Home

Femke Kok als eerste Nederlandse olympisch kampioen op de 500 meter, Leerdam knap tweede

Met een enorme voorsprong heeft Femke Kok, als eerste Nederlandse in de schaatsgeschiedenis, olympisch goud op de 500 meter veroverd. Jutta Leerdam pakt het zilver.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Daar stond Femke Kok aan de start van de 500 meter in Milaan. Klaar voor een directe confrontatie met de vorige olympisch kampioen, Erin Jackson. En klaar voor een indirecte confrontatie met de Nederlandse schaatshistorie. Onder een daverend gebulder dat vanaf de tribunes rolde, besliste ze beide confrontaties in haar voordeel. Olympisch kampioen in 36,49.

Deze prijs, de gouden olympische medaille op de 500 meter bij de vrouwen, ontbrak nog in de prijzenkast van de Nederlandse schaatssport. Margot Boer was tot zondag zelfs de enige vrouw die überhaupt het podium wist te halen op de kortste afstand. Zij werd bij de Winterspelen van 2014 in Sotsji, toen het op elke afstand voor Nederland raak was, derde.

Dat deze lacune eindelijk zou worden opgevuld was van tevoren eigenlijk al wel duidelijk. Femke Kok won twee jaar lang alle 500 meters die ze reed. Voor deze afstand, waar een misslag goud in een anonieme zesde plaats kan doen veranderen, was die dominantie ongekend. Bovendien was de 25-jarige Friezin steevast heel veel sneller dan de rest.

Maar zelfs in het scenario waarin Kok onfortuinlijk ten val zou komen, lag een Nederlandse winnaar voor de hand. In het kielzog van Kok stoomden nog veel meer sprinters naar de wereldtop. Haast hallucinant, maar vooral veelzeggend over de omslag in het niveau van de vrouwelijke sprinters in ons land, was de uitslag van de vierde wereldbekerwedstrijd over 500 meter. Op plek één tot en met vijf stonden uitsluitend Nederlandse rijdsters.

In Milaan werd bovendien duidelijk dat de andere Nederlandse sprinters niet alleen als achtervang voor Kok zouden kunnen dienen, maar dat Jutta Leerdam de rol van Koks uitdager aannam. Zij kwam tijdens haar gouden 1.000-meterrace in een snellere tijd door na 600 meter dan Kok.

Dat die 600-meterdoorkomst niet zaligmakend is voor de 500 meter, bewees Jordan Stolz al. Hij was op de kilometer ook trager doorgekomen dan Jenning de Boo, maar troefde de Nederlander evengoed af toen de finish afgelopen zaterdag na 500 meter getrokken was. Maar het gat tussen Stolz (33,77) en De Boo (33,88) was met 0,11 seconden relatief klein.

Een kleinere marge dan normaal werd ook verwacht in het duel tussen Kok en Leerdam, al zou het niet van een direct treffen komen. Leerdam kon zich niet optrekken aan de snel startende Kok, maar moest het drie ritten eerder in haar eentje doen. Want aan haar directe tegenstander, de Duitse Sophie Warmuth, had ze niet veel. Maar ze deed wat op dat moment van haar verwacht mocht worden en zette met 37,15 de snelste tijd van dat moment op het bord. Ze was maar twee keer in haar leven sneller.

Kok had de druk van de laatste rit, maar tegelijkertijd de wetenschap dat ze met een voor haar doen ‘normale’ 500 meter het goud zou grijpen. Maar die druk voelt na zoveel zeges misschien al bijna als een vriend. Zonder hapering ging ze van start, eventjes gelijk op met Jackson. Maar in de volle ronde toonde ze haar talent in volle omvang.

Met haar eindtijd was ze 0,66 was sneller dan Leerdam, 0,78 seconden sneller dan de Japanse Miho Takagi. Het was een tijd van een andere orde van een sprinter van een andere orde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next