RS-prik De Gezondheidsraad adviseerde begin 2024 al te vaccineren, maar daarvoor had het ministerie van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport op dat moment de „financiële middelen” niet.
Het verkoudheidsvirus RS kan gevaarlijke infecties aan de luchtwegen veroorzaken voor kinderen onder de twee jaar. Daarom is de prik in september toegevoegd aan het Rijksvaccinatieprogramma.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zag vorig jaar al een daling, maar weet het nu zeker: er liggen aanzienlijk minder baby’s op de intensive care met het respiratoir syncytieel virus (RS) en dat is te danken aan de RS-prik. Er was in het afgelopen seizoen een afname van 75 procent te zien, van 178 baby’s vorig seizoen naar 43 nu.
Baby’s krijgen sinds september een prik tegen het zeer besmettelijke virus, dat een voor kinderen tot twee jaar gevaarlijke infectie aan de luchtwegen veroorzaakt. Waar eerder grote druk ontstond in ziekenhuizen door de opnames van baby’s – vorig jaar hebben ziekenhuizen in buurlanden bijgesprongen – is dat nu niet het geval. In Nederland sterven baby’s zelden aan het virus, maar wereldwijd is het de tweede doodsoorzaak bij zuigelingen, na malaria.
De prik beschermt baby’s tegen „ernstig ziek worden”, schrijft het RIVM. Deze prik is geen vaccinatie, maar „een immunisatie”. Bij een vaccinatie moet een baby de antistoffen zelf aanmaken, bij de RS-prik krijgt een baby direct antistoffen toegediend. Daardoor zijn er zeer weinig bijwerkingen van de prik.
De Gezondheidsraad adviseerde begin 2024 al om alle baby’s de prik te geven, maar opvolging van dat advies was op dat moment wegens gebrek aan „financiële middelen” volgens staatssecretaris Maarten van Ooijen (ChristenUnie, Volksgezondheid) niet mogelijk.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen