Komen ze uit Scandinavië, Oekraïne, Siberië? En waarom zijn ze juist in het Utrechtse dorp Eemdijk neergestreken? Ginds scharrelen ze op hun gemak tussen het hoge, dorre gras aan de rand van het weiland: een stuk of twintig velduilen. Anders dan de uil van Minerva wachten ze niet op de avondschemering om een rondje te vliegen. Dan landen ze op een hek of tussen het gebladerte van de lariks naast het huis op de dijk.Hoe noem je een groep uilen, vraagt iemand. Een parlement. Iemand zegt dat er door de lage grondwaterstand veel muizen zijn. Iemand denkt dat ze straks gaan baltsen, omdat Asio flammeus serieel monogaam is; één partner per broedseizoen. Iemand noemt de uil een solitaire jager. Iemand zegt dat de mist de kleuren uit de foto’s trekt. Iemand zegt dat hij er gisteren eentje heeft zien vliegen met een muis, of was het een mol. Iemand zegt dat het net is alsof je op safari in eigen land bent. Iemand noemt Swarovski de Rolls-Royce onder de telescopen.Want ook de vogelaars zijn in Eemdijk neergestreken. Op een vroege doordeweekse ochtend staan er al een stuk of vijftien langs het weiland, hun auto’s in de berm, statieven ernaast. Na een uurtje zijn het er twee keer zoveel.Op Texel dook eind vorig jaar voor het eerst in de geschiedenis een brileider op, een zeldzame zee-eend. Vogelend Nederland sprong op de veerboot en overstelpte waarneming.nl met berichten, inclusief foto, van „1 adult, mannetje, foeragerend” en „1 adult, mannetje, rustend gezien”. Dat was dus vierduizend keer hetzelfde mannetje. Noem het de spottersparadox: het minst geziene dier is opeens het meest gezien.Na 28 december stopten de waarnemingen. Toen werd de brileider opgenomen bij natuurmuseum en zeehondenopvang Ecomare, in zorgwekkende toestand door parasieten, langdurig gebrek aan voedingsstoffen, en door de rui, het veren wisselen, dat veel energie kost. De brileider, die nu bij een vogelopvang in Den Haag verblijft, herstelt goed en eet weer volledig zelfstandig (kokkels). „Het is niet mogelijk om de brileider te zien”, aldus de speciale ‘steunpagina’.De uilen bij Eemdijk kan iedereen komen bekijken terwijl die doodgemoedereerd hun uilendingen doen. In het weekend trekken ze een publiek van vele honderden.
Iemand zegt dat ze zelfs uit België kwamen. Iemand zegt dat ze de bermen vertrappen en door tuinen lopen. Iemand zegt dat je altijd leuke mensen tegenkomt als je aan het spotten bent. Iemand zegt dat het eigenlijk geen kunst is om deze vogels te zien. Iemand zegt dat hij het liefst niet de kudde volgt. Iemand zegt dat hij in coronatijd een vogelaar is geworden. Iemand spot dat de spotters zelf invasieve exoten zijn, bijna een plaag.Wat kun je ertegen doen? Actief populatiebeheer – het eufemisme dat naar kruitdamp ruikt – is niet aan de orde. Prooidieren schaars maken? Duh! Schuilplaatsen verwijderen? Ook niet; de vogelaars staan al vol in het zicht van de vogels. Je kunt wel dingen nalaten. Bijvoederen bijvoorbeeld. Julia (12), die in het huis op de dijk woont, verdient al twee jaar bij met het bakken van taarten en koekjes, en zag nu nieuwe afzet lonken, vertelde ze aan de Gooi- en Eemlander. Ze bakte driehonderd macarons met een uilengezichtje erop. Een euro per stuk. In twee uur was ze los.
Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag