Home

Ontslagen arbeidsmigranten krijgen nauwelijks opvang of bescherming en belanden vaak op straat. ‘We doen alsof we ze niet zien’

Onderdak Duizenden arbeidsmigranten leven in Nederland zonder dak boven hun hoofd, vaak nadat ze hun baan en daarmee hun huis hebben verloren. Tijdelijke opvang kan uitkomst bieden, maar ze blijven afhankelijk van uitzendbureaus: „Dat maakt ze enorm kwetsbaar.”

Albert verblijft in de winteropvang voor dakloze arbeidsmigranten van het Leger des Heils.

Naast het bed van de Poolse Maciej Taraszkiewicz (33) staat een oude tv. Die werkt allang niet meer, maar hij laat haar staan. Zijn leefruimte wordt enigszins afgebakend door het apparaat. Maciej slaapt vlak naast zijn buurman. Zijn scherm, zijn bed, zijn spullen: ze geven hem een gevoel van geborgenheid.

In een kleine sporthal in Almere, die dienstdoet als opvang van het Leger des Heils, staan vijftien bedden. Maciej vindt het maar niets, al die mensen. Ze stelen zijn spullen en staren naar hem als hij probeert te slapen. In zijn eigen tent was het leven makkelijker. Daar maakte hij zelf de regels. Niemand deed moeilijk als hij ’s nachts een sigaret wilde roken.

Twee jaar geleden werd Maciej ontslagen, sindsdien is hij dakloos. In het begin was het overzichtelijk: de dag bestond uit roken en drugs regelen. Over morgen hoefde hij niet na te denken. „Maar het maakt je kapot”, vertelt hij in het Engels. Hij beschouwt de opvang als een gevangenis, maar weet dat hij hier beter af is. Met een bed en eten. „Vanuit hier is het makkelijker om terug te keren naar het normale leven.”

Evenals Maciej belanden veel andere arbeidsmigranten snel tussen wal en schip: als een uitzendbureau de huisvesting regelt, worden ze dakloos als ze hun baan verliezen. Van het ene op het andere moment raken ze hun houvast kwijt. Het aantal dakloze arbeidsmigranten groeit jaarlijks: volgens vakbond CNV en het Leger des Heils telde Nederland begin 2025 bijna tienduizend dakloze arbeidsmigranten.

Om ze te helpen, hebben zes steden sinds 2023 kortdurende opvang – Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Eindhoven en Venlo. Deze opvang is speciaal voor de zogeheten niet-rechthebbende dakloze arbeidsmigranten. Die staan niet ingeschreven in een Nederlandse gemeente of werken nog geen vijf jaar in Nederland. Uit een onderzoek van journalistiek platform Pointer uit 2021, bleek dat de helft van de arbeidsmigranten niet staat ingeschreven. Dit maakt ze extra kwetsbaar, omdat ze geen aanspraak kunnen maken op het sociale vangnet mochten ze dakloos worden, zoals bijvoorbeeld de reguliere daklozenopvang.

Maciej Taraszkiewicz in de opvang in Almere: „Vanuit hier is het makkelijker om terug te keren naar het normale leven.”

Undercover

Afhankelijk van de stad krijgen de niet-rechthebbende arbeidsmigranten een week tot zes maanden opvang, met als doel dat ze weer aan het werk gaan of terugkeren naar hun land van herkomst. Meestal lukt dat: 62 procent vindt weer een baan of keert terug naar het herkomstland, zo blijkt uit onderzoek voor onder meer het ministerie van Sociale Zaken.

Het vorige kabinet wil deze aanpak uitbreiden. In mei 2025 kondigde toenmalig minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (NSC) aan dat extra geld beschikbaar zou komen. Er komt boven op de eerdere 7 miljoen euro nog eens 6 miljoen om meer opvangplekken te kunnen realiseren.

Maar dat is niet genoeg om dakloosheid onder arbeidsmigranten te voorkomen. Na de opvang komen veel mensen opnieuw in hetzelfde systeem dat hen zo kwetsbaar maakt. Ze krijgen hetzelfde type werk via een uitzendbureau dat ook de huisvesting regelt. In de praktijk zien hulporganisaties vaak dat mensen weer ontslagen worden en opnieuw op straat terechtkomen.

Criminoloog Ruben Timmerman werkte een jaar undercover in de bouw, logistiek en voedselverwerking om de situatie van arbeidsmigranten te onderzoeken. „De kortdurende opvang is voor 62 procent succesvol, maar dat geldt voor een heel kleine doelgroep. Ze selecteren al aan de voorkant de mensen met de beste slagingskans. In een aantal van de steden gelden voorwaarden, zoals geen drugsgebruik. Het is alsof we de kwetsbaarste groep links laten liggen en hopen dat de problemen vanzelf verdwijnen.”

Drankgebruik

Gemeente Almere hoopt kans te maken op het overheidsgeld, teneinde een kortdurende opvang te kunnen openen. De niet-rechthebbende arbeidsmigranten kunnen op dit moment alleen in ‘de wintermaanden’ (van november tot april) voor opvang bij het Leger des Heils terecht. Dan worden de vijftien plekken uitgebreid naar veertig. Als meer mensen zich aanmelden moet het Leger des Heils keuzes maken; de kansrijke mensen krijgen dan eerder een plek.

