Nouri al-Maliki, premier van Irak tussen 2006 en 2014, maakte de weg vrij voor de komst van terreurgroep IS en stal miljarden uit de staatskas. Niemand dacht dat hij ooit zou terugkeren op het politieke toneel. Nu doet hij opnieuw een gooi naar de macht.
is buitenlandverslaggever voor de Volkskrant.
Toen Islamitische Staat (IS) in 2016 en 2017 in Irak werd verslagen, vertelden bevrijde inwoners van de stad Mosul dat ze aanvankelijk blij waren met de opkomst van de terreurbeweging. De jihadisten met lange baarden en zwarte vlaggen, zo redeneerden ze, konden niet slechter zijn dan de Iraakse overheid. Onvermijdelijk viel dan de naam van Nouri al-Maliki.
Al-Maliki, nu 75 jaar, was premier van Irak tussen 2006 en 2014. Zijn twee termijnen waren een nationaal trauma waarin de weg werd bereid voor IS. Niemand dacht dat Maliki het ooit nog zou wagen om terug te keren op het politieke toneel. Maar tegen alle verwachtingen in doet hij dat nu toch. Net nu het relatief goed gaat met Irak, wil Maliki opnieuw premier worden.
In Irak is de grote politiek niet aan de Irakezen zelf. Twee wereldmachten hebben de laatste stem: de VS en Iran. Maliki geldt als een vazal van Iran. De Amerikaanse president Donald Trump is tegen zijn kandidatuur.
Eind januari postte Trump een bericht op Truth Social waarin hij stelt dat Maliki Irak eerder in ‘armoede en totale chaos’ stortte. Mocht Maliki met zijn ‘gestoorde politiek en ideologie’ opnieuw worden benoemd tot premier, dan zal de VS Irak laten vallen en heeft het land ‘nul kansen op succes, welvaart of vrijheid’. Maliki op zijn beurt veroordeelt de ‘openlijke Amerikaanse bemoeienis in de Iraakse binnenlandse politiek’.
Maliki begon zijn politieke carrière in de jaren zeventig van de vorige eeuw in het ondergrondse verzet, als dissident tegen de Iraakse alleenheerser Saddam Hoessein (aan de macht tussen 1979 en 2003). Maliki, lid van een door de dictator verboden sjiitische partij, moest als jongeman het land ontvluchten. Jarenlang leefde hij als balling in Syrië. Nadat de Amerikanen in 2003 Saddam omver wierpen, keerde hij terug. Als eerste Irakees werd hij na de val van de dictator gekozen tot premier.
Aanvankelijk leken Maliki en de Amerikaanse ‘bevrijders’ bijna onafscheidelijk. Kort na zijn verkiezing in 2006 bedankte Maliki tijdens een bezoek aan Washington het Amerikaanse Congres voor de bewezen diensten. ‘Hoop boven angst. Vrijheid boven onderdrukking. Waardigheid boven gehoorzaamheid. Democratie boven dictatuur.’
Maar in Irak wakkerde Maliki ondertussen een sektarische oorlog aan. De sjiitische bevolkingsmeerderheid, waartoe hij zelf behoort, hitste hij op tegen de soennitische minderheid, waartoe Saddam Hoessein behoorde.
Wie in het leger, de politie of de veiligheidsdiensten niet de kant van Maliki koos, moest vertrekken. Hij legde de grondslag voor een netwerk van tientallen sjiitische milities die in Irak nog steeds oppermachtig zijn. Meestal zijn deze gewapende groeperingen, ook bekend als de ‘populaire volksmilities’ of de hashd al-shaabi, gelieerd aan Iran. Maliki onderhoudt nauwe banden met de ayatollahs in Teheran sinds hij als balling in Syrië belandde.
Corruptie maakt onderdeel uit van de Iraakse politiek. Maar Maliki was vele malen corrupter dan wat geldt als aanvaardbaar op het pluche in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Volgens schattingen stal hij omgerekend zeker tientallen miljarden euro’s uit de staatskas, geld dat door de Amerikanen was gedoneerd om bij te dragen aan de wederopbouw van Irak. Dankzij hem werden ziekenhuizen, scholen en ministeries leeggeroofd. Het olierijke Irak behoort nu tot de armste landen ter wereld.
Ondertussen werden soennieten in steden als Mosul door sjiitische militairen stelselmatig gediscrimineerd en lastig gevallen bij controleposten. Toen IS-strijders in de zomer van 2014 de miljoenenstad Mosul naderden, konden ze in hun lichtbewapende pick-uptrucks zo doorrijden naar het centrum.
De bevolking zag de jihadisten graag komen, het sektarische geweld beu. En het Iraakse leger, uitgehold door de sektarische politiek van Maliki, vluchtte weg. Zelfs de sjiitische religieuze leider van Irak, grootayatollah Ali al-Sistani, nu 95 jaar, ijverde daarna in het openbaar voor het vertrek van Maliki.
Democratie in Irak is ingewikkeld. Niets wijst erop dat de Irakezen Maliki graag zien terugkeren. Bij de parlementsverkiezingen in november 2025 kreeg niet Maliki de meeste stemmen, maar een samenwerkingsverband van sjiitische partijen waarvan hij deel uitmaakt. Iran heeft binnen dit sjiitische blok veel invloed, evenals de talloze pro-Iraanse milities in Irak.
Teheran en de milities willen één ding niet: dat de zittende premier, Mohammed Shia al Sudani, aan de macht blijft. Die probeert de macht van enkele radicale milities namelijk in te perken. Zo kwam de door Iran vertrouwde Maliki bovendrijven.
Maliki stelt dat hij ‘tot het einde’ doorgaat met zijn nominatie als premierskandidaat. Nu afhaken zou de ‘soevereiniteit van Irak’ bedreigen, stelde hij na de woorden van Trump. Maar als de sjiitische partijen bij nader inzien zelf liever een andere kandidaat naar voren schuiven, dan zal hij dat besluit ‘met open armen’ ontvangen. Zo is er hoop dat Maliki uiteindelijk toch niet opnieuw premier wordt.
Na zijn verkiezing in 2006, in het Amerikaanse Congres: ‘Dames en heren, in korte tijd is Irak veranderd van een dictatuur in een overgangsbestuur en nu naar een volledig democratische regering.’
Ayatollah al Sistani in 2014, nadat IS onder het premierschap van Maliki grote delen van Irak had veroverd: ‘Politieke leiders die lang op hun post blijven, maken een ernstige fout.’
Tegen de Iraakse tv-zender al-Sharqiya, nadat Trump zich uitsprak tegen zijn kandidatuur: ‘Als ik me nu terugtrek, geloof ik dat dit Iraks soevereiniteit ondermijnt (...) Zoals ik al zei: ik ga door met deze nominatie tot het einde.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant