Momenteel staan er twee Carmens in de danstheaters: altijd neergezet als een verhaal over liefde en passie, maar in feite het beroemdste werk over femicide. Wat doet dat met ons, kijkers, ál die voorstellingen, films en series met de moord op een vrouw als entertainment?
En dan is daar toch ineens het mes. Even daarvoor nog domineerde ballerina Carmen in haar rode fladderjurk het podium: in een elektriserend, broeierig duet met macho Escamillo, in een tedere omhelzing met haar lief Don José, bij haar afwijzing van hem. Nu hangt ze, tegen het brutalistisch decor van een treinviaduct, willoos om de hals van die laatste en slepen haar benen als spaghettislierten over de vloer terwijl hij het mes in haar lichaam stoot.
Hoewel choreograaf Ted Brandsen van Het Nationale Ballet bewust afstand wilde nemen van alle Carmen-clichés en haar wilde neerzetten als een sterke vrouw – ‘als tegenwicht voor de slachtofferrol die vrouwen in het klassieke ballet traditioneel vaak hebben’ – kon hij er toch niet omheen dat zijn hoofdpersonage aan het eind slachtoffer wordt van moord.
Ook Introdans herneemt deze maand Carmen – een familievoorstelling, volgens de site – over ‘de zachtaardige soldaat Don José’ die ‘als een blok valt voor de vurige Carmen’. En ook hier sterft Carmen op het toneel. Na een venijnig duw-en-trekduet gaat het toneellicht een fractie van een seconde uit. Daar ligt Carmen, bewegingloos, met een knalrood sjaaltje op de plek van haar hart en een radeloze Don José aan haar zijde.
In opera worden vrouwen bij bosjes gestalkt, mishandeld en vermoord – áls ze al een rol van betekenis spelen, schreef de Franse filosoof Christine Clément in de jaren zeventig al in haar gezaghebbende werk Opera, or the Undoing of Women. Maar eigenlijk geldt dat evenzeer voor balletten, romans, popliedjes en series. Wat doet dat met onze opvattingen over femicide en geweld tegen vrouwen?
‘Hoe vaak begint een misdaadserie niet met een openingsshot van een jonge, vermoorde vrouw in een greppel, op een tafel in een mortuarium of haar appartement?’, vraagt Sofia Forchieri, die aan de Radboud Universiteit femicide in Spaanstalige literatuur bestudeert. ‘Meestal fungeert ze als erotisch lokaas om kijkers het verhaal in te trekken en speelt ze in de rest van het verhaal nauwelijks een rol van betekenis.’ Filmmakers en schrijvers lijken een fascinatie te hebben voor het dode lichaam van jonge vrouwen, die volgens Forchieri vaak ‘half ontkleed, geseksualiseerd en passief’ worden afgebeeld. ‘Edgar Allan Poe noemde de dood van een mooie vrouw niet voor niets ‘unquestionably the most poetical topic in the world.’’
In de popmuziek is het niet anders. ‘I’d rather see you dead, little girl/ than to be with another man’, zongen The Beatles in 1965 en ze waarschuwden de ‘little girl’ dat het ‘the end’ was als ze haar met een ander zouden betrappen. John Lennon baseerde zich weer op een liedje van Elvis. Ook in de hit Delilah zingt Tom Jones vanuit het perspectief van een bezitterige man die zijn vriendin met een ander ziet, haar opwacht en vermoordt. Where the wild roses grow van Nick Cave verhaalt over een man die eerst een vrouw verleidt en haar dan vermoordt. In Kim van Eminem uit hij zijn intense haat tegen zijn ex en zegt dat hij haar gaat vermoorden. In Nederland deed Ronnie Flex iets vergelijkbaars in Suicide.
Advocaat Ingrid Vledder en Ariane Hendriks, docent recht aan de universiteit van Tilburg, konden met gemak een twee uur durende afspeellijst samenstellen van popsongs waarin vrouwen worden vermoord. In hun boek Met liefde heeft het niets te maken (2025) over intieme terreur en femicide, vragen ze zich af wat het effect van die cultuur is.
‘Zo’n bombardement aan beelden van vrouwen die verkracht, gemolesteerd en vermoord worden, wekt de indruk dat dit soort geweld normaal is’, denkt onderzoeker Sofia Forchieri. ‘Je kunt het idee krijgen dat het iets onvermijdelijks is. Dat je er niets tegen kunt doen.’ En daarmee draagt het bij aan de normalisering van geweld tegen vrouwen, vindt Ingrid Vledder.
