Zonder de VS als betrouwbare partner zoekt de rest van het Westen naar manieren om zich staande te houden tussen de geopolitieke grootmachten. Van de ervaring die het mondiale Zuiden daarmee heeft, kunnen deze ‘middelmachten’ veel leren.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was achttien jaar correspondent in Beijing.
De Amerikaanse president Donald Trump overvalt vriend en vijand steeds weer met nieuwe eisen, met de Amerikaanse economische macht en militaire bescherming als drukmiddelen. Dit noopt Amerikaanse bondgenoten van oost tot west hun eigen strategische koers uit te zetten, in plaats van gewoontegetrouw Washington te volgen en hopen dat slijmen met Trump de rest doet.
Westerse landen zien hun internationale status zonder de VS ineenschrompelen tot die van ‘middelmachten’ die zich overeind moeten zien te houden in een wereld waar rauwe Amerikaanse, Russische en Chinese macht de dienst uitmaakt.
Dat is een nieuwe werkelijkheid voor ‘het Westen minus de VS’. Landen uit het mondiale Zuiden overleven de ruwe geopolitiek van grootmachten al veel langer. Bovendien had het mondiale Zuiden eeuwenlang te maken met de negatieve gevolgen van globalisering, kolonisatie en onafhankelijkheidsoorlogen, waardoor deze landen ware ervaringsdeskundigen zijn op het gebied van ingrijpende geopolitieke breuken. Wat kunnen de onwennige westerse middelmachten daarvan leren?
Als 2025 het jaar was van Trumps importheffingen, draait 2026 om handel zonder Amerika. Onbetwiste kampioen is China, dat vorig jaar in weerwil van Trumps handelsoorlog de wereld een recordhoeveelheid spullen verkocht. Nadat Afrika, Latijns-Amerika, Zuidoost-Azië en de EU het gat van 20 procent aan weggevallen handel met de VS hadden gevuld, konden de Chinezen het grootste handelsoverschot in de menselijke geschiedenis van 1,2 biljoen dollar bijschrijven in hun annalen.
Beijing geeft vol gas om de Chinese renminbi tot internationaal betaalmiddel te maken. Vijftien jaar geleden was dat door de dominantie van de dollar ondenkbaar, nu wordt meer dan de helft van de Chinese transacties over de grens afgerekend in renminbi. Trumps dreigement van idioot hoge strafheffingen voor Brics-landen (Brazilie, Rusland, India, China, Zuid-Afrika en een vijftal andere niet-westerse landen) wegens ondermijning van de hegemonie van de dollar heeft niet gewerkt.
Een lidmaatschap van Brics, een niet-westers gezelschap met meer overeenkomsten dan verschillen, zal westerse regeringen niet direct aanspreken, maar ermee handelen is een ander verhaal. De EU sluit de ene na de andere handelsovereenkomst met snelgroeiende economieën uit het mondiale Zuiden. Zo zijn Canada en het Verenigd Koninkrijk ook bezig.
Wie weet wordt via deze geïntensiveerde handelsrelaties ook samenwerking op allerlei andere terreinen gevonden. In elk geval liggen de potentiële partners voor nieuwe internationale netwerken voor het oprapen, want westerse middelmachten hebben niet als enige op de wereld last van Trump.
Zuid-Korea mag als Aziatische bondgenoot van de VS niet alleen schuilen onder de Amerikaanse atoomparaplu, er zijn ook 28.500 Amerikaanse militairen gestationeerd. Desalniettemin wil voor het eerst in de 80-jarige geschiedenis van Zuid-Korea een forse meerderheid van 76 procent van de bevolking een eigen kernbom, blijkt uit opinieonderzoek van Zuid-Koreaanse denktanks.
Die wens komt niet uit de lucht vallen. Twee weken geleden zei Elbridge Colby, de politiek adviseur achter het Amerikaanse defensiebeleid, tijdens een bezoek aan Seoul nog dat de VS de in Zuid-Korea gelegerde troepen ook elders in Azië willen kunnen inzetten, vooral om China in toom te houden.
Eigen kernwapens zijn duur en bovendien lastig te testen in zo’n klein, dichtbevolkt land. Ook de geopolitieke risico’s zijn aanzienlijk. Er zal een nucleaire wapenwedloop ontstaan: een andere Amerikaanse bondgenoot in Azië, Japan, wil dan ook de zekerheid van eigen atoomwapens. Hoe China op nieuwe kernmachten in de achtertuin reageert, weet niemand. En stel dat Trump zijn handen helemaal van de verdediging van Zuid-Korea aftrekt, is een Zuid-Koreaanse atoombom dan genoeg om militair op eigen benen te staan?
Afgelopen oktober dacht Zuid-Korea nog dat alles snor zat met Trump. De Amerikaanse president legde Seoul, uit tevredenheid over Zuid-Koreaanse miljoeneninvesteringen in afgetakelde Amerikaanse scheepswerven, slechts een ‘vriendentarief’ van 15 procent aan importheffingen op. Uit onvrede over het tempo waarmee deze deal door het Zuid-Koreaanse parlement wordt geloodst, kwakte hij daar drie weken geleden echter zomaar 10 procent bovenop.
Paniek in Seoul, dat al veel te stellen heeft met de nieuwe Amerikaanse militaire strategie. Die legt sinds eind januari de hoofdverantwoordelijkheid voor de afschrikking van de met kernkoppen bewapende Noord-Koreaanse buurman bij Zuid-Korea. Nu hikt Seoul tegen zulke hoge defensie-uitgaven aan dat Trumps dreiging van een extra economische aderlating een venijnige klap in het gezicht is. Geen wonder dat de al langer lopende Zuid-Koreaanse discussie over de wenselijkheid van eigen kernwapens haar vrijblijvendheid verliest.
Als niet-westerse middelmacht oefent Zuid-Korea met strategisch denken en doen zonder Amerika. Deze vaardigheid is roestig geworden bij Europese bondgenoten van de VS. Die hebben zich acht decennia wereldleiders gewaand, die vanuit hun veilige, welvarende hoofdsteden overal ter wereld hun westerse model oplegden. Of dat nu paste bij landen uit het mondiale Zuiden of niet.
De term ‘middelmacht’ is trendy sinds de Canadese premier Mark Carney in Davos de middelmacht als nieuw perspectief schetste voor door Trump in de steek gelaten bondgenoten. Dat wil niet zeggen dat het Westen zijn nieuwe status accepteert. ‘Europeanen blijven geloven dat hun waarden universeel zijn, daarom hebben ze altijd hun visie op de rest van de wereld geprojecteerd’, zegt Philippe Peycam, die als directeur van het International Institute for Asian Studies van de Universiteit Leiden goed thuis is in het mondiale Zuiden.
‘Plotseling moeten westerse middelmachten concurreren en samenwerken met twee derde van de wereldbevolking. In andere middelmachten gaan Aziaten, Afrikanen, Zuid-Amerikanen aan kop. Dat roept angst op bij witte westerlingen’, aldus Peycam. Zeker omdat partners uit het mondiale Zuiden het Westen veel beter kennen dan andersom het geval is, zegt Peycam. ‘Het Westen heeft de wereld zijn instituties en regels opgedrongen. Daardoor weet het mondiale Zuiden precies hoe ons systeem werkt en spreken ze onze talen. Wij hebben die kennis niet over hen.’
Allereerst willen westerse middelmachten minder kwetsbaar worden. Daarbij valt vaak het woord derisking, een van oorsprong Amerikaans strategie om van Chinese producten, diensten en samenwerkingsverbanden af te komen wegens mogelijke veiligheidsrisico’s. Rond 2019 begon Europa daar ook mee, uit angst dat China kwetsbaarheden in kritieke sectoren benut. En omdat Washington alleen bondgenoten vertrouwt die China uit hun gevoelige infrastructuur weren.
Ironisch genoeg wordt derisking nu gezien als de Europese redding van gevaarlijke afhankelijkheid van de VS. Of het nu gaat om Amerikaanse techbedrijven waarop belangrijke Nederlandse IT-systemen leunen, Amerikaans aardgas of Amerikaanse wapens voor de Navo – er wordt nagedacht over alternatieven.
De gevolgen van deze dubbele derisking zijn niet te overzien, als het al lukt om de Europese verwevenheid met twee supermachten tegelijkertijd aan te pakken. Na twee crises met Beijing rond aardmetalen en chips ondervindt de EU pas net hoe moeilijk dit soort risico’s uit te bannen zijn.
Landen in het mondiale Zuiden kunnen het zich niet veroorloven om kieskeurig te zijn. Daar komt derisking pas in beeld als de verhoudingen met een grootmacht volledig op tilt slaan. Zoals in India, dat in 2020 Chinese investeerders weerde, zijn infrastructuur ontdeed van Chinese tech en TikTok verbood toen New Delhi en Beijing door een grensconflict op voet van oorlog met elkaar stonden.
Voor de meeste landen geldt: risico’s zoveel mogelijk spreiden door overal ter wereld te pakken wat je pakken kunt. Zitten er dan nadelen aan bijvoorbeeld Chinese communicatiesystemen, Russische huurlingen of Amerikaans durfkapitaal, dan leren ze daarmee leven tot er iets beters langskomt. Die flexibele houding veroordeelde het Westen graag als een hypocriete keuze voor het eigenbelang, maar nu vertonen westerse regeringsleiders hetzelfde gedrag in Beijing.
Nu de Europese vazallen van de VS ongelukkig zijn met Washington, en Rusland wegens de oorlog tegen Oekraïne geen alternatief is, lonkt China. Regeringsleiders van Canada, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Finland en Ierland gingen de afgelopen maanden naar Beijing, binnenkort hoopt ook Duitsland de bekoelde verhoudingen met China op te warmen.
Zoals gebruikelijk in de Chinese diplomatie staat de schone lei klaar. Vers aangetreden regeringsleiders krijgen de kans afstand te nemen van hun voorgangers, bijvoorbeeld door kritiek op de Chinese omgang met Taiwan, Hongkong en buurlanden rond de Zuid-Chinese Zee in te ruilen voor het opengooien van hun economieën voor Chinese handel en investeringen.
Deze inschikkelijke houding kraakten westerse regeringen tot voor kort af als onderwerping aan China als nieuwe neokoloniale macht. Nu gaan ze zelf met de pet in de hand naar Beijing. ‘Ze zijn zo overduidelijk op zoek naar snelle oplossingen dat hun diplomatie kunstmatig aandoet’, aldus Peycam.
Lastig zakendoen is het wel, merken westerlingen die terugkeren uit Beijing met verlaagde importtarieven voor whisky en koolzaad. Door hun nationale veiligheidsverplichtingen kunnen westerse regeringen slechts zeer beperkt toehappen bij echt vette Chinese investeringen in hightech en infrastructuur.
Dat geldt minder voor landen die geen problemen hebben met Xi’s ‘gemeenschappelijke lotsbestemming voor de mensheid’, oftewel Pax Sinica. Westerse premiers zullen niet meteen tekenen voor Xi’s Mondiale Initiatieven, maar vergeleken met de ravage die Trump aanricht, lijkt Xi met zijn Chinese oplossingen voor prangende wereldproblemen op dit moment de minst slechte optie. Al richt Xi de bestaande wereldorde opnieuw in om de Chinese belangen beter te dienen, hij scheurt die tenminste niet aan stukken.
Ditmaal laten westerse leiders hun liberale waarden thuis, verwacht voormalig militair attaché Zhou Bo, als geopolitiek expert verbonden aan het Centre for International Security and Strategy (CISS) van de Tsinghua Universiteit in Beijing. ‘In Europa brengt de liberale democratie zichzelf een nederlaag toe met rechts populisme,’ zegt Zhou in een CISS-podcast. ‘Uit die weinig rooskleurige situatie zoekt Europa een uitweg, maar die hebben de VS niet te bieden. Al zoekende komen ze uit in Azië, het zwaartepunt van de wereldeconomie. En bij China, dat de moderniteit voor de 21ste eeuw bepaalt.’
Westerse regeringsleiders prijzen nu de voorspelbaarheid en stabiliteit van China, vooral op economisch gebied. Net zo onveranderlijk zijn echter de ambities van de Chinese Communistische Partij, die worden nagejaagd op manieren waartegen het Westen altijd bezwaar maakte, of het nu gaat om export van industriële overcapaciteit of onderdrukking van andersdenkenden.
Na decennia ervaring met China als economische meerdere verstaan regeringen uit het mondiale Zuiden de kunst om daarvan weg te kijken en alleen in het uiterste geval, als Chinese activiteiten hun land bijzonder zwaar benadelen, Beijing beleefd te vragen of het misschien anders kan. Die vaardigheid moeten westerse landen nog leren.
Over de verhouding met de VS zijn Zhou en andere Chinese experts in jaren niet zo optimistisch geweest. Niet alleen heeft Xi Trump geen haarbreed toegegeven, ook zijn China en de VS voor het eerst in hun tumultueuze geschiedenis ‘met elkaar in evenwicht’, aldus Zhou.
Beide landen zijn inmiddels in staat elkaars toeleveringsketens lam te leggen. Dit gegeven wordt Mutually Assured Disruption (MAD) genoemd. In de Koude Oorlog stond MAD voor Mutually Assured Destruction, het vermogen van atoommachten om elkaar binnen luttele seconden weg te vagen.
Die wetenschap stabiliseerde de verhoudingen tussen de Sovjet-Unie en de VS, net zoals het vooruitzicht op economische ontwrichting de VS en China nu stimuleren hun rivaliteit via onderhandelingen in goede banen te leiden. Uit Trumps gretigheid om deze lente naar China te gaan, blijkt hoe gevoelig hij daarvoor is.
Xi kan zich bovendien verkneukelen over aangehaalde banden met zo’n beetje alle exen van de Amerikaanse president. Dit alles heeft Beijing bereikt door rustig achterover te leunen.
Neem de gang van zaken in Venezuela, waarmee China ‘een immer winnende, kogelvrije band’ heeft. Althans, dat zei een hoge Chinese diplomaat op het presidentieel paleis tegen Nicolás Maduro, vlak voor diens ontvoering begin dit jaar. Enkele uren na het uitpakken van het Chinese cadeautje – porselein – zat de Venezolaanse president geboeid in een Amerikaanse legerhelikopter.
Beijing protesteerde nauwelijks, wegens de 10- tot 20 miljard dollar aan uitstaande leningen aan Venezuela. Is aflossing daarvan in olie niet te regelen met Maduro’s opvolger, dan wel met de Amerikanen.
In het Venezolaanse verhaal zit een ontnuchterende les voor middelmachten: ze moeten niet denken dat betere relaties met China hen kunnen beschermen tegen agressie door andere supermachten. Net zoals China weigert Rusland inzake Oekraïne tot de orde te roepen, zal Beijing zijn eigen relaties met Washington altijd voorrang geven.
Kortom, er staat niemand klaar om de zoekende westerse middelmachten bij de hand nemen. In een wereld die niet per se draait om hun belangen, moeten ze hun eigen weg leren vinden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant