Was het opladen van een elektrische auto maar zo makkelijk als benzine tanken: gewoon één vaste prijs per liter of kilowattuur. Maar elektrische rijders worden bij openbare laadpalen steeds vaker geconfronteerd met allerlei bijkomende kosten en ondoorzichtige prijsverschillen tussen laadpassen.
Een automobilist die benzine tankt, weet vooraf waar hij aan toe is. De prijs voor een liter benzine staat op een bord aangegeven. Die prijs is voor iedereen die op dat moment bij hetzelfde tankstation tankt gelijk en verschilt ook niet als je met een andere betaalpas betaalt. Zou het niet logisch zijn dat dit ook geldt voor mensen die hun elektrische auto opladen bij een publieke laadpaal?
Maar bij publieke laadpalen werkt het anders. Daar hangt de uiteindelijke prijs voor het opladen van je auto niet alleen af van de laadpaal, maar ook van de laadpas die je gebruikt, hoe lang je oplaadsessie duurt en steeds vaker ook van het moment waarop je laadt.
Neem als voorbeeld de publieke laadpalen van Vattenfall in Noord-Brabant of Limburg. Met de laadpas van Vattenfall betaal je bij deze laadpalen 32,6 cent per kilowattuur en betaal je geen extra kosten. Een laadsessie van 50 kilowattuur kost je dan 16,28 euro.
Heb je een laadpas van bijvoorbeeld Shell Recharge, dan betaal je bij deze Vattenfall-laadpaal 55 cent per kilowattuur en een starttarief van 39 cent. Dezelfde laadsessie van 50 kilowattuur kost je dan 27,89 euro. Dat is bijna 12 euro meer dan met de laadpas van Vattenfall. Shell kiest er namelijk voor om bij nagenoeg alle publieke laadpalen met één kilowattuurtarief te werken.
Maar daar blijft het niet bij. Anders dan bij het tanken van benzine is de uiteindelijke rekening bij elektrisch rijden niet alleen een vermenigvuldiging van het aantal kilowattuur met de stroomprijs en een eventueel starttarief. Daarbovenop komen steeds vaker allerlei extra kosten, zoals blokkeertarieven en soms zelfs dynamische stroomprijzen die binnen een dag variëren.
"We zien een wildgroei aan laadpassen en tegelijk een gebrek aan transparantie over laadtarieven", zegt Jos van den Bergh van de Vereniging Elektrische Rijders (VER). Volgens hem is het bij veel laadpalen niet duidelijk met welke pas of app je het goedkoopst kunt laden.
Zoals het voorbeeld met de laadpassen van Vattenfall en Shell laat zien, zijn de laadtarieven en kosten die je betaalt afhankelijk van de laadpas die je gebruikt. Soms betaal je een vast bedrag per maand voor je laadpas en heb je geen transactiekosten. Maar er zijn ook passen zonder maandelijkse kosten, waarbij je per laadsessie een toeslag betaalt. Al die verschillen maken het bijna onmogelijk om laadtarieven van palen en passen met elkaar te vergelijken, waarschuwt de VER.
Duidelijkheid over de tarieven van de laadpaal is erg belangrijk, benadrukt Maarten Steinbuch, hoogleraar aan de TU Eindhoven. "De transparantie moet beter. Grote onderlinge verschillen en onduidelijke toeslagen dragen niet bij aan de acceptatie van elektrisch rijden."
Automobilisten betaalden vorig jaar gemiddeld 48 cent per kilowattuur bij openbare, langzame laadpalen, becijferde de ANWB. Die gemiddelde prijs is volgens Steinbuch zeker niet te hoog.
Het breekpunt ligt volgens hem op ongeveer 10 cent per kilometer. Dat is het bedrag dat je bij een benzineauto ongeveer per kilometer kwijt bent. Moderne elektrische auto's kunnen tussen de 5 en 7 kilometer per kilowattuur rijden. Elektrisch rijden is dus meestal goedkoper dan rijden op benzine.
"Zelfs als je af en toe tegen een hoog tarief moet laden bij een publieke laadpaal, zijn de totale kosten van een elektrische auto aantoonbaar lager", nuanceert Steinbuch. "Maar mensen kijken vaak alleen naar de laadtarieven en niet naar het feit dat elektrische auto's bijvoorbeeld veel minder onderhoud nodig hebben dan benzineauto's."
Volgens de experts is elektrisch rijden op termijn onmisbaar in de energietransitie. Juist daarom zou de prijsopbouw aan de laadpaal helder en vooraf inzichtelijk moeten zijn.
Zowel de ANWB als de VER pleit daarom voor meer overheidsregie. Naast meer transparantie over de tarieven ziet hoogleraar Steinbuch ook een oplossing in een wettelijk maximum laadtarief.
Source: Nu.nl economisch