Femicide vindt niet in een vacuüm plaats, schrijven Vledder en Hendriks. ‘Mannen plegen dit soort moorden niet uit liefde, maar uit bezitsdrang en intolerantie voor afwijzing.’ Die misogyne denkbeelden komen ergens vandaan, legt Vledder op haar kantoor uit. ‘Ze zijn ingebed in onze samenleving. Van jongs af aan krijgen we via films, verhalen en liedjes dit soort seksistische denkbeelden mee over ongelijke man-vrouwverhoudingen en over romantische relaties. Dat het normaal is om vrouwen als bezit te zien, dat ze het geweld over zichzelf afroepen als ze hun man in de steek laten.’
In een artikel uit de Volkskrant van 2021 over femicide concludeerde ook recherchepsycholoog en stalkingsdeskundige Bianca Voerman dat ‘door alle romantische films en liedjes veel mensen zijn gaan geloven dat als je maar lang genoeg volhoudt, je het meisje wel krijgt. In onze hoofden heeft het idee zich vastgezet dat romantische liefde samengaat met bezitterigheid.’
De criminologen Helen Baker en Eleanor Peters zien dat dit soort (muzikale) narratieven parallellen vertonen met ‘strafrechtelijke verweren die mannen aanvoeren als zij hun (ex-)partners hebben vermoord of ernstig hebben verwond’, schrijven ze in The Palgrave Handbook of Violence Against Women and Girls uit 2025. Waarmee ze doelen op de verhalen over controleverlies of moord uit liefde en op victimblaming.
Voor dramaturg Paulien Geerlings van de Toneelmakerij was de marginalisering van vrouwen en het vele geweld tegen hen in toneelstukken zelfs reden om in een essay op te roepen om maar gewoon helemaal te stoppen met het op de planken brengen van dit soort werk: kill de klassieken! ‘Omdat het qua representatie van vrouwen vrijwel altijd misgaat’, legt ze in het Amsterdamse jeugdtheater uit.
‘Neem de woorden die Introdans op zijn site gebruikt: Carmen is ‘ontembaar’, alsof ze getemd zou moeten zijn, er is sprake van een ‘fatale liefde’ en van ‘te veel houden van’. Dat klinkt als een rechtvaardiging voor de moord.’ Vooral ook omdat de voorstelling zelf begint met een filmpje dat uitlegt hoe Carmen door haar ‘vurige karakter’ en ‘warme hart steeds in de problemen komt’; hoe ze Don José op het verkeerde pad brengt; dat hij uiteindelijk als hij hoort dat ze met een ander gaat trouwen ‘superboos’ wordt, ‘gek van verdriet’ en hoe ‘het zwart voor zijn ogen wordt’.
Dat zijn frasen die volgens advocaat en cultuurwetenschapper Ingrid Vledder ‘naadloos passen in het crime passionnel-discours, waardoor daders lagere straffen krijgen: ze doen het immers uit liefde, ze kunnen er niets aan doen.’ Zo’n frame bagatelliseert in haar ogen het misdrijf. ‘De stoom komt uit mijn oren als ik hoor dat dit soort voorstellingen bij basisscholen wordt gepromoot en we ook de jongste generatie met het gevaarlijke narratief opzadelen dat vrouwen die voor zichzelf kiezen dat met de dood moeten bekopen.’
De vraag is of het ook echt zo werkt. Het gaat immers over kunst en artistiek werk. Hebben mensen die naar seksistische liedjes luisteren of in een theater naar Carmen kijken daarna meer seksistische gedachten? Naar popmuziek is redelijk wat onderzoek gedaan. Met nogal wisselende uitkomsten. Waardoor cultuursocioloog Luca Carbone en collega’s van de KU Leuven het tijd vonden voor een meta-analyse. In totaal analyseerden ze 82 onderzoeken uit de periode 1972 – 2021, waaraan in totaal ruim 22 duizend proefpersonen deelnamen. Uit hun onlangs gepubliceerde studie blijkt inderdaad een verband tussen luisteren naar muziek en overtuigingen die in de geest zijn van de teksten.
‘Maar ja’, relativeert Carbone telefonisch, ‘is het een causaal verband? De vraag blijft: kiezen mensen dit soort muziek omdat die past bij hun overtuigingen of worden hun overtuigingen juist beïnvloed door de muziek? Dat is nog niet duidelijk.’ Bovendien ging het meestal om experimenteel onderzoek. ‘Je laat iemand dan bijvoorbeeld een geseksualiseerde song horen en een andere groep een neutrale, en je meet hun attitudes vóór en na.’ Groepen die de geseksualiseerde content kregen voorgeschoteld, hadden een meer geseksualiseerde houding.
Het probleem is volgens Carbone dat een experiment ver af staat van situaties in het dagelijks leven. ‘Dan luisteren mensen naar allerlei soorten muziek door elkaar, vaak als achtergrond en met wisselende aandacht.’ Onbekend is hoe lang het effect duurt. Daar komt nog bij dat dezelfde beelden of liedjes door verschillende mensen totaal tegengesteld kunnen worden opgevat. ‘Neem de nummers en optredens van Beyoncé. Sommigen vinden die seksualiserend en vinden dat zij patriarchale normen bevestigt, anderen zien haar juist als feministisch en empowerend.’
Het is te simpel om te denken dat media zoals muziek, opera, film, series en romans rechtstreeks seksistische gedachten in iemand kunnen injecteren. Eerder is het zo dat die denkbeelden vertolkt worden ómdat ze resoneren bij mensen, denkt cultuursocioloog Samira van Bohemen, die aan de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar stereotypering en porno. ‘Het publiek herkent er iets in, anders consumeerden ze het niet.’
En dat komt doordat dit soort ideeën nog diep verankerd zijn in onze samenleving. ‘We leven in feite nog altijd in een patriarchale wereld.’ Sociologen spreken daarom eerder van een circuit of culture. ‘Femicide komt niet een-op-een door foute liedjes, oubollige ideeën in opera’s of gewelddadige games. Mensen hebben bepaalde normen, waarden en ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid en hoe relaties horen te zijn. Die ideeën voeden vervolgens kunst en media en die hebben op hun beurt weer invloed op onze denkbeelden.’
In die zin is het logisch dat er, nu femicide meer aandacht krijgt in het maatschappelijke debat, ook meer ‘tegenverhalen’ komen, denkt Forchieri. Bijvoorbeeld door opera’s als Carmen of klassieke toneelstukken te herschrijven. Regisseur Lotte de Beer deed het voor de Volksoper in Wenen, waar ze de vierde wand doorbrak en het publiek confronteerde met hun eigen opwinding om Carmen op het podium vermoord te zien worden.
Iets vergelijkbaars deed Robert Carsen, die het Carmen-publiek van De Nationale Opera in 2022 eveneens een spiegel voorhield over femicide als entertainment. Ook Ted Brandsen, choreograaf en artistiek directeur van Het Nationale Ballet, schaart zichzelf onder deze categorie van hervertellers: ‘Anders dan in de 19de-eeuwse opvoeringspraktijk zet ik Carmen niet neer als een fatale vrouw die allerlei mannen het hoofd op hol brengt en haar dood aan zichzelf te wijten heeft. Ik zie haar als een krachtige vrouw die vrij wil zijn, maar sterft omdat ze een man tegenkomt die daar niet tegen kan, die niet kan omgaan met afwijzing. En dat is helaas nog steeds aan de orde van de dag.’
Herhaalt hij dan niet het oude narratief? ‘Had ik haar dan niet moeten laten vermoorden? Dat kan niet: dan is er geen drama, maar ook geen boodschap. De boodschap is nu: kijk uit voor mannen die niet opgewassen zijn tegen vrijgevochten vrouwen.’
Het lastige is dat dit bezoekers kan ontgaan, denkt dramaturg Paulien Geerlings, omdat bij klassiekers nu eenmaal het oude verhaal blijft resoneren. Zelf ervoer ze dat toen ze in een bewerking van Hamlet Ophelia ‘een upgrade’ gaf en in plaats van een waanzinnige een klimaatactivist van haar maakte. In recensies werd ze weggezet als klimaatgekkie omdat de waanzin uit Shakespeares origineel niet zomaar is uit te wissen. Het helpt volgens haar ook niet als de marketingafdeling van Het Nationale Ballet wél blijft voortborduren op oude thema’s.
