Home

Iraniërs markeren veertigste dag na bloedige protesten met gespannen herdenkingen

Protesten in Iran In de sjiitische traditie markeert de veertigste dag na een overlijden – chehelom in het Perzisch – het einde van de intense rouwperiode. In het hele land worden de doden van de neergeslagen protesten herdacht. Slaat de publieke rouw om in nieuw politiek verzet?

Beelden van een bijeenkomst in het West-Iraanse Abdanan, waar inwoners hun omgekomen stadsgenoten herdenken.

Terwijl Amerikaanse en Iraanse delegaties in Genève indirect onderhandelen over een nieuw nucleair akkoord, markeert dinsdag in Iran de chehelom: de veertigste dag na het bloedige neerslaan van de protesten van 8 op 9 januari. Door het hele land komen mensen bijeen om de doden te herdenken. Tijdens de ceremonies worden niet alleen geliefden herdacht, maar ook gezamenlijk leuzen tegen het regime geroepen.

De veertigste dag na een overlijden – chehelom in het Perzisch – markeert in de sjiitische traditie het einde van de meest intense rouwperiode. Nabestaanden keren daarna geleidelijk terug naar het dagelijks leven. In tijden van politieke crisis krijgt deze dag echter een tweede betekenis: ze fungeert als verzamelpunt voor publieke rouw die kan omslaan in politiek verzet.

Een van de bijeenkomsten vond plaats in Abdanan (West-Iran), waar inwoners hun omgekomen stadsgenoten herdachten. Op een video, op X geplaatst door Iran International en geverifieerd door NRC, zijn betogers te zien die leuzen scanderen als ‘dood aan Khamenei’. Even later is op een andere video te zien dat op de menigte wordt geschoten.

NRC verifieerde op basis van openbronnenonderzoek [osint] meerdere beelden vanuit Iran, waarin te zien is hoe het regime in groten getale aanwezig is bij de herdenkingen en in sommige gevallen hard optreedt tegen rouwende betogers.

Het regime is zich bewust van de risico’s dat de herdenkingen kunnen uitmonden in nieuwe demonstraties en heeft uitgebreide veiligheidsmaatregelen genomen. De begraafplaats in Arak is tot eind februari volledig afgesloten. Bij de Behesht-e-Zahra begraafplaats in Teheran is een zware veiligheidsmacht ontplooid. In Abdanan, Sanandaj (West-Iran) en Qaem Shahr (Noord-Iran) patrouilleren militaire voertuigen en motoragenten door de straten om samenkomsten te verhinderen.

Militaire voertuigen rijden door de straten van Qaem Shahr.

Tegelijk probeert de overheid de regie over de herdenkingen te behouden met officiële plechtigheden. Vicepresident Mohammad Reza Aref riep via sociale media op tot deelname: „Ik nodig iedereen uit om de herdenkingsplechtigheden voor de 40e dag in het hele land bij te wonen.” Deze oproep contrasteert met de harde toon van premier Pezeshkian, die de protesten „abnormaal” noemde, en Quds-commandant Esmail Qaani, die waarschuwde dat demonstranten „de gevolgen van hun daden zullen zien”.

Ondertussen groeit op scholen en universiteiten het verzet. De lerarenvakbond heeft woensdag 19 februari uitgeroepen tot nationale rouwdag; scholen blijven dan gesloten. Studenten van 26 universiteiten kondigden stakingen aan voor 18 en 19 februari. In steden als Karaj en Isfahan steken scholieren kaarsen aan en zingen ze protestliederen ter nagedachtenis aan de meer dan tweehonderd omgekomen studenten.

De combinatie van rouw en verzet tekende zich al kort na de demonstraties van 8 januari af, tijdens begrafenissen van omgekomen betogers. Een Iraanse Nederlander, wiens broer in het zuiden van Iran woont, vertelt dat zijn broer vlak na de protesten zo’n begrafenis bijwoonde. „In Iran is het gebruikelijk om de overledene lopend de laatste driehonderd meter naar de begraafplaats te begeleiden. Er kwamen duizenden mensen op af, die leuzen tegen het regime scandeerden.”

De combinatie van rouw en verzet bij de chehelom speelde ook een sleutelrol tijdens de revolutie van 1979. Telkens wanneer veiligheidstroepen demonstranten doodden, kwamen veertig dagen later opnieuw massa’s bijeen om hen te herdenken. Bij die herdenkingen vielen vaak nieuwe doden, wat een volgende rouwcyclus in gang zette. Deze spiraal hield de protestbeweging in 1978 gaande, tot de monarchie in februari 1979 viel.

Katalysator

Ook na de dood van Mahsa Amini in september 2022 bleek de veertigste dag een katalysator. Tienduizenden mensen trokken naar de begraafplaats Aichi in Saqqez, haar geboortestad, terwijl in Teheran, Isfahan en Mashhad opnieuw protesten uitbraken en veiligheidstroepen het vuur openden.

Of de veertigste dag nu opnieuw een protestcyclus ontketent, is nog onzeker. Duidelijk is wel dat het regime de historische kracht van dit moment kent – en alles doet om te voorkomen dat rouw opnieuw in opstand omslaat.

Midden-Oosten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next