Sekswerk Het nieuwe kabinet wil jonge sekswerkers beschermen, maar een verbod maakt het werk juist veel onveiliger, weet Eve de Jong.
In het nieuwe coalitieakkoord van VVD, D66 en CDA is opgenomen dat de minimumleeftijd voor sekswerk wordt verhoogd van 18 naar 21 jaar. De onderliggende gedachte is ‘bescherming’. Jongvolwassenen zouden op latere leeftijd weerbaarder zijn en beter in staat om hun grenzen te bewaken. Die redenering klinkt logisch, maar gaat voorbij aan wat deze maatregel daadwerkelijk, in de praktijk, zal doen. Bescherming gaat niet het gevolg zijn, wel het systematisch wegnemen van veiligheid.
Eve de Jong is sekswerker en is als ervaringsdeskundige werkzaam als spreker, trainer en beleidsadviseur. Eve de Jong is een werknaam, haar echte naam is bij de redactie bekend.
Sekswerk is een bestaand en legaal beroep. Jongvolwassenen maken uiteenlopende keuzes over hoe zij in hun levensonderhoud voorzien en dus of zij daarbij willen kiezen voor sekswerk. Sommigen doen dat uit idealistische overtuiging, anderen uit financiële nood, weer anderen om tijdelijke of pragmatische redenen, of simpelweg omdat het hen makkelijk afgaat. Deze diversiteit aan motieven dreigt echter uit beeld te verdwijnen wanneer beleid wordt gemaakt dat sterker wordt gestuurd door moreel en seksueel ongemak dan door aantoonbare veiligheidswinst.
Het verhogen van de leeftijdsgrens zorgt er namelijk niet voor dat sekswerk onder de 21 jaar verdwijnt. De redenen daarvoor veranderen niet, vraag en aanbod blijven bestaan. Wat wél verdwijnt, is het vangnet voor deze groep.
Jongeren tussen de 18 en 21 jaar die voor sekswerk kiezen, worden door deze maatregel de illegaliteit in geduwd. En illegaliteit maakt kwetsbaar. Wie illegaal werkt, stapt minder snel naar de politie bij geweld, dwang of misbruik. Meldingen bij gemeenten of hulpinstanties worden mogelijk risicovol. Openheid richting zorgverleners wordt lastiger. Precies de groep die volgens beleidsmakers bescherming nodig heeft, raakt die bescherming volledig kwijt. Dat is geen toevallige bijwerking van beleid, maar een voorspelbaar en gedocumenteerd effect van deze beleidskeuze.
Juist op jonge leeftijd is een stevig sociaal en institutioneel vangnet essentieel. Veiligheid ontstaat niet door te verbieden, maar door het toegankelijk maken van hulp, informatie en rechten. Door sekswerk voor jongvolwassenen strafbaar te maken, wordt hun positie niet versterkt, maar ondergraven.
Achter deze maatregel schuilt bovendien een dieper probleem: sekswerkbeleid wordt vaak gemaakt vanuit persoonlijke moraal. Veel mensen denken: ‘Ik zou dit niet kunnen of willen, dus het kan niet gezond of vrijwillig zijn.’ Maar persoonlijke grenzen zijn geen universele maatstaf.
Er zijn talloze beroepen die emotioneel, fysiek of mentaal zwaar zijn, bijvoorbeeld in de zorg, de geestelijke gezondheidszorg en de hulpverlening. Dat sommige mensen dit werk niet aan zouden kunnen, betekent niet dat het werk onwenselijk of onvrijwillig is. Integendeel, we hebben diep respect voor de mensen die het wél doen. Bij sekswerk lijkt die logica ineens niet meer te gelden.
De morele inconsequentie wordt nog duidelijker in vergelijking met andere maatschappelijke keuzes. In Nederland mogen jongeren vanaf hun zeventiende tekenen om in dienst te gaan bij defensie, een keuze waarbij zij hun leven letterlijk op het spel kunnen zetten. Tegelijkertijd zou diezelfde jongere niet in staat zijn om op achttienjarige leeftijd vrijwillig seks te hebben voor geld. Het verschil laat zich moeilijk verklaren vanuit ontwikkelingspsychologie of risicobeoordeling, maar weerspiegelt vooral een moreel onderscheid tussen vormen van arbeid.
Als bescherming werkelijk het doel is, dan ligt de oplossing elders. Internationale voorbeelden laten zien wat werkt. In Nieuw-Zeeland en België is aangetoond dat decriminalisering en het toekennen van rechten leiden tot meer veiligheid, hogere meldingsbereidheid en minder misstanden. Sekswerkers krijgen toegang tot rechtssystemen, arbeidsbescherming en zorg. Dat maakt verschil, óók voor jongere sekswerkers.
Goed sekswerkbeleid vraagt om het loslaten van morele reflexen en het serieus nemen van feitelijke en bewezen gegevens. Het vraagt om luisteren naar mensen die dit werk doen, in plaats van over hen te beslissen vanuit ongemak of reddingsdrang.
De vraag is dus niet of sekswerk onder de 21 zal plaatsvinden, dat zal het. De vraag is of de overheid ervoor kiest dat dit gebeurt met rechten, begeleiding en een open deur naar hulp, of in stilte, buiten beeld en zonder vangnet.
Met de verhoging van de minimale leeftijd kiest de overheid voor het laatste. En dat is geen ‘bescherming’, maar beleidsmatige nalatigheid.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen