Home

GroenLinks-PvdA in recordaantal gemeenten op stembiljet

Het tegenvallende resultaat bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen heeft de fusiekoorts bij de lokale afdelingen van GroenLinks en PvdA niet doen afnemen. Bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen staan de partijen gezamenlijk in een recordaantal gemeenten op het stembiljet.

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Van de 342 gemeenten waar op 18 maart gestemd wordt over de samenstelling van de gemeenteraad, staat GroenLinks en de PvdA in 249 gemeenten gezamenlijk op het stembiljet. Dit blijkt uit een inventarisatie van hun partijbureaus. Maandag doet de Raad van State uitspraak over de geldigheid van de kandidatenlijsten die alle partijen hebben ingeleverd, en worden die definitief als de Raad akkoord gaat.

In nog eens 29 gemeenten gaan de partijen met een andere progressieve partij de verkiezingen in. Dat is vaak D66 of een lokale linkse partij. Het gaat om een forse toename van samenwerkingsverbanden; vier jaar geleden gingen GroenLinks en PvdA in nog maar 77 gemeenten gezamenlijk naar de kiezer.

‘In steeds meer gemeenten kiezen afdelingen ervoor om samen op te trekken, omdat ze ervaren dat we zo sterker staan en meer kunnen betekenen voor mensen’, zegt GroenLinks-voorzitter Katinka Eikelenboom. Esther-Mirjam Sent, PvdA-voorzitter, vult aan: ‘De samenwerking is een bewuste keuze van leden en lokale afdelingen, omdat ze merken dat dit werkt.’

Gemeentelijk trokken de partijen al langer samen op, en het aandeel raadszetels dat de combinatiepartij bij de afgelopen verkiezingen opeiste, groeit de afgelopen jaren gestaag. In 2010 ging 0,72 procent van de raadszetels naar GroenLinks-PvdA, in 2014 was dat 0,9 procent. Vier jaar later ging dat naar 1,4 procent en bij de laatste verkiezingen was dat bijna 2 procent.

Overlevingsstrategie

Voor de PvdA lijkt lokale samenwerking ook een overlevingsstrategie. De sociaaldemocraten halen bij elke verkiezing steeds minder raadzetels op: 14,4 procent van het totaal aantal raadzetels in 2010, 9 procent in 2014, 6,9 procent in 2018 en 6,8 procent tijdens de laatste verkiezingen. Dit terwijl het aandeel bij GroenLinks en bij het samenwerkingsverband wel toeneemt.

In 23 gemeenten gaan de twee partijen nog apart de verkiezingen in. De opvallendste zijn Amsterdam en Nijmegen, twee progressieve bolwerken waar GroenLinks en PvdA traditiegetrouw goed scoren.

De sociaaldemocraten uit de hoofdstad zagen een bundeling van de krachten wel zitten, maar voor de achterban van GroenLinks ging dat te snel. Vorig jaar kozen de leden ervoor een tussenstap te zetten: met twee aparte lijsten de verkiezingen in en daarna opgaan in één gezamenlijke fractie.

Hetzelfde geldt voor Nijmegen. Daar wilde de PvdA een lokale fusie voorleggen aan de leden, maar GroenLinks niet. De lokale afdeling ziet zichzelf als het ideologische en activistische anker van de moederpartij. De val van het kabinet en het fusiebesluit van afgelopen zomer hebben de omstandigheden veranderd. Ook in Nijmegen gaan de partijen na 18 maart op in één fractie.

Onenigheid

In een paar kleine gemeenten lukt het de twee linkse bloedgroepen nog niet elkaar te vinden. In Emmen wil de PvdA niet samen en in Nissewaard zijn de inhoudelijke verschillen tussen oppositiepartij GroenLinks en collegepartij PvdA te groot. Vaak blijft het bij een nette vaststelling to agree to disagree.

In andere gemeenten eindigen de samenwerkingsgesprekken in frustratie en verwijten. In Oldenzaal vindt GroenLinks het ‘niet uit te leggen’ dat de partijen niet samengaan. De PvdA wil daar eerst ‘samenwonen en pas daarna trouwen’.

In Losser liepen de gesprekken stuk op onenigheid over de kandidatenlijsten en in Baarn gaan de partijen apart de verkiezingen in, met eigen campagnes en zonder afspraken over verdere samenwerking, tot ongenoegen van de lokale GroenLinks-achterban.

Ook in Maastricht doen de partijen het rustiger aan. Lokale samenwerking is prima, maar op één lijst wil de PvdA nog niet. De partij heeft in Maastricht, een van de eerste industriesteden, een lange sociaaldemocratische geschiedenis die in het teken staat van de klassieke arbeidersstrijd. GroenLinks kreeg er juist in de jaren ‘70 voet aan de grond met de komst van de Universiteit Maastricht en de hoogopgeleide progressieve kiezers aan zich wist te binden. De samensmelting lijkt hier meer tijd kosten.

‘Iedere gemeente heeft een eigen geschiedenis, dynamiek en politieke cultuur’, zegt partijvoorzitter Eikelenboom. Sent: ‘Het is logisch dat samenwerking niet overal in hetzelfde tempo verloopt.’

Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next