Home

Hij knuffelde mij zoals ik nog nooit door een burgemeester ben geknuffeld

Nog nooit ben ik verliefd geworden op burgemeesters, hoewel ik gevoelens van sympathie ontwikkelde voor Job Cohen toen deze door Wilders werd uitgemaakt voor bedrijfspoedel, een sympathie die aan liefde grensde. Maar toen was Cohen al geen burgemeester meer. Hoe dan ook: bedrijfspoedels aller landen, verenigt u. Al is het maar bij wijze van Gesamtkunstwerk.

Nu terug naar verliefdheid.

Drie jaar geleden liep ik rond bij de SGP in Den Haag. Het was een gelukkige tijd. Als alle christenen zo waren als Kees van der Staaij waren er nooit ketters verbrand. En daar leerde ik, ik vertel dat vaker, dat ze bij de SGP veel lachen omdat ze weten dat de wereld verloren is.

Een aantrekkelijk standpunt. De wereld is verloren, vandaaruit kijk je verder hoe je het kunt uithouden op het zinkende schip. In plaats van zelf voor reddertje te spelen, dat is eerder hoogmoed dan idealisme.

Ik was in Gouda voor de tentoonstelling Geloof in het museum aldaar, waar ik op bescheiden wijze aan had bijgedragen. (Wat kunstwerken uitgezocht, enkele bijschriften verzonnen.)

Pieter Verhoeve, burgmeester van Gouda, SGP-lid, sprak bij de opening. Hij refereerde aan vrouwenrechten, aan zijn ‘vijf meiden’, hij was geestig en niet bombastisch. En na afloop knuffelde hij mij zoals ik nog nooit door een burgemeester ben geknuffeld. Verliefdheid.

Bij het diner kon hij helaas niet zijn, maar ik zat naast Taco Dibbits, directeur van het Rijksmuseum. Ook een buitengewoon aantrekkelijke man. Eigenlijk een soort sekssymbool, besefte ik toen ik naar zijn humoristische verhalen over musea luisterde. Het gebeurt in Frankrijk. Amerika volgt, Duitsland is halfdood, Japan kan eventueel.

Een dag na mijn diner met het sekssymbool van het Rijksmuseum nam ik de trein naar Frankrijk. Het was al gepland, maar toeval bestaat niet.

Zij die nog leven willen graag daar zijn waar het gebeurt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next