Robert Duvall (1931-2026) De zondag overleden Robert Duvall had geen moeite met het spelen van een bijrol. Maar juist met een hoofdrol in de film Tender Mercies won de Amerikaanse acteur een Oscar. Tijdschrift People noemde Duvall ooit „Hollywood’s No. 1 No. 2 lead”.
Robert Duvall in 1972 in de Godfather. Links van hem James Caan, rechts Al Pacino.
Zelf vond Robert Duvall het niet erg om voornamelijk bijrollen te spelen: „Je reist, je krijgt een dagvergoeding, en waarschijnlijk heb je sowieso een betere rol. En je hebt niet het gewicht van de hele film op je schouders.” De Amerikaanse filmster, die zondag op 95-jarige leeftijd overleed op zijn paardenranch in The Plains (Virginia), wordt geroemd om zijn vermogen om op kameleontische wijze in zijn zeer diverse personages op te gaan.
Hij zal vooral herinnerd worden als kolonel Kilgore in Apocalyps Now (1978), mede dankzij diens klassiek geworden uitspraak: „I love the smell of napalm in the morning”. In de Vietnamfilm laat de charismatische oorlogsmisdadiger Wagners Walkürenritt uit zijn helikopters schallen om de vijand angst aan te jagen; en moordt hij een rivierdorp uit zodat zijn manschappen ongestoord kunnen surfen („Charlie don’t surf”).
De rol van deze theatrale macho lijkt in niets op Duvalls andere beroemde rol, consigliere Tom Hagen, raadgever van de maffiafamilie in de eerste twee Godfather-films (1972, 1974). Ook een misdadiger, maar dan een die afsteekt bij de maffiosi door zijn keurige, beheerste voorkomen. Beide films maakte hij met regisseur Francis Ford Coppola die hem „een van de vier, vijf beste acteurs te wereld” noemde. Entertainmentblad People noemde Duvall in 1977 „Hollywood’s No. 1 No. 2 lead”.
Als kind van een schout-bij-nacht van de Amerikaanse marine, en van een amateur-actrice, reisde Duvall (1931, San Diego, Californië) veel rond, waarbij hij naar eigen zeggen grondige studie maakte van de vele accenten die hij hoorde, en de diverse lichaamshoudingen die hij waarnam – een arsenaal waar hij later als acteur uit kon putten. Zijn vader wilde dat hij naar de marineschool ging, maar hij koos voor de landmacht, waar hij een jaar lang diende – volgens hemzelf geen doorslaand succes. Hierna studeerde hij aan de New Yorkse Neighborhood Playhouse School of the Theatre. Hij kwam in de klas bij acteurs Dustin Hoffman en Gene Hackman, met wie hij bevriend werd en tijdelijk samenwoonde.
Robert Duvall als kolonel Kilgore gitaar spelend in Apocalyps Now.
Sinds 1955 speelde hij vele toneelrollen, die hem in 1965 een Obie Award (een prestigieuze theaterprijs) opleverde voor zijn rol in A View from the Bridge. In 1962 trok hij voor het eerst de aandacht met zijn rol van zonderlinge buurman Boo in de film To Kill a Mockingbird. Verder was hij te zien als schurk die wordt doodgeschoten door John Wayne in de western True Grit (1969) en als de gehate majoor Burns in de oorlogskomedie M*A*S*H (1970). Ook in de mediasatire Network (Lumet 1976) en de neonoir The Conversation (Coppola, 1974) speelde hij schurkachtige bazen.
Hoewel Duvall gewend was films kleur te geven in bijrollen, had hij ook een paar keer de hoofdrol. Zijn enige Oscar kreeg hij voor de rol van een aan lager wal geraakte countryzanger die zijn levenslust terugvindt nadat hij kennis krijgt aan een weduwe, in de film Tender Mercies (1983). Voor de titelrol in de tv-film Stalin (1992) kreeg hij een Golden Globe. In Falling Down (1993) zette hij een onvergetelijke rechercheur neer die van zijn vrouw met pensioen moet. Zijn eigen favoriete rol was niet erg bekend: de oude Texas Ranger Augustus McCrae in de tv-serie Lonesome Dove (1989). Hierover zei Duvall: „Laat de Engelsen Hamlet en King Lear spelen, ik speel Augustus McCrae, een geweldig personage in de literatuur.”
Duvall speelde in pakweg 138 films en series, maar hij mengde zich niet graag in de sterrenwereld van Hollywood. Hij was een van de weinige Republikeinen in de verder overwegend progressieve filmwereld. De acteur trouwde viermaal, de laatste keer met de 41 jaar jongere Argentijnse Luciana Pedraza. Samen met haar maakte hij Assasination Tango (2003). In deze thriller, die hij zelf regisseerde, konden ze hun liefde voor de tango kwijt. Duvall was naar verluidt een uitstekende tangodanser. De acteur bleef kinderloos, waarover hij in 2007 zei: „I guess I’m shooting blanks”.
Duvall poseert in 2015 voor een portretfoto.
Zijn alom bewonderde vermogen om kameleontisch in een rol te verdwijnen, noemde hij onzin. In The New York Times zei hij in 1989: „Ik word niet het personage, ik blijf gewoon mijzelf, die mijzelf speelt, maar dan aangepast.”