaardigd was. ‘En zulke cijfers liggen waarschijnlijk hoger, want mensen geven oneerlijk gedrag niet graag toe.’ In een ander Amerikaans onderzoek werden nepsollicitatiegesprekken gedaan met bijna afgestuurde studenten. Zij bleken gemiddeld twee leugen(tjes) te vertellen per gesprek.
Waar liegen sollicitanten over?
Het is wel de vraag, zegt Van Kessel, wat je precies onder liegen verstaat. Sollicitanten poetsen hun cv vaak een beetje op, door hun huidige functie net wat mooier te noemen (‘office manager in plaats van secretaresse’), hun vaardigheden een beetje te overdrijven of door een gat van een paar maanden tussen twee banen te verdonkeremanen. ‘Als je een werkgever of collega daar niet mee schaadt, is dat niet zo ernstig.’
Hoe liegen ze?
Door relevante informatie weg te laten – zoals dat gat tussen twee banen. Door te overdrijven, zegt Van der Zee ook. ‘Bijvoorbeeld door te zeggen dat je vloeiend een taal spreekt, terwijl je net twee bier kunt bestellen.’ Door dingen juist kleiner te maken (‘een conflictstituatie wegzetten als een meningsverschil’). En door echt iets te verzinnen, zoals opleidingen die je niet hebt gevolgd of voltooid.
Waarom liegen ze?
Het gaat vaak om imagomanagement, zegt Van der Zee. Om je net iets beter, net iets slimmer voor te doen dan je bent, in de hoop dat je wordt aangenomen. Maar mensen praten soms ook mee met degenen die het sollicitatiegesprek afnemen, om aardig gevonden te worden of te laten zien dat ze bij de organisatie passen.
Waarom controleren werkgevers niet beter?
Dat is hier wel een paar keer misgegaan, concludeert Sophie van der Zee. Ook bij Van Berkels vorige werkgever, het UWV, waar ze bestuurder was, is haar opleiding kennelijk niet gecontroleerd. Terwijl: werkgevers kunnen gewoon om diploma’s vragen en om cijferlijsten. Bij sollicitaties aan de universiteit is dat gebruikelijk, zegt Van der Zee.
‘Mensen geloven graag in leugens als ze iets willen of wanneer het ze goed uitkomt’, zegt Annemiek van Kessel. ‘Dan denken ze: die diploma’s heeft ze vast wel, ze werkt immers al in die goede baan. Maar screenen moet je altijd doen. Ik vroeg altijd om een diploma.’
Wanneer is het erg?
Een beetje oppoetsen doet iedereen. Zelfs werkgevers laten functieomschrijvingen mooier klinken dan de functie is. Maar echte leugens kunnen heel problematisch worden. Van Kessel noemt het voorbeeld van vervalste diploma’s in de zorg – dan kunnen patiënten in gevaar komen. Maar ook liegen over je opleiding is ernstig, omdat dit het vertrouwen schaadt.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant