De schaamte moet van kant wisselen, besloot Gisèle Pelicot in de rechtszaak tegen haar man en vijftig anderen die haar verkrachtten. ‘Ik heb de bezem door mijn leven gehaald, al het lelijke weggedaan, en met de mooie dingen heb ik mezelf opnieuw opgebouwd.’
is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. De afgelopen jaren volgde ze Pelicot-zaak op de voet en woonde ze meerdere rechtszittingen bij.
Als Gisèle Pelicot begin november 2020 met haar echtgenoot Dominique op het politiebureau in het Zuid-Franse Carpentras wordt ontboden, heeft ze geen idee hoezeer haar leven vanaf die dag op zijn kop zal staan.
Twee maanden eerder is Dominique in de supermarkt betrapt op het filmen onder de rokken van vrouwen. Zijn computer en telefoon zijn in beslag genomen. Gisèle heeft hem laten beloven een psycholoog te bezoeken. Flikt hij dit nog een keer, dan is ze weg.
Op het politiebureau verwacht ze een formaliteit in die zaak te moeten afhandelen. Maar eenmaal binnen wordt het echtpaar gescheiden. Als Gisèle aan de beurt is voor een gesprek met de hoofdagent schuift hij haar een aantal foto’s toe, gevonden op de harde schijf van Dominique.
Haar echtgenoot, met wie ze bijna vijftig jaar is getrouwd, is zojuist in hechtenis genomen vanwege verkrachting met verdovende middelen. De vrouw op de foto’s is zij. En op de talloze beelden die haar man van het seksueel geweld heeft gemaakt, zijn nog eens tientallen andere daders te zien. De woorden van de agent bereiken haar niet meer, haar brein blokkeert.
Gisèle slaapt die nacht bij een vriendin. De volgende ochtend keert ze terug naar huis, op zoek naar goede herinneringen, iets van geluk om zich aan vast te klampen. Maar haar gele huis met blauwe luiken, waar de kleinkinderen zo graag vakantie vieren, is veranderd in een plaats delict.
Er is geen tijd meer om te koesteren. Haar drie volwassen kinderen, David, Caroline en Florian, razen door het huis op zoek naar aanwijzingen, om de plek daarna zo snel mogelijk achter zich te kunnen laten.
Caroline opende de buffetkast, pakte een voor een de borden en smeet ze kapot terwijl ze schreeuwde dat ik ze toch niet meer nodig had, beschrijft Pelicot die eerste dagen in haar boek Et la joie de vivre, in het Nederlands vertaald als Ode aan het leven, dat op 17 februari verschijnt bij uitgeverij De Geus.
‘Caroline, maak alsjeblieft niet alles kapot. Ik wil graag dingen houden.’
‘Maar waarom zou je nog iets willen bewaren van dat leven?’, riep ze tegen me.
‘Alles ging kapot. Spullen. Ons verhaal. Wijzelf. En ik, elk moment een beetje meer. Caroline rende de gang in. Ze trok een schilderij van de muur dat haar vader had gemaakt […] Vervolgens stortte ze zich op de ingelijste foto’s die zo’n beetje overal hingen. En daarna op de albums die ze uit een hutkoffer haalde. Onze vakanties en kerstdagen, onze jeugd. Ze scheurde alles kapot.’
Wat blijft er over van een leven vol herinneringen als die plotseling worden bedolven onder een stortvloed van leugens? Valt uit de puinhoop iets te redden? Wíl je nog iets redden van een huwelijk en gezin dat gelukkig leek, maar plotseling doortrokken blijkt van jarenlange misleiding, drogering, en seksueel geweld?
Als Pelicot twee dagen na het gesprek op het politiebureau van Carpentras haar huis verlaat en met twee koffers en haar buldog Lancôme op de trein stapt naar familie in Parijs, voelt ze zich als door een shredder gehaald.
Gisèle Pelicot had bepaald niet de ambitie om een feministisch icoon te worden. Als 16-jarige bewonderde ze de vrouwen die vanaf eind jaren zestig in Frankrijk voor vrijheid en gelijke rechten vochten, maar ze stonden ook ver af van het meisje dat boven alles droomde van een huwelijk en gezin.
De rechtszaak tegen haar echtgenoot Dominique is, vier jaar na zijn aanhouding, in aantocht. In de laatste negen jaar van hun huwelijk heeft hij haar talloze keren gedrogeerd met kalmeringsmiddelen om haar, zodra ze buiten bewustzijn was, te verkrachten en door anderen te laten verkrachten in haar eigen bed. Dankzij de tienduizenden foto’s en video’s die Dominique Pelicot van het seksueel geweld maakte en op zijn harde schijf bewaarde, zijn nog eens vijftig daders geïdentificeerd – zij staan eveneens terecht.
Het proces, dat al historisch belooft te worden vanwege het grote aantal verdachten en de overweldigende hoeveelheid bewijsmateriaal, neemt een onverwachte wending als Gisèle Pelicot enkele maanden op voorhand besluit dat het in de openbaarheid moet plaatsvinden. ‘De schaamte moet van kant wisselen’, zegt ze bij aanvang van de rechtszaak in september 2024. De voorzitter van de rechtbank is ontstemd over haar beslissing, de verdediging is woedend en eist dat de deuren gesloten blijven – daarin gesteund door het Openbaar Ministerie (OM). Maar volgens de wet heeft het slachtoffer het laatste woord.
Haar woorden en haar moed resoneren wereldwijd. Gedurende de bijna vier maanden van het proces wordt de zaak door talloze Franse en internationale journalisten op de voet gevolgd. Gisèle Pelicot verandert van slachtoffer in een feministisch icoon. Time Magazine roept haar uit tot een van de invloedrijkste personen van het jaar 2025, de Franse president Emmanuel Macron bekroont haar met de Légion d’honneur, de hoogste civiele onderscheiding.
***
‘Dit gaat drie zinnen opleveren in het misdaadnieuws, dacht ik vooraf’, zegt Pelicot ruim een jaar na de uitspraak van het vonnis. Alle verdachten werden schuldig bevonden aan verkrachting, Dominique Pelicot kreeg twintig jaar celstraf opgelegd. ‘Aanvankelijk zou ik slechts vijftien procesdagen bijwonen. Ik had geen seconde gedacht dat mijn verhaal zo’n weerklank zou krijgen. Maar toen ik al die vrouwen zag die naar de rechtbank waren gekomen, begreep ik dat ik moest blijven.’
Het interview vindt plaats in Parijs, op het kantoor van haar literair agent in het 6de arrondissement, op steenworp afstand van de Seine. Binnen straalt haar gezicht je tegemoet vanaf de talloze exemplaren van haar boek, dat tegelijkertijd in twintig talen verschijnt. Zelf oogt ze ontspannen, ondanks de interviews die ze deze dagen aaneenrijgt. Ze ontvangt met de openheid en warmte die ook doorklinken in haar boek. Op papier noemt ze Dominique bij zijn voornaam, in het gesprek noemt ze haar inmiddels ex-echtgenoot consequent ‘meneer Pelicot’.
‘Hoe kan deze vrouw nog altijd overeind staan na alle verschrikkingen die ze heeft doorstaan, vragen mensen zich af. Gedurende het proces zagen ze me vrijwel dagelijks voorbijkomen. Maar niemand wist wie ik werkelijk was. Met dit boek wil ik mijn levensverhaal vertellen, een familiekroniek van drie generaties vrouwen, hun pijn en verdriet, veerkracht en vreugde. Het is een boodschap van hoop: hoe zwaar de beproevingen in het leven ook zijn, we kunnen altijd weer opstaan. Het bewijs is dat ik hier vandaag voor u zit, en gelukkig ben dat ik leef.’
Heeft het opschrijven van uw levensverhaal geholpen die hoop te vinden?
‘Al sinds ik klein ben, heb ik een joie de vivre in me. De dood deed vroeg zijn intrede in mijn leven. Mijn moeder overleed toen ik 9 was, mijn vader en broer zijn relatief jong gestorven. Ik leerde al vroeg klappen vangen en weer opstaan, als een bokser die zich telkens herpakt.
‘De zaak rond meneer Pelicot heeft me diep doen vallen, nog dieper gaan was onmogelijk. Het was als een bombardement dat alles verwoestte, voor mijn kinderen en voor mij. Ik moest mezelf afvragen: hoe bouw ik mezelf vanuit deze puinhopen weer op? Met dit boek kon ik de balans van mijn leven opmaken. Natuurlijk overvalt het verdriet me soms nog steeds, maar het leven blijft het waard geleefd te worden.’
Het noodlot leek de vrouwen in Gisèles familie te achtervolgen. Haar oma stierf aan tbc toen haar eigen zoon nog maar 7 jaar oud was. En Gisèle was 9 toen haar moeder, na vijf jaar ziekte, overleed aan de gevolgen van een hersentumor.
Ze werd zowel de bron van mijn kracht als mijn verdriet. Mij kon niets ergers gebeuren. Niets zou mij meer pijn kunnen doen dan haar verliezen, niets zou mij nog kunnen breken. En ik wilde gelukkig zijn, niet alleen maar stoer, niet alleen maar moedig, maar gelukkig, en bovendien anderen gelukkig maken. Doorgaan, onvermoeibaar en opgewekt.
De laatste jaren kreeg Gisèle Pelicot last van allerlei onverklaarbare gezondheidsklachten. Begon ze aan de telefoon met haar kleinzoon plots te raaskallen. Zag ze haar bijgekleurde haren in de spiegel, maar kon ze zich van het kappersbezoek de dag ervoor niets herinneren. Een bevriende neuroloog dacht aan alzheimer. Zelf was ze ervan overtuigd dat haar hetzelfde lot zou treffen als haar moeder: een hersentumor. ‘Mijn leven was opgetrokken rond dit drama’, schrijft ze. ‘Ik had gewild dat het een soort revanche werd, maar het was overduidelijk slechts een herhaling.’
De steeds vaker voorkomende absences blijken een ander noodlot aan te kondigen dan gedacht. In de eerste nacht na de arrestatie van Dominique Pelicot belt Caroline plotseling op: ‘Mama, je absences, dat moet daardoor komen!’
Vanaf het begin gaan Gisèle en haar kinderen fundamenteel anders om met de onthullingen over het seksueel geweld door Dominique Pelicot. In de ogen van haar kinderen is hun vader onherroepelijk veranderd in een monster, het verhaal van een gelukkige jeugd gaat, soms letterlijk, bij het grofvuil. Zelf zoekt ze juist houvast in de goede momenten samen.
Hoe kun je herinneringen blijven koesteren als degene aan wie je ze bewaart ook je ‘beul’ blijkt te zijn, zoals u hem noemt?
‘We bestaan uit herinneringen. Vijftig jaar heb ik mijn leven gedeeld met meneer Pelicot, en op mijn leeftijd laat het leven zich niet overdoen. Daarom had ik het ook nodig om te geloven dat die vijftig jaar niet alleen maar een leugen waren. Het was noodzakelijk om te kunnen blijven leven.
‘Voor mijn kinderen is het veel complexer. Het gaat om hun wortels, het verhaal waarmee ze groot zijn geworden. Een drama als dit brengt een familie niet dichter bij elkaar. Het is een explosie die alles wegvaagt. Ik begrijp de blinde woede van Caroline, haar vader heeft alles kapotgemaakt. Ze was heel hecht met hem, en hij was als vader alomtegenwoordig. Tegenover de pijn van mijn kinderen sta ik machteloos.
‘Niemand had de duistere kant van deze man gezien. Hij heeft een dubbele persoonlijkheid. Maar onze ontmoeting, de manier waarop we gegroeid zijn samen, de drie kinderen die we kregen – dat geluk kan ik niet vergeten. Ik heb de bezem door mijn leven gehaald, al het lelijke weggedaan, en met de mooie dingen die overblijven heb ik mezelf opnieuw opgebouwd.’