In Spanje, Italië en Zuid-Amerika, waar femicide als entertainment al veel langer geproblematiseerd wordt, is ook nieuw repertoire aan het ontstaan over femicide. ‘Denk aan de Mexicaanse schrijver Cristina Rivera Garza, die de Pulitzerprijs won met een roman over haar vermoorde zus Liliana’, zegt Sofia Forchieri (Liliana’s onoverwinnelijke zomer, 2024). Ook in Nederland komen zulke producties van de grond.
Zo was er een aantal jaar geleden de voorstelling over de moord op de 16-jarige Humeyra die op scholen vertoond werd (Niet gezien, niet gehoord, 2022) en maakte theatermaker Naomi Inez het afgelopen jaar Geen vaarwel, over haar vermoorde moeder. Het verschil met het oude werk is volgens Forchieri dat de moord op de vrouw niet alleen plotmateriaal is, maar volwaardig onderdeel van het verhaal. ‘Het gaat voorbij de stereotypen, en vaak niet over de daders, maar de slachtoffers.’
Tegelijkertijd moeten we ook niet doen alsof die oude of meer clichématige verhalen een-op-een gevaarlijk zijn. Of allemaal in de ban moeten. Dan ga je volgens cultuursocioloog Samira van Bohemen voorbij aan een belangrijke functie van fictie: het biedt mensen ook de mogelijkheid om in een veilige omgeving te experimenteren met identiteit.
‘Je kunt je verplaatsen in een verhaallijn of in een personage waarbij je je normaal helemaal niet prettig voelt.’ Uit haar eigen onderzoek naar pornografie bijvoorbeeld, weet ze dat er vrouwen zijn die zeggen: ‘‘Ik ben eigenlijk best feministisch maar als ik porno kijk, vind ik die stereotypen over mannelijke dominantie en vrouwelijke ondergeschiktheid toch fijn.’ Maar dat betekent niet dat ze dit in het echt zo willen.’
Zowel oude als nieuwe fictie is daarom geweldig conversatiemateriaal. ‘Verhalen zijn de seismografen van de tijd waarin we leven’, vindt Ellen ter Gast, bioloog, filosoof en schrijver van het boek De dappere kijker – Waarom Netflix ons meer te bieden heeft dan Kant. ‘Meer dan bij toneel bind je je in een serie aan de personages. Dat worden een soort vrienden, je gaat van ze houden.’ Dat maakt ze enorm geschikt om diepgravende ethische kwesties te bespreken.
Ter Gast laat mensen naar fragmenten kijken met ‘kijkvragen’ als: ‘Denk je dat deze vrouw het gaat maken?’, of: ‘Is één moord gerechtvaardigd als je daarmee veel andere moorden voorkomt?’ ‘Mensen kunnen zich veel vrijer uitspreken en serieus nieuwsgierig zijn als het niet over echte mensen gaat, maar over personages, die je niet kunt kwetsen’, aldus Ter Gast.
Ze begon met het gebruik van filmfragmenten toen ze het vak ethiek aan biologiestudenten van de Universiteit Leiden doceerde. Inmiddels geeft ze trainingen ethiek en moreel leiderschap voor een brede doelgroep, waarbij ze ook gebruikmaakt van series. ‘In het Spaanstalig repertoire zie ik opvallend vaak feministische perspectieven’, zegt Ter Gast. ‘In de serie Vis a vis bijvoorbeeld wordt de penis afgehakt van een gevangenisdirecteur die misbruik maakt van vrouwen.’ In groepsgesprekken kun je volgens haar uitwisselen hoe verschillend je daarnaar kunt kijken en waarom. ‘Zoiets kan ook in een klas na een Carmen-voorstelling.’
Toch pleit dramaturg Paulien Geerlings voor nieuw toneelrepertoire met volwaardige vrouwenrollen, omdat het daaraan, anders dan bij de streamingdiensten, in het theater ontbreekt. Daar wordt nog zwaar op klassiekers geleund, ‘omdat die publiek trekken’. Een zeer geslaagd voorbeeld van zo’n nieuwe productie vond ze De jaren bij ITA, naar het boek van nobelprijswinnaar Annie Ernaux over het leven van een vrouw dat tegelijkertijd ook het verhaal van een generatie vrouwen wilde vertellen. ‘Nooit eerder zag ik de vrouwelijke ervaring zo sterk op toneel verbeeld.’
Paquita / Carmen / 5 Tango’s, door het Nationale Ballet, Amsterdam. Te zien t/m 4/3.
Carmen van Introdans. Te zien t/m 1/3.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant