nieuwsbriefMachtige Tijden
Machtige Tijden In het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben nieuwe regeringsleiders moeite overeind te blijven. Wat zegt dit over de risico’s voor het kabinet-Jetten?
Zelffelicitatie is onderdeel van de politiek geworden. Politici ontvangen kritiek van alle kanten. Het verklaart misschien dat ze zichzelf en elkaar in Haagse vergaderkamers graag complimentjes geven.
Vooral hun woordkeuze is boeiend. Politieke plannen of prestaties zijn nog zelden goed, doordacht of effectief. Ze zijn nu „mooi”, en vaak ook „dingen”. Zodoende zeggen politici geregeld dat ze „mooie dingen doen voor Nederland”. Met mooi wordt hier, vermoed ik, gedoeld op deze omschrijving van Van Dale: „waardoor iemand blijk geeft van uitnemendheid: een mooi examen afleggen, mooie cijfers halen.”
Ook Rob Jetten vindt vrij veel mooi. In het laatste formatiedebat sprak hij over hervorming van het belastingstelsel als „mooie opdracht”. Over „mooie initiatieven” voor ouderenhuisvesting. Over „hele mooie dingen” bij de opvang van Oekraïners. Et cetera.
De hele politiek doet eraan mee. In dat debat zag nieuwkomer Jan Struijs (50Plus) „mooie dingen op het gebied van veiligheid’’. Jesse Klaver (GL-PvdA) wil voor Nederland, niet voor het kabinet, „mooie akkoorden” sluiten. Henri Bontenbal (CDA) wenst dat mensen „op een mooie manier oud worden”. Annabel Nanninga (JA21) verlangt naar „mooie rechtse plannen”.
In een debat over longcovid, vorige maand, vond Vicky Maeijer (PVV) de nieuwe covidexpertisecentra „een mooie stap”. Zorgminister Jan Anthonie Bruijn (VVD) sprak van „echt heel mooie vaccins”. Staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties Eddie van Marum (BBB) wil dat de Antillen en Nederland „heel mooie dingen doen met elkaar”.
Zo zijn er honderden voorbeelden. Dilan Yesilgöz (VVD) toen ze een jaar terug haar economische agenda presenteerde: „Nederland elke dag een beetje mooier maken.”
Evengoed treedt het kabinet-Jetten aan in een tijdsgewricht dat weinig waarde aan zelffelicitatie toekent. Kijk naar nieuwe regeringsleiders over de grens.
In de heerlijke Britse podcast The Rest Is Politics ging het over de wankele positie van Keir Starmer, nu anderhalf jaar premier: „Are we going to be like Italy?” In Duitsland voelt Friedrich Merz, een half jaar bondskanselier, nu al de hete adem van de rechts-radicale AfD in de nek.
In Den Haag laat de postenverdeling zien dat de VVD geen behoefte aan avonturen heeft. Bijna alleen bekende namen – Yesilgöz, Heinen, Karremans, Van Weel, enzovoort. Het CDA en D66 lanceren relatief veel nieuwe gezichten, waarbij vooral D66 risico neemt.
Routinier Hans Vijlbrief moet op Sociale Zaken het polderen in ere herstellen, ondanks zware bezuinigingen op de sociale zekerheid. Driesterrengeneraal Elanor Boekholt-O’Sullivan moet op Volkshuisvesting de nieuwbouw versnellen zonder de beloofde komst van nieuwe steden. De Deventer wethouder Jaimi van Essen moet op Landbouw het stikstofslot ontgrendelen, maar nu zonder massale boerenprotesten uit te lokken.
Mooie dingen misschien – maar haalbare dingen?
Zoals dat na een formatie gaat: als de onderhandelaars uitpuffen en zich voorbereiden op hun nieuwe rol, beginnen meteen de pogingen om het imago van het nieuwe kabinet te misvormen. Want kenners van deze politieke cultuur weten: je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn.
Zodoende zien we al weken lelijke dingen. Geert Wilders probeerde het met de Bende van Jetten, maar helaas: toen bleek zijn eigen fractie een bende. Caroline van der Plas maakte er al „een links kabinet” van toen het coalitieakkoord nog niet af was. Best vroeg voor iemand die zich ooit bekommerde om de polarisatie in Den Haag.
Vervolgens had ze aan het cv van de nieuwe minister van Landbouw genoeg om het ergste voor boeren te vrezen: „Riemen vast!”. Tegelijk zag LTO Nederland een „basis voor constructieve samenwerking”. Dus het was wel mogelijk, je weet het niet, dat BBB hier een zuur-rechtse indruk wekte.
En dit is nog maar het begin. Het ecosysteem van behoudende media biedt genoeg ruimte om te testen welke kritiek wél in het hoofd van de kiezer blijft hangen.
Zo mocht in Nieuws van de Dag op SBS6 Victor Vlam, een nieuwe stokebrand op rechts, een andere aanvalslijn uitproberen. Hij is kritisch over het hoge opleidingsniveau van de nieuwe bewindslieden: „De belangen van praktisch opgeleide mensen worden terzijde geschoven.”
Ik bekeek de levensloop van Victor Vlam zelf even, en zag niet meteen een wereld van metselaars en schoonmakers voor me. Als kind woonde Victor in New York; vader werkte bij de VN. Tijdens zijn studie rechten haalde hij de halve finale van het WK debatteren. Dan toch poseren als spreekbuis van de gewone man – dat moet je ook maar kunnen.
De rolverwisseling is sowieso een geliefd middel geworden. Een van de absurdste berichten uit de Epstein-files leek me dat Epstein vlak voor zijn laatste arrestatie in 2019 met Trumps voormalige strateeg Steve Bannon mailde over de vorming van een mondiale populistische beweging.
Die rolverwisseling zou ik niet verzonnen hebben: Bannon, provocateur van de elite, die met Epstein, seksueel roofdier met een enorm netwerk in de mondiale elite, een wereldwijde opstand tegen diezelfde elite overwoog.
En dan hun wederzijdse relatie: Donald Trump. Nog zo’n miljonair met een anti-elitaire reputatie. Nog zo iemand van de zelffelicitatie. Die de wet waarmee hij de Amerikaanse schuldenpositie verder vergrootte, wist te presenteren als One big beautiful bill.
Het markeert de nieuwe scheidslijn in de westerse politiek. Op de nativistische vleugel draait alles om electorale effectiviteit. Verwijten waarmee ze een opponent uitschakelen hoeven niet te kloppen. Principes en standpunten zijn vloeibaar. Rollen inwisselbaar. De politicus is bereid elke pose in te nemen – positief of woedend, verfijnd of bot, gewone man of zakenman – zolang het stemmen oplevert.
Klassieke politici, niet-nativisten, kunnen er slecht mee uit de voeten. Zij zijn zelden berekend op de schaamteloosheid en omvang van (anonieme) online aanvallen. Ze worden overvallen door het vroege moment van de aanvallen. Bij GL-PvdA moesten ze vorig jaar in de Volkskrant lezen dat hun leider Frans Timmermans al tijden op AI-beelden van PVV-Kamerleden werd gecriminaliseerd.
En leiders willen vaak niet met gelijke munt terugbetalen. Ze hechten, zeggen ze dan, aan een zekere beschaving. Maar ze maken zelf ook fouten, in welk geval ze worden bedolven onder online onfatsoen.
Dit is de onveilige politieke wereld waarin het kabinet-Jetten aantreedt. In een land dat onder zijn voorganger bijna elk taboe in het migratiedebat losliet.
Je ziet het ook in media. Neem de proef uit het coalitieakkoord die mogelijk toelating van kenniswerkers buiten de EU mogelijk maakt. Een EO-onderzoeksjournalist noteerde erover dat dit „misschien wel het gevaarlijkste migratiepunt uit het coalitieakkoord” is, omdat het mogelijk leidt „tot verdere groei van de diversiteit in Nederland en een toename van moslims”.
Op radicaal-rechts is „vrijwillige remigratie” nu een doodnormaal standpunt: PVV, JA21, BBB bepleiten het openlijk; bij FVD ontbreekt het begrip „vrijwillig”. De voorzitter van JFVD riep rond de jaarwisseling: „2026 wordt een jaar van remigratie.” Mooi? Voor de keerzijde, het effect op mensen die horen dat ze beter kunnen vertrekken, is verbluffend weinig aandacht.
Dus wat nogal mist: politiek weerwoord. Want vrijwillige migratie bestaat niet meer zodra demonstranten de druk opvoeren, zoals nu al rond asielopvang gebeurt. En je denkt: is het nou zo moeilijk om die partijen om de oren te slaan met het Amerikaanse schrikbeeld, de binnenlandse oorlog van ICE tegen de eigen ingezeten?
Nog zoiets: in het rechtse online ecosysteem veroorzaakt een radicaal-rechtse stokebrand opwinding omdat de EU verkiezingen met censuur zou beïnvloeden, ook in Nederland.
Het staat in een rapport van Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden. En dat past netjes in anti-EU-campagne van Big Tech. De EU stelt techbedrijven, zoals professionele media, verantwoordelijk voor wat ze publiceren en beboet hen als ze die verplichting niet naleven. Dit presenteren de bedrijven en Trump als „censuur”.
Over Nederland constateert het rapport een „duidelijk belangenconflict”. In de campagne van 2023, toen de PVV won, was de minister van Binnenlandse Zaken belast met de mogelijke aanmelding van dubieuze online content, aldus het rapport, terwijl „kiezers de minister weg hadden kunnen stemmen”.
Dat hebben de Republikeinen bijna goed: de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Hugo de Jonge, was toen alleen niet verkiesbaar. Wat zal ik ervan zeggen: mooie misser, Republikeinen? Beautiful blunder, Reps?
Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet
Het zijn indicaties van lelijke aanvallen die het kabinet-Jetten te wachten staat. Het gaat uiteindelijk om de ziel van de natie. Wint ook hier het nativisme, of slaagt het land erin de open samenleving te blijven die het jarenlang meende te zijn?
Politiek is nooit iets voor bange mensen geweest. Maar zo riskant als nu was politiek in geen decennia. Wie eraan deelneemt, met welke overtuiging ook, toont ontegenzeggelijk moed.
Het is ook niet onbegrijpelijk dat politici onder die omstandigheden elkaar „mooie dingen” toekennen. Ik weet alleen niet of zelffelicitatie genoeg is om die aanvallen te pareren. Daarvoor is weerwoord nodig: inhoudelijk, afgemeten, overtuigend.
Want accurate argumenten – dat blijven, in welk debat ook, de mooiste dingen om de democratie mee te beschermen.
Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.