***
Ze was 19 toen ze Dominique Pelicot in het huis van haar tante ontmoette, bij wie hij in het elektriciensbedrijfje werkte. Hij kwam er graag thuis, leek er naar genegenheid te zoeken – net als zij. Gisèle kwam er snel achter waarom hij zijn eigen familie ontvluchtte. Vader Pelicot heerste over het gezin als een gewelddadige tiran.
Een paar jaar na zijn overlijden had Caroline haar vader gevraagd het verhaal van zijn jeugd op te schrijven in de hoop onverwerkt verdriet een plaats te geven. Het verslag daarvan maakt deel uit van het strafdossier. In Ode aan het leven komen de vernederingen en vermoedens van incest in het gezin van Dominique Pelicot uitgebreid aan bod.
Hun liefdesverhaal omschrijft ze als een ‘pact tegen het verdriet’ van hun jeugd. Voor haar werd een gelukkig huwelijk en hun gezinsleven de manier om het verleden goed te maken. Tot dat verhaal wreed wordt ontwricht wanneer ze hoort dat hij haar de laatste negen jaar van hun huwelijk stelselmatig drogeerde, verkrachtte en liet verkrachten.
Ode aan het leven is als een zoektocht naar signalen en verklaringen die het verhaal van hun huwelijk helpen reconstrueren, inclusief de tragische ontaarding ervan. Pelicot ontleedt de loop van hun veranderende seksleven, hoe ze hem professioneel voorbijstreeft, de affaires aan beide kanten en de schulden waarmee ze leven – inclusief de kerstavond in een lege woonkamer nadat de deurwaarder hun meubels in beslag heeft genomen.
Het is een intiem en open relaas, dat zoekt naar antwoorden zonder Dominique daarmee vrij te pleiten. ‘Voor mij is hij geen monster, maar hij heeft monsterlijke dingen gedaan. Ieder mens groeit op met bagage. Maar het is aan onszelf te kiezen wat we met die kwetsbaarheden doen. Hij heeft gekozen voor de duisterste krochten van de menselijke ziel. In de rechtszaal heb ik tegen hem gezegd: je had alles om gelukkig te zijn, maar je koos voor de onderwereld.’
Hij heeft u nog altijd in zijn greep, wierpen de advocaten van de verdediging u voor de voeten. U bent zijn beste advocaat, verweet uw eerste advocaat u. Een psychologisch expert oordeelde dat u slaafs was.
‘Ongeveer een maand na zijn arrestatie werd ik onderzocht door een psychologisch expert die justitie me had toegewezen. Hij liet me allerlei vragen beantwoorden – naar mijn idee soms ridicuul, zoals of ik van kersen hield. Op een gegeven moment overhandigt hij me een wit vel papier en vraagt me dat te ondertekenen.
‘Ik ben in volle concentratie, en bovendien nog in shock over alle gebeurtenissen. Ik zet mijn handtekening op het blad. Hij kijkt me aan en zegt: ‘Ziet u, mevrouw, u bent de slaaf van uw echtgenoot.’ Op dat moment zakte de moed me in de schoenen. Ik voelde me al totaal verslagen, en dan moet je je leven oppakken met zo’n boodschap. Tijdens het proces in Avignon heeft hij dat herhaald, voor hem was ik het slaafje van meneer Pelicot.
‘Nooit ben ik een onderworpen vrouw geweest. Ik was altijd een vrije, financieel onafhankelijke vrouw. Alleen wanneer ik werd gedrogeerd door meneer Pelicot was ik inderdaad in zijn greep. Tijdens het proces ontmoette ik een andere psychiater die me hielp mezelf terug te vinden, zij zag me niet als iemand in de greep van een ander.
‘Vijftig jaar ben ik met meneer Pelicot samen geweest. Ik trek er de laatste tien jaar vanaf, omdat mijn herinneringen daar in de war zijn geraakt. Voor iedereen om ons heen was het een schok om te horen waartoe hij in staat bleek te zijn. Onze vrienden, onze familie, onze kinderen waardeerden hem zeer. Veel vrienden geloofden me aanvankelijk niet toen ik over zijn arrestatie vertelde. Een vriend vroeg zich af of ik de boel verzon om van hem te kunnen scheiden. Nog steeds zijn er mensen die zeggen: hoe kan het dat ze nergens iets van heeft gemerkt?’
Behalve extreme vermoeidheid en geheugenverlies had Gisèle Pelicot ook last van gynaecologische klachten. Maar in bijna tien jaar medisch onderzoek bleef een diagnose uit. Ze kreeg vooral te horen dat de tijd nu eenmaal ‘haar sloopwerk doet’. Pas tijdens het politieonderzoek werd duidelijk waarom ze ’s nachts soms nat wakker werd. Dominique gaf haar na het misbruik een vaginale douche met een injectiespuit.
Achteraf gezien waren er signalen, maar ze wist ze destijds niet te herkennen. ‘Vergelijk het met een operatie. Als je onder volledige narcose wordt behandeld, heb je na afloop geen idee wat er precies is gebeurd. Zo was het ook voor mij. Iedereen die daaraan twijfelt zou ik willen zeggen: als u de videobeelden had gezien, zou u niet langer twijfelen. Maar slachtoffers van seksueel geweld worden uiteindelijk altijd als verdacht gezien.’
De cruciale beslissing om het proces in openbaarheid te voeren, staat haaks op Pelicots aanvankelijke plan. Eerder had ze juist een advocaat de deur uitgestuurd die er een publiek proces van wilde maken dat draaide om geweld tegen vrouwen.
‘Ik had genoeg van haar frases, van haar wens om telkens de media op te zoeken, en van die grote strijd van de vrouwen tegen de mannen die zij zogenaamd aanvoerde.’
Waarom voelde u zich ongemakkelijk bij die strijd?
‘Ze leek van het proces een zaak tegen alle mannen te willen maken. Ja, ik weet dat we al duizenden jaren door mannen worden gedomineerd, maar ik wilde niet alle mannen op een hoop gooien, noch mannen en vrouwen tegenover elkaar zetten.
‘Aanvankelijk wilde ik alles achter gesloten deuren houden. Op het politiebureau in Carpentras had ik een paar foto’s moeten bekijken waarop ik mezelf niet eens herkende, mijn brein ging op slot. Ik wilde dat niemand die vrouw in die aanstootgevende kleding zou zien.’
Wat deed u van gedachten veranderen?
‘Het was mijn dochter die me zei: mam, je moet afzien van de beslotenheid. Zo niet, dan doe je ze een voortreffelijk cadeau. Ze heeft veel op me ingepraat. Ik voelde me er aanvankelijk niet toe in staat. Maar gaandeweg vond ik bij het voorbereiden van de zaak iets van mijn zelfvertrouwen terug. Ik wandel en mediteer veel, en tijdens een van die wandelingen dacht ik: misschien heeft Caroline gelijk.
‘De schaamte moet van kant wisselen. Die zin werd tien jaar geleden al gebruikt in campagnes tegen verkrachting, en schoot me te binnen. Schaamte is de dubbele straf voor ons slachtoffers. Het is lijden.’
Haar advocaten zijn volstrekt verrast als ze haar beslissing aankondigt. Denk een week goed na, zeggen ze, want dit gaat het proces totaal veranderen. De volgende ochtend belt ze opnieuw om haar keuze te bevestigen.
‘Waar ik niet aan had gedacht, is dat ik dan ook zelf de video’s zou moeten bekijken. Ik moest me voorbereiden op wat het publiek zou zien. Dat had ik tot die tijd vermeden. Een week later kroop ik achter mijn computer. Het was ondraaglijk. Je bent een stuk vuil, een lappenpop die nergens op lijkt, tegenover die mannen bij vol bewustzijn. Mijn advocaat begeleidde me op afstand met zijn stem. ‘Als het niet gaat, stoppen we meteen’, zei hij. Ik wist dat ik niet alleen was.’
‘En toen kwam de eerste dag van het proces, 2 september 2024. De deuren van de rechtszaal gingen open en ik dacht: dit is een vergissing. Ik zag al die zwarte toga’s, al die beklaagden, ze zaten zo dicht bij ons. Ik hield mezelf voor dat ze ons vast nog zouden verplaatsen.’
Vierendertig verdachten zijn op dat moment nog op vrije voeten. Te veel om allemaal in een aparte beklaagdenbank te zetten, waardoor ze met hun advocaten vlak naast Gisèle en haar kinderen plaatsnemen. De anderen zitten met Dominique in een glazen box in de zaal. Buiten, waar de camera’s draaien, schieten de mannen iedere procesdag schichtig de zaal in, verscholen achter mondkapjes. In de beslotenheid van de rechtszaal kijken sommigen uitdagend rond.
‘Op aanraden van mijn advocaat droeg ik een zonnebril, ik probeerde mijn emoties niet te tonen. Dat was zwaar. Ik voelde me vernederd, ook door de advocaten van de verdediging. Met name door de vrouwelijke advocaten. Ik dacht dat er misschien een klein beetje solidariteit zou zijn onder vrouwen, maar juist zij hebben me mijn beslissing om de zaak in openbaarheid te voeren zwaar betaald gezet.’
Een voorbeeld: op nadrukkelijk verzoek van een vrouwelijke advocaat werden tijdens het proces privéfoto’s van het echtpaar Pelicot op groot scherm vertoond. Daarop is Gisèle naakt en in lingerie te zien. De foto’s horen niet bij het bewijsmateriaal in de zaak, maar zijn volgens de advocaat belangrijk om de waarheid te onthullen. ‘Niet alle vrouwen zullen dit soort foto’s accepteren’, voegt ze eraan toe. ‘Ik leid hieruit af dat het koppel Pelicot zijn eigen seksspel had.’
Wat heeft het afschudden van de schaamte u persoonlijk gekost?
‘Het heeft veel van me gevraagd. Ik vreesde dat mensen uit voyeurisme zouden kijken naar het bewijsmateriaal. Het tegendeel bleek waar, ik zag de tranen en de shock op de gezichten van de mensen in de zaal.
‘Desondanks zaaiden de advocaten van de verdediging twijfel met hun vragen. Ze schilderden me af als schuldig, medeplichtig, verdacht. Zoals een advocaat die opmerkte dat ik op een video mijn bekken bewoog. Dat bewees volgens hem dat ik bij bewustzijn was, misschien zelfs had aangemoedigd. Dat heeft me veel pijn gedaan. Ik had alle bewijs, de video’s lieten de waarheid zien, en ondanks dat werd mijn oprechtheid betwijfeld. Er waren avonden waarop ik zo droevig thuiskwam dat ik dacht niet te zullen volhouden. Maar de aanwezigheid van zoveel vrouwen, die me elke dag buiten bij de rechtbank stonden op te wachten, heeft me geholpen te verdragen hoe het er binnen aan toe ging.
‘Ik ben in mijn leven nooit erg trots geweest op mezelf, maar nu kan ik met een zekere trots zeggen: ik heb dit niet alleen voor mijzelf gedaan, maar voor alle vrouwen die binnen en buiten de zaal aanwezig waren. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn beslissing de zaak in de openbaarheid te voeren – ik zou het betreuren als ik het niet zo had gedaan.
‘Sommige beslissingen in het leven zijn cruciaal. Dit proces heeft vrouwen meer ruimte gegeven om te spreken, en ik denk dat het ook een stem heeft gegeven aan hun pijn. Het was mijn proces, maar ook dat van alle vrouwen die slachtoffer zijn van seksistisch en seksueel geweld. En het heeft een collectief bewustzijn gecreëerd, het leidt tot zelfreflectie bij mannen.’
Heeft het proces uw denken over man-vrouwverhoudingen veranderd?
‘De manier waarop verkrachting werd gebagatelliseerd door de verdediging heeft me echt geschokt. Sommige mannen spraken erover alsof ze een avondje uit waren geweest. Het wordt tijd dat deze patriarchale macho-samenleving verandert. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Chemische onderwerping (iemand zonder medeweten drogeren om seksueel misbruik mogelijk te maken, red.) komt nog steeds veel voor.’
***
De noodzaak en het verlangen om als vrouw begeerd te worden is een terugkerende worsteling in het boek.
Als Dominique haar filmt in lingerie, vraagt ze hem te stoppen, maar hij vleit haar door te zeggen dat niet veel koppels op hun leeftijd elkaar nog begeren. Met die troost sust ze zijn veranderende seksuele voorkeuren.
‘Als ik iemand had willen verkrachten, dan had ik geen vrouw van 57 verkracht. Dan had ik een mooiere genomen’, citeert Pelicot uit de verdediging van een van de mannen.
Misschien, zo schrijft ze verderop, was de schaamte makkelijker af te schudden ‘als je 70 bent en niemand meer aandacht aan je schenkt’.
Tijdens het proces becommentariëren media veelvuldig haar elegante verschijning – als slachtoffer verstopt ze zich niet, maar verschijnt ze met opgeheven hoofd. ‘Elegantie is ook een vorm van weerbaarheid’, zegt ze nu, ‘want het gaat om alles wat een verkrachting kapotmaakt.’
In het boek beschrijft u dat uw stiefmoeder u dik en lelijk noemde toen u tiener was. Maakte dat u kwetsbaar in het verlangen begeerd te worden?
‘Absoluut! Ik was 12 toen mijn stiefmoeder met mijn vader trouwde, drie jaar na het overlijden van mijn moeder. Plots was ik niets waard, ik zag er volgens haar uit als een werkpaard, haar eigen dochter was de knappe. Je groeit op met een zelfbeeld dat totaal verknipt is en verliest al je zelfvertrouwen. De eerste blik van liefde die ik ontving was van meneer Pelicot, hij was de eerste die me zei dat hij me mooi vond.’
***
Niet alleen van Gisèle, maar ook van dochter Caroline worden foto’s in lingerie gevonden op de computer van haar vader. Ze is ervan overtuigd dat haar vader ook haar heeft gedrogeerd en misbruikt, maar zal waarschijnlijk nooit een sluitend antwoord krijgen. Haar moeders pogingen haar gerust te stellen, voelen voor haar als ontkenning. In interviews vertelt Caroline dat ze niet meer met haar moeder spreekt.
Heeft u inmiddels weer contact met uw dochter?
‘Vlak voor kerst hebben we weer met elkaar gebeld. Nu sturen we elkaar iedere avond berichtjes. Ik denk dat ze tijd en ruimte nodig had, dat respecteer ik. Familietherapie zou ons goed doen. Mijn dochter is daar denk ik klaar voor, mijn jongste zoon ook, maar over de oudste ben ik niet zeker.
‘Een familiedrama drijft mensen vaak uiteen. Het is moeilijk om de pijn van een ander te verdragen, om je eigen verdriet te kunnen verwerken is soms afstand nodig. Daags na het nieuws vroeg Caroline me om bij haar in de kamer te slapen. Dat wilde ik niet: ik had het nodig om alleen te zijn om mijn krachten te verzamelen. Ze voelde zich daardoor in de steek gelaten, maar ik moest wel. Anders zou ik instorten, en ik wilde geen extra last zijn voor mijn kinderen.’
***
Twee jaar na de arrestatie van haar man volgt een nieuwe mokerslag uit onverwachte hoek. Opnieuw wordt ze door de politie gebeld, dit keer vanuit de afdeling seriemoorden en cold cases in Nanterre, een voorstad van Parijs. Dominique Pelicot blijkt de hoofdverdachte in twee onopgeloste zaken uit de jaren negentig. Opnieuw gaat het om verkrachting en poging tot verkrachting. Maar dit keer ook om moord.
Een jonge makelaar werd in 1991 door een potentiële ‘koper’ bedwelmd met ether, verkracht en om het leven gebracht bij de bezichtiging van een appartement in Parijs. Acht jaar later werd een andere jonge vrouwelijke makelaar eveneens bij de bezichtiging van een woning in de val gelokt. Ze wist te ontsnappen en zich in een kast te verstoppen, maar had Dominique op politiefoto’s herkend. DNA-onderzoek bevestigde haar verhaal.
Dominique heeft de poging tot verkrachting bekend. Hij ontkent betrokkenheid bij de moord, maar is verdachte vanwege een vergelijkbare modus operandi. Ook in de tweede zaak zou het appartement sterk naar ether hebben geroken, bovendien werkte Dominique zelf enige tijd als makelaar. Eind 2025 gaf de rechter toestemming om het stoffelijk overschot van het slachtoffer op te graven voor DNA-onderzoek – dat moet nog plaatsvinden.
Opnieuw moest ze de persoonlijkheid van haar ex-geliefde verder opsplitsen. ‘Die avond in 1999 is hij thuisgekomen alsof er niets was gebeurd. Dat is voor mij schokkend: ik had niets gezien, heb geen enkele verandering bemerkt. Wat betreft de moord durf ik te hopen dat hij niet de dader is.’
Het idee om het stoffelijk overschot op te graven, kwam van Dominique zelf. Dat doet Gisèle denken dat hij wellicht toch onschuldig is. In gedachten hoort ze de verwijten al van ‘iedereen die me ervan verdenkt dat ik excuses voor hem verzin’, zo schrijft ze, maar ze heeft het nodig om tegen zichzelf te kunnen zeggen dat ze niet met een moordenaar had samengeleefd. Om zich daaraan vast te klampen tot het tegendeel is bewezen.
Stel dat het tegendeel toch waar blijkt?
‘Dat zou voor mijn kinderen en mij de afdaling naar de hel betekenen. Het is moeilijk te accepteren dat ik alleen de façade heb gezien, dat ik die duistere kant van hem niet heb bemerkt.’
U zou meneer Pelicot graag opzoeken in de gevangenis, schrijft u. Wat zou u hem willen vragen?
‘Sinds we samen het politiebureau in Carpentras binnenliepen, op de dag dat ik het vreselijke nieuws te horen zou krijgen, hebben we elkaar niet meer onder vier ogen gezien. Dat is nu bijna zes jaar geleden. Hem spreken is belangrijk voor mijn verwerking. Dat gesprek houd ik voor mezelf.
‘Liever had ik dit alles nooit geweten. Maar dan was dit proces, met alle impact die het heeft gehad, er nooit geweest. Het leven heeft anders besloten, en dat is heel goed.’
***
In de hal bij haar literair agent staat een man te wachten die zich voorstelt als Jean-Loup, haar nieuwe geliefde. Als het gesprek op hem komt, rolt er een traan over haar wang. De schaamte moet van kant veranderen, dat is een van haar belangrijkste boodschappen in het boek. En ook: opnieuw liefhebben is mogelijk.
Ze leerden elkaar kennen in de zomer van 2023, ruim een jaar voordat de rechtszaak begon, bij een diner van gezamenlijke vrienden. Een half jaar eerder was zijn vrouw overleden. Eindeloos bleven ze praten, ook over banale dingen – iets waar de twee ‘gekwetste zielen’ zo’n behoefte aan hebben.
In de voorbereiding op het proces oefende Pelicot haar verhaal voor Jean-Loup, terwijl hij voorzitter van de rechtbank speelde. Anoniem was hij bij de zittingen aanwezig, alleen bij het tonen van de videobeelden verliet hij de zaal.
Inmiddels wonen ze samen op Île de Ré, een eilandje voor de Franse kust. Net als zij heeft hij een kleine buldog, ze maken lange wandelingen, delen elkaars herinneringen. Onderweg naar de bakker loopt Gisèle regelmatig even langs de begraafplaats. ‘Dan neem ik verse bloemen mee voor bij het graf van Bénédicte, zijn overleden vrouw. Want het verleden wis je niet uit.’
Gisèle Marie Françoise Pelicot is op 7 december 1952 in Villingen geboren als Gisèle Marie Françoise Guillou.
Op 14 april 1973 trouwde ze met Dominique Pelicot.
Loopbaan: bij Électricité de France (EDF), als logistiek coördinator op de afdeling kernenergie.
Kinderen: David, Caroline, Florian.
17 februari 2026: Publicatie boek Et la joie de vivre, geschreven in samenwerking met journalist Judith Perrignon, uitgeverij Flammarion.
Vertaald als Ode aan het leven bij uitgeverij De Geus.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant