Jens van ’t Wout is er in geslaagd om zijn gouden 1.000-meterrace van donderdag een schitterend vervolg te geven. In de finale van de 1.500 meter eindigde hij soeverein als eerste.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Een baantje van 111,12 meter, negen mannen, drie medailles en 13,5 ronden op het bord. Dat is vragen om problemen. Maar het is ook wat de olympische finale 1.500 meter zaterdagavond zo spectaculair maakte.
De eerste ronden, als een ingehouden adem. Niemand durft zich in de kaarten laten kijken, maar Jens van ’t Wout weet dat hij het veiligst zit bij de eersten. Want onder de negen zitten rijders die graag alles-of-niets spelen. Neem Liu Shaoang, de voormalige Hongaar en nu Chinees, die in de kleinste gaatjes past, maar die gaatjes soms ook ziet waar ze niet zijn. Of Nial Treacy, de Brit die bijna altijd voor opschudding zorgt.
Shaoang en Treacy zijn niet de eersten die vallen. Dat was de Canadese routinier Steven Dubois, maar als Van ’t Wout in één vloeiende beweging van de vierde plaats naar de koppositie schuift, zijn het wel precies die twee die gezamenlijk de boarding induiken. De grote favoriet, William Dandjinou, werd meermaals onder vuur genomen door Hwang Daeheon.
Zo zwaar wordt de Canadees belegerd, dat de Let Roberts Kruzbergs hem in deze halve hindernisrace zelfs voorbij komt. Als het stof is neergedaald en de scheidsrechter minutenlang de beelden heeft bestudeerd, mag Van ’t Wout officieel het feestje vieren dat hij al een tijdje officieus deed. Goud voor de Nederlander, zilver voor Hwang, brons voor Kruzbergs en slechts één diskwalificatie, voor Traecy. En Dandjinou, weer naast