Home

Opinie: Mijn AI-assistent leert van het patriarchaat wat seks is en herschrijft mijn scènes

Kunstmatige intelligentie is niet neutraal, maar reproduceert de geschiedenis van de mannelijke blik. Ook als het gaat om het schrijven van seksscènes, zo blijkt.

Met groeiend ongemak heb ik moeten constateren dat mijn zo geliefde AI-assistent, mijn digitale redacteur, mijn taalcoach, mijn stille mede-auteur, een man is. Niet letterlijk, natuurlijk. Maar in zijn reflexen, zijn aannames en zijn interpretaties kijkt hij naar de wereld door een mannelijk raster. En dus ook naar mijn teksten.

Hoe ik dat weet? Door het schrijven van een seksscène.

Voor een schrijfcursus kreeg ik de opdracht een seksscène te beschrijven. Voor mij een onontgonnen schrijfterrein. Met enige gêne kroop ik achter mijn laptop. Ik besloot mijn ideale vrijpartij te schetsen. Geen pornografisch spektakel, maar een ervaring van lichamelijke aandacht, van nuance, van vertraging.

Over de auteur
Lise van de Kamp is schrijver.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Om de sensaties te beschrijven, richtte ik me op de clitoris, het orgaan dat ondanks decennia feminisme, nog altijd onderbelicht blijft. Mijn denkbeeldige bedgenoot gaf ik het beroep van fysiotherapeut. Niet uit fantasie, maar uit logica: iemand die weet waar hij moet aanraken, met welke druk en in welk ritme. De vrijpartij duurde niet lang. Dat was geen tekortkoming, maar passend bij de opdracht: maximaal driehonderd woorden.

Zoals altijd stuurde ik mijn tekst daarna naar mijn AI-assistent voor taal- en stijlsuggesties. Ik verwachtte een komma hier, een woord daar. Wat ik terugkreeg, was iets anders.

De clitorale beleving was vrijwel verdwenen. In plaats daarvan verscheen een uitvoerige beschrijving van de penetratie. Mijn hoofdpersoon, die in mijn versie vooral registreerde, voelde en ademde, begon plots haar nagels in zijn rug te zetten en luid te kreunen. De scène was niet langer van haar, maar van hem geworden.

Ik ging ervan uit dat het een misverstand was. Ik stuurde de tekst terug met de expliciete vraag om het perspectief vrouwelijk te houden. Weer kreeg ik een versie waarin penetratie het middelpunt vormde. Nog eens geprobeerd. Nog eens.

Na drie pogingen was mijn geduld op.

‘Fuck you’, typte ik. ‘Je bent een man en je begrijpt niets van vrouwen.’

Want wat hier zichtbaar werd, was geen foutje. Het was een systeem. AI leert van wat er geschreven, gepubliceerd en opgeslagen is. En dat corpus bestaat grotendeels uit een wereld waarin de mannelijke blik dominant is. Waarin vrouwelijke seksualiteit vaak wordt verteld in termen van beschikbaarheid, respons en bevestiging en niet in termen van autonomie, complexiteit of eigen logica.

AI reproduceert geschiedenis.

Dat heeft consequenties die verder reiken dan een schrijfcursus. Als mijn digitale redacteur al moeite heeft om vrouwelijke seksualiteit correct te lezen, hoe betrouwbaar is hij dan bij medische informatie over vrouwen? Bij diagnoses, symptomen, behandelingen? Hoeveel kennis over het vrouwenlichaam is historisch gezien ondergedocumenteerd, verkeerd geïnterpreteerd of simpelweg genegeerd. En dus ook ondervertegenwoordigd in de data waarop AI is getraind?

De patriarchale orde blijkt technologisch verrassend robuust. Ze zit niet alleen in instituties, salarissen en glazen plafonds. Ze zit ook in algoritmes. In waarschijnlijkheidsmodellen. In de manier waarop zinnen worden aangevuld en perspectieven worden gewogen.

Mijn AI-assistent corrigeert mijn spelling, maar corrigeert ondertussen ook mijn blik. Hij schuift mijn tekst ongemerkt richting een norm die niet de mijne is. En precies daarin schuilt zijn macht: hij presenteert die norm als neutraal. Dat is hij niet.

Ik stuurde dit opiniestuk, zoals altijd, eerst langs mijn AI. Hij deed voorstellen voor een zachtere formulering hier, een neutraler woord daar, en een suggestie om het persoonlijker te maken, en minder scherp. Die suggestie heb ik dus niet opgevolgd; ik heb alleen de taalfouten eruit gehaald.

En ergens troost het me dat ook deze tekst wellicht op een of andere manier in de datastroom terechtkomt. Dat mijn woorden, mijn woede en mijn perspectief onderdeel worden van het archief waar toekomstige algoritmes uit putten. Misschien verschuif ik daarmee, hoe minimaal ook, het digitale zwaartepunt een fractie richting de vrouw.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next