„Dan kijken we naar wie makkelijk kan doorstromen naar de samenleving, huis en werk”, vertelt Patrycja Kolodziejska, werkzaam bij het Leger des Heils Almere. „Dat is heel moeilijk te beoordelen of te meten. Achter elk mens zit een ander verhaal.” Degenen die pas net op straat leven, maken het meeste kans. Na twee weken nemen de kansen af.

„Je hebt eigenlijk twee groepen dakloze arbeidsmigranten: degenen die recent dakloos werden, kun je redelijk makkelijk in beweging krijgen; de tweede groep is een heel ander verhaal”, vertelt Patrycja. „Als je op straat belandt, kom je snel in contact met de mensen die al langer op straat verblijven. Dat gaat al gauw mis. Drank- en drugsgebruik gelden als de norm binnen die groep.”

Kolodziejska weet dat het vaak al misgaat bij de uitzendbureaus. „Ik heb zo vaak meegemaakt dat mensen onrechtmatig worden ontslagen, als ze zich bijvoorbeeld ziek melden. Ze worden op straat gegooid, zo van: zoek het maar uit. Ze weten dan vaak niet waar ze naartoe moeten of welke rechten ze hebben.”

Ziek is ontslagen

In de sporthal in Almere staan voor de rijen bedden twee lange tafels met daarop bergen flessendopjes. Enkele mannen stoppen routinematig in een klein zakje vier dopjes, waarin later het eindproduct – wasparfum – wordt verpakt. Deze overzichtelijke taak is hun dagbesteding. Ze verdienen per dag 6 euro. Op de achtergrond klinkt topveertigmuziek.

Een van die mannen is Albert Szumański (33). Hij heeft een grote bos donkere krullen en op z’n rechteronderarm prijkt de levensgrote tekst: Semper fidelis (altijd trouw). Hij vertelt dat hij zich drie weken geleden probeerde ziek te melden bij het uitzendbureau. Albert werkte bij een vleesverwerkingsfabriek. Als hij zich ziek wilde melden, moest hij een vakantiedag opnemen. Zijn vakantieaanvraag werd afgewezen door zijn manager. Toen werd Albert ontslagen en verzocht zijn woning te verlaten. „We hebben geen zieke mensen nodig”, werd hem verteld. Op de vraag hoe hij zich nu voelt, antwoordt hij: „Ik kan niet boos zijn, omdat het mijn eigen fout was. Ik was ziek.”

Albert is nu twee jaar in Nederland en heeft al voor meerdere uitzendbureaus gewerkt. Iedere keer als hij ziek was, werd hij ontslagen, vertelt hij. Maar dit is de eerste keer dat hij dakloos is. Tot drie weken geleden vond hij snel weer werk bij een ander uitzendbureau en daarmee ook onderdak.

„Dit verbaast me niets”, zegt Timmerman. Tijdens zijn onderzoek maakte hij vaker mee dat arbeidsmigranten hun werk verloren nadat ze zich ziek hadden gemeld. „Het uitzendbureau kan makkelijk zeggen dat ze geen werk meer hebben voor een uitzendkracht.” Er bestaan arbeidscontracten in de uitzendwereld, echter, „er staan wel wat dingen op papier, in de realiteit gaat het vaak anders”.

Kenneth (komt niet voor in het artikel) verblijft in de winteropvang van het Leger des Heils voor dakloze arbeidsmigranten of niet-rechthebbende mensen.

Geen toeval

Al jaren wordt gepleit voor het scheiden van werk en wonen. „Arbeidsmigranten moeten voor hun onderdak niet afhankelijk zijn van een uitzendbureau, dat maakt ze enorm kwetsbaar”, zegt Timmerman. „Het is geen toeval dat veel van hen dakloos zijn. Dat is direct te herleiden tot hun afhankelijkheid van uitzendbureaus.”

De vraag die overblijft: wat kan wel worden gedaan? Vanaf 1 januari 2027 treedt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten in werking, die ervoor moet zorgen dat er een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus komt, zodat die beter gecontroleerd kunnen worden. Alleen de bedrijven met een vergunning mogen dan nog arbeidskrachten uitzenden.

„Het is een belangrijke eerste stap”, zegt Timmerman. Tegelijk ziet hij nog veel ruimte voor verbetering: „Voor mijn onderzoek werkte ik bij vijf uitzendbureaus. Vier daarvan kunnen doorstromen onder het nieuwe toelatingsstelsel, omdat ze de certificaten hebben en aan de regels voldoen. Maar ook daar zag ik heel veel problemen, zoals het niet uitbetalen van loon en slechte huisvesting.”

Ook in de Almeerse opvang zijn de zorgen niet weggenomen. „Wat doen we met de mensen die nu op straat leven?” vraagt Kolodziejska zich af. „Die hebben heel weinig opties. Als een Nederlander op straat belandt, krijgt hij allerlei hulp. Maar als een arbeidsmigrant dat overkomt, doen we alsof we hem niet zien.” Ze doet haar handen voor haar ogen. „Ze moeten het zelf maar uitzoeken.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next