Visegrádgroep De Visegrádgroep, een alliantie van Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije, bestaat 35 jaar. De Russische aanval op Oekraïne heeft het verbond in tweeën gesplist en de verkiezingen in Hongarije kunnen alles veranderen.
Robert Fico (l), premier van Slowakije, en Viktor Orbán, premier van Hongarije, inspecteren een erewacht tijdens een ontmoeting in Bratislava, april 2025.
Volgens de Hongaarse premier Viktor Orbán is het een „open oorlogsverklaring tegen Hongarije”. Vorige week publiceerde nieuwssite Politico een plan van de Europese Unie om Oekraïne al in 2027 gedeeltelijk te laten toetreden tot de EU. Het grootste obstakel in dat plan is Orbán, fel tegenstander van EU-lidmaatschap voor Oekraïne.
Twee van de vijf punten in het plan gaan over de Hongaarse premier. Zo luidt stap drie: wachten op zijn vertrek als hij de verkiezingen in april verliest. Als Orbán toch wint, en Trump hem ook niet op andere gedachten kan brengen, treedt punt vijf in werking: opschorting van Hongarijes stemrecht, via artikel 7 van het EU-Verdrag.
Orbán, aan de macht sinds 2010, is de grootste dwarsligger van de EU. Hij profiteert van de miljarden euro’s aan Europese steun, maar verfoeit Brussel vanwege de regels die daarmee gepaard gaan. Niet Rusland maar de EU is de echte bedreiging voor Hongarije, zei Orbán zaterdag in een campagnetoespraak. In Slowakije regeert sinds eind 2023 geestverwant Robert Fico. In Tsjechië leidt Andrej Babis sinds eind vorig jaar een regering met twee radicaal-rechtse partijen. In Polen botst de pro-Europese premier Donald Tusk – aan de macht sinds eind 2023 – geregeld met de nationaal-conservatieve president. De vier premiers waren allemaal al eerder een keer premier, Fico zelfs al twee keer.
De vier landen in Centraal-Europa hebben veel gemeen. Ze hebben een communistisch verleden, staan voor een streng migratiebeleid en zijn met uitzondering van de huidige Poolse regering zeer kritisch over de EU. Drie van de vier hebben hun eigen munt, alleen Slowakije behoort tot de eurozone. Onvrede over historische onrechtvaardigheden (waarbij ze land verloren) en over miskenning door West-Europa is een breed gedeeld sentiment.
En: samen vormen ze de Visegrádgroep, ook bekend als de Visegrád 4. De politieke en economische alliantie is genoemd naar het stadje in het noorden van Hongarije waar de leiders van Hongarije, Polen en – toen nog – Tsjechoslowakije op 15 februari 1991 een verbond sloten. Hoe staat de alliantie ervoor, 35 jaar later?
Het verleden weegt zwaar in Centraal-Europa, schrijft Ivo van de Wijdeven in zijn boek De spoken van Visegrád (2018). De keuze voor Visegrád in 1991 was niet toevallig: in de ‘stad op de heuvel’ tekenden de koningen van Polen, Hongarije en Bohemen in 1335 een soortgelijke overeenkomst. Voor Lech Walesa, József Antall en Václav Havel was er twee jaar na de val van het IJzeren Gordijn en in het jaar dat het Warschaupact uiteenviel genoeg reden om hun nieuwe positie in Europa te markeren. Voorheen vormden ze de westgrens van de invloedsfeer van de Sovjet-Unie, nu ambieerden ze een plek aan de oostgrens van EU en NAVO.
Die plek in de NAVO kregen ze in 1999, alleen Slowakije moest nog vijf jaar wachten. In 2004 traden alle Visegrádlanden toe tot de EU. De postcommunistische omwenteling verliep voorspoedig, de alliantie had het belangrijkste doel bereikt en raakte in het slop. Door de economische crisis van 2008 en de vluchtelingencrisis van 2015 kreeg Visegrád weer betekenis. De vier landen zagen de economische ongelijkheid in Europa en de kloof tussen stad en platteland in eigen land. Ze keerden zich, Orbán voorop, tegen het Wir schaffen das van Angela Merkel. Nationalisme, gevoed door een relatief eenzijdige etnische samenstelling van de bevolking, bloeide op. De EU was niet langer de heilige graal.
Ruim tien jaar later is de Visegrád 4 verdeeld. De Russische aanval op Oekraïne heeft een tweedeling gecreëerd: Polen en Tsjechië staan aan de zijde van West-Europa en steunen Oekraïne voluit. Dat gold althans voor de vorige Tsjechische regering; de precieze positie van de regering-Babis is nog niet duidelijk, maar zal kritischer zijn over steun aan Oekraïne. Hongarije en Slowakije zijn fel gekant tegen steun; Orbán en Fico onderhouden warme banden met Poetin.
In politieke zin is de Visegrádgroep zo goed als dood, zegt Zselyke Csaky, analist bij denktank Center for European Reform (CER). „De animositeit tussen de huidige Poolse en Hongaarse regeringen zit diep en omdat Babis veel pragmatischer is dan Fico, komt er ook geen opleving van een ‘kleine’ Visegrád.”
Met het verlies van de Poolse partij PiS in 2023 verloor Orbán een belangrijke bondgenoot. Jarenlang vonden Warschau en Boedapest elkaar in kritiek op Brussel en het behoud van traditionele waarden. Nu staan ze tegenover elkaar. Tekenend voor de slechte relatie is dat Poolse PiS-politici die vervolgd worden wegens fraude en corruptie naar Hongarije vluchten. Eind 2024 was het oud-staatssecretaris van Justitie Marcin Romanowski, vorige maand volgde oud-minister van Justitie Zbigniew Ziobro. Beiden kregen politiek asiel in Hongarije, tot woede van de regering-Tusk.
Cruciaal voor de toekomst van Visegrád zijn de Hongaarse parlementsverkiezingen op 12 april, alom gezien als de belangrijkste verkiezingen in Europa dit jaar. In de peilingen heeft oppositiepartij Tisza van Peter Magyar een ruime voorsprong op regeringspartij Fidesz. Terwijl Fidesz probeert om Magyar onderuit te halen – Magyar verwacht publicatie van een sekstape – neemt het speculeren over het einde van het tijdperk-Orbán toe.
Een overwinning van Tisza zal veel veranderen, zegt analist Csaky. „Regionale samenwerking in Centraal-Europa staat hoog in het Tisza-programma, Magyar gelooft nog wel in het Visegrád-concept. Hongarije wordt onder Tisza niet meteen Oekraïnes beste vriend, maar ik verwacht wel een meer pragmatische benadering.”
Hongarije en Slowakije onderhouden niet alleen een goede relatie met het Kremlin. Trump beschouwt de ‘illiberale democratie’ van Orbán als rolmodel voor Europa en staat vierkant achter Orbán bij de verkiezingen, meldde hij afgelopen week.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio bezoekt deze zondag en maandag Bratislava en Boedapest. Naar verwachting zal hij daar vooral praten over alternatieven voor olie en gas uit Rusland waar Hongarije en Slowakije niet vanaf willen. Voor Washington hoeft de pro-Russische helft van de Visegrád 4 Brussel niet te omarmen, maar moeten de twee landen wel loskomen van Moskou.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU