Dagboek Journalist Rita Baroud vluchtte uit Gaza en woont nu in Amsterdam en Marseille. Ze vergelijkt het dagelijks leven; verschillen zitten soms in kleine details.
Twee jongens plukken bloemen op een veld naast verwoeste gebouwen in het vluchtelingenkamp Nuseirat in de Gazastrook.
Soms openbaart het verschil tussen plaatsen zich in heel kleine details: hoe je brood koopt, hoe lang begroetingen duren, hoe vaak je naam op één dag wordt uitgesproken.
Ik ben niet zomaar van de ene stad naar de andere verhuisd, ik ben van het ene levensritme naar het andere gegaan. Van dichtheid naar openheid. Van overmatige nabijheid naar georganiseerde afstand.
In vooroorlogs Gaza was het leven niet gemakkelijk, maar het was vol mensen. Dat is het eerste verschil dat ik nu merk. Mensen waren daar geen achtergrond van het tafereel, ze waren het tafereel zelf. De straat was een aaneengesloten veld van interactie: groet, vraag, opmerking, grap. Je kon niet lopen zonder gezien te worden. Gezien worden was onderdeel van het bestaan.
In Europa kan ik een heel uur lopen zonder dat iemand me herkent of iets vraagt. In het begin voelde dat als een prachtig respect voor privacy. Op andere dagen voelde het als onzichtbaarheid. Alsof ik voorbijga zonder een spoor achter te laten.
De ochtend in Gaza begon van buitenaf. Ook als ik in bed bleef, kwam de dag binnen via geluid: de broodverkoper, de schoolbus, deuren die opengingen, een moeder die haar kind bij zijn volledige naam riep, wat betekende dat het serieus was. Er was altijd een onofficiële aankondiging dat de dag begonnen was.
In Europa is de ochtend naar binnen gekeerd. Ramen zijn gesloten, de geluidsisolatie is uitstekend, alles gebeurt in berekende stilte. Soms moet ik op de klok kijken om me ervan te vergewissen dat de dag echt is begonnen. De ochtend dringt zich hier niet aan je op. Hij wacht op je toestemming.
Zelfs brood vertelt een ander verhaal. In Gaza was brood kopen een dagelijks levend ritueel: even wachten, warmte door de zak heen, een stuk eten op weg naar huis. Brood was verbonden met de hand, met hitte, met urgentie.
In Europa is brood divers en verfijnd, maar vaak koud bij aankoop, gesneden, verpakt, afgemeten. De kwaliteit is hoog, maar het is minder intiem. Daar was het een tafelgenoot; hier is het een uitstekend product.
De tafel zelf is een andere wereld. In Gaza werd eten gekookt in hoeveelheden die het aantal aanwezige mensen overstegen. Er was altijd de mogelijkheid dat er iemand langskwam. Extra eten was sociale zekerheid. Delen gebeurde vanzelf.
Palestijnen koken en eten in vluchtelingenkamp Khan Younis.
In Europa heeft ieder zijn eigen bord. Grenzen zijn duidelijk, zelfs tijdens het eten. Dat is soms comfortabel en op andere momenten vreemd. Ik mis de gezellige chaos van het delen.
Op bezoek gaan in Gaza vereiste geen ingewikkelde planning. Iemand kon aankloppen simpelweg omdat hij je miste. Sociale tijd was elastisch. Zitten werd uitgerekt. Thee werd bijgeschonken zonder te vragen.
In Europa is een bezoek een klein project: bericht, voorstel, bevestiging. Mensen respecteren agenda’s. Dat waardeer ik, maar soms mis ik ongeplande warmte.
Familie was daar dagelijks aanwezig. Nieuws verspreidde zich snel. Steun kwam onmiddellijk. Privacy was geringer, maar solidariteit was dichterbij.
In Europa is onafhankelijkheid een kernwaarde. Om hulp vragen is een bewuste keuze. Het bouwt individuele kracht op, maar kan emotionele afstand creëren als het niet wordt gevuld met echte vriendschap.
Tijd heeft een ander karakter. In Gaza was tijd sociaal, gevormd rond mensen en gelegenheden. Vertraging was onderdeel van de realiteit.
In Europa is tijd geometrisch en precies. Afspraken worden behandeld als kleine contracten. Ik heb de waarde van stiptheid geleerd, maar ik draag mijn vroegere flexibiliteit nog steeds in mij.
Ik ben door verschillende Europese landen gereisd, en elke stad liet een andere smaak achter. Ik behandel de kaart niet als een checklist, maar als een trage ervaring. En toch, telkens wanneer ik iets nieuws proef, betrap ik mezelf erop — onbewust — het te vergelijken met eten in Gaza vóór de oorlog, en te glimlachen: het was daar warmer.
Een Palestijns meisje draagt een pan met gedoneerd voedsel in een gemeenschappelijke keuken in Khan Younis.
In Italië voelde eten als dagelijkse kunst. Koffie is kortaf en serieus, pasta persoonlijk, pizza bijna een kwestie van waardigheid. En toch miste ik de eenvoud van populaire restaurants in Gaza. Waar vertrouwdheid een essentieel ingrediënt was.
In België proefde ik zware, versierde zoetigheden — mooi als etalages — en dacht meteen aan onze eenvoudigere desserts, minder opgesmukt en intiemer.
In Frankrijk ontdekte ik scherpe verschillen tussen steden en een rijke, gelaagde keuken. En toch bleef ik glimlachen en zeggen: ik mis een eenvoudig, vertrouwd huisgemaakt bord.
Mijn eerste favoriete plek was de zee in Gaza. Niet omdat ze de mooiste was, maar omdat ze mij kende. Ik ging erheen met mijn koffie, zat er dicht genoeg bij om de golven te horen en ver genoeg weg om na te denken. De zee was een prima ordening van de wereld.
Nu zit ik voor een andere zee. Ze zeggen dat het dezelfde Middellandse Zee is. Ik glimlach. Maar de zee is niet alleen water; ze is plaatsgeheugen. Als een plek vol herinneringen. Hier zit ik met een sigaret. Ik had nooit gedacht dat ik zou roken. De gewoonte sloop erin als tijdelijke oplossing en weigerde tijdelijk te blijven. Ik vraag me af of gevoelens die geen taal vinden, veranderen in gewoonten.
Het strand bij Gaza-Stad begin dit jaar, waar ontheemde Palestijnen hun toevlucht zoeken.
De zee in Marseille is rustiger dan ik had verwacht. Lagere golven. Zachter geluid. Ik vraag mezelf af: waarom kalmeert kalmte mij niet? Waarom mis ik hogere golven? Misschien omdat het van binnen nog onrustig is. Misschien ben ik geografisch sneller overgestoken dan innerlijk. De ziel heeft een extra visum nodig.
De fiets is altijd mijn kleine manier geweest om me vrij te voelen. In Gaza was het een korte pauze in de beperking.
In Amsterdam is het een compleet levenssysteem: gemarkeerde paden, borden, regels. Ik ontdekte dat vrijheid georganiseerd kan worden zonder haar betekenis te verliezen, dat je niet elke keer een veilig pad hoeft uit te vinden. Toch blijft het gevoel hetzelfde: wind in mijn gezicht, beweging op eigen kracht.
De liedjes waar ik in Gaza vóór de oorlog naar luisterde, waren niet alleen anders in taal of ritme, ze hadden een andere functie. Daar begeleidde muziek het leven: thuis, onderweg, op het werk, tussen mensen. Ik had het niet nodig om me af te zonderen maar als achtergrond.
Nu is een koptelefoon het belangrijkste wat ik meeneem voordat ik het huis verlaat of op reis ga. Ik controleer hem zoals ik mijn paspoort controleer. Beweging hier is constant: metro, treinen, auto’s, boten, fietsen, trams, vliegtuigen. Voortdurend oversteken tussen steden en landkaarten. Muziek is de enige vaste brug geworden tussen deze verschuivende routes.
In het ov zet ik mijn koptelefoon op alsof ik er een kamer in mijn hoofd mee creëer. De wereld beweegt snel om me heen. Ik beweeg langzaam binnen het lied. Muziek is geen vermaak meer, maar psychologisch gezelschap. Een manier om te begrijpen wat ik voel zonder het uit te hoeven leggen.
Een Palestijnse familie zit bij elkaar in vluchtelingenkamp Jabalia. Een Palestijnse man slaapt naast zijn paard.
Nu neig ik naar liedjes die rechtstreeks tot het innerlijk spreken. Liedjes die de stemming niet optillen, maar aanraken. Liedjes die voelen alsof ze geschreven zijn vanuit een plek die lijkt op stille innerlijke ballingschap.
Er is een Portugees lied waar ik vaak naar luister tijdens het reizen. Elke keer dat het begint, verzacht er iets in mijn borst. Vooral het deel waarin de zanger zegt dat hij, ongeacht hoe dingen eruitzien, niet tot die stad zal behoren, dat de zee van mensen, de andere zon, de betonnen blokken geen gevoel van thuis creëren. Elke keer gaan die woorden rechtstreeks van de koptelefoon naar een gevoelige plek in mij, zonder vertaling, zonder weerstand.
Een ander lied waar ik vaak naar terugkeer is van een jonge zanger wiens stem tegelijk fragiel en sterk is. Hij zingt dat hij de mooiste plekken ter wereld heeft gezien, maar zich toch voelt als een wandelende machine, alles bekijkend door een scherm, alsof niets volledig echt is. Dat deel begeleidt me tijdens het opstijgen: het moment waarop de grond loslaat en steden stippen worden. De woorden treden niet op, ze verklaren een gevoel.
Soms vallen er tranen zonder aankondiging. Geen zichtbaar huilen, geen snikken. Alleen stil water. Alsof het lichaam muziek sneller begrijpt dan het bewustzijn. Alsof het bewegen tussen steden iets losmaakt wat niet zichtbaar is op foto’s of vervoersbewijzen.
In Gaza luisterde ik naar muziek terwijl ik op één plek bleef.
Nu luister ik terwijl ik plaatsen doorkruis.
Daar ging muziek door de dag heen.
Hier gaat de dag door muziek heen.
De straat in Gaza was ’s nachts levendig. De avond was een verlengstuk van het leven.
In veel Europese steden wordt het ’s nachts vroeg stil. De rust is mooi, maar anders dan levendigheid.
Kleding is ook een taal. Daar was ze sociaal ingekaderd. Hier is ze een persoonlijke verklaring. Ik voelde een geleidelijke bevrijding in mijn keuzes.
Ook lichaamstaal: nabijheid was daar vanzelfsprekend; afstand is hier respect. Het kostte tijd om te begrijpen dat afstand geen kilte is.
In Gaza werd identiteit snel toegewezen: wiens dochter, welke wijk.
In Europa stel ik mezelf elke keer opnieuw voor vanaf het begin. Het is vermoeiend. En bevrijdend.
Ik mis het om van veraf geroepen te worden, dat er zonder voorbehoud een plek voor mij is.
En ik waardeer het om te kunnen weigeren zonder lange uitleg, om zonder misverstand voor eenzaamheid te kunnen kiezen.
Ik verlang niet omdat alles daar beter was. Ik bewonder niet omdat alles hier beter is. Een mens kan twee ritmes in één hart dragen.
Misschien is thuis niet één plek.
Misschien is thuis waar je gezicht wordt gezien en je grenzen worden gerespecteerd.
En ik leer nog steeds hoe ik zichtbaarheid en grenzen in één leven kan vasthouden.
Kinderen spelen tussen het puin van huizen in Jabalia.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU