De periodieke ruzie over het afslanken van de gehate Brusselse bureaucratie is weer eens opgelaaid. Aangevoerd door de Duitse kanselier Friedrich Merz buitelden Europese regeringsleiders donderdag in een Belgisch kasteel over elkaar heen met pleidooien om „buitensporige EU-regelgeving” de nek om te draaien. Berlijn en Rome willen dat „nieuwe wetsvoorstellen die leiden tot excessieve administratieve lasten ingetrokken worden of niet worden ingediend. (…) Wij vechten tegen een machinerie die doorwerkt en doorwerkt, en constant nieuwe regels produceert.”
Ferme taal. Maar tuin er vooral niet in. Wat hierachter zit, is een strijd om de macht in Brussel.
De lidstaten vragen zelf om Brusselse regels. Neem het klassieke voorbeeld van de witte en gele koplampen. Frankrijk had altijd gele koplampen, Duitsland witte. Beide landen hebben een grote auto-industrie. Toen tuigden de Fransen nationale wetjes op die auto’s met witte lampen in Frankrijk verboden – Duitse auto’s dus. Protectionisme is verboden op de Europese interne markt. De Duitsers liepen als gedupeerde partij naar de Europese Commissie, de onafhankelijke scheidsrechter die waakt over de regels op de interne markt. De Fransen discrimineren onze auto’s, zeiden de Duitsers, doe iets! In zo’n geval heeft de Commissie de plicht om een compromisvoorstel uit te werken voor alle auto’s op de interne markt. Lidstaten onderhandelen daar soms jaren over. Iedereen probeert die regeling om te buigen met uitzonderingen en overgangsperiodes en opt-outs, zodat zijn bedrijven niet gehinderd worden. Daarom wordt elke EU-regeling ondraaglijk complex. Als die er eindelijk is, rollen burgers met de ogen: de kleur van koplampen, godallemachtig, waar bemoeit de Commissie zich mee?
Op zo’n moment zou je verwachten dat nationale regeringen uitleggen: wij zitten hierachter, niet die bureaucraten van de Commissie. Maar nee. In plaats van vertellen waarom zij zélf hebben gekozen voor regulering van, bijvoorbeeld, kindvriendelijke aanstekers op de interne markt (waarbij twee landen elkaars aanstekers met oneigenlijke nationale regels probeerden te weren), geven ze bemoeizuchtige eurocraten de schuld. Lekker makkelijk. Burgers, die niet weten dat nationale regeringen in Brussel alle beslissingen nemen, slikken het als zoete koek. Fun fact: de grootste demandeur van Brusselse regelgeving waren lang de Britten – die later vertrokken vanwege „too much red tape”.
Historici zien de opkomst van de bureaucratie als teken van beschaving. Eind negentiende eeuw huurden overheden experts, administrateurs en inspecteurs in om los van partij- of vriendjespolitiek het algemeen belang te dienen. Dat was deels een reactie op publieke woede over de uitbuiting door machtige industrieën en ministers die hun departement runden als familiebedrijf. Ter bestrijding van corruptie en nepotisme controleren onafhankelijke bureaucraten sindsdien of bestuurders hun beloften nakomen en de boel niet bedonderen. Het oude Habsburg, de eerste serieuze bureaucratie in Europa, zette kadasters, spoorwegen en een belastingsysteem op waar men nog altijd plezier van heeft. Toen ambtenaren niet langer serieus werden genomen, waren de dagen van het keizerrijk geteld.
Alle bureaucratieën hebben de neiging door te slaan. Soms moet de bezem erdoor, ook in Brussel. Oude regels afschaffen is lastig: er zijn altijd groepen die ze willen houden. Maar als 27 landen afspraken maken, moet íemand die controleren. Daarvoor hebben de lidstaten de Europese Commissie opgericht, vol onafhankelijke experts die ook voorstellen maken voor nieuwe wetten. Als nationale regeringen er niets in zien, gaan die voorstellen van tafel.
Lidstaten vragen om alsmaar meer Europa. Een economisch sterker Europa wordt minder snel omver geblazen door Amerika, Rusland of China. En iedereen moet zijn defensie opbouwen. Maar een defensiemarkt heeft Europese regulering nodig, geen deregulering. Als je dat aan de lidstaten zelf overlaat, krijg je het recht van de sterkste. Dat winnen grote landen met de grootste bedrijven, altijd. Vroeger leidde „economisch nationalisme”, zoals de Italiaanse oud-premier Mario Monti het noemt, tot grote oorlogen. Voor we allemaal hard mee klagen over Europese regels, is het goed om te weten dat de Europese integratie destijds is begonnen om precies dat soort nationalisme in te dammen. Dat is niet iets om af te schaffen, maar juist iets om zuinig op te zijn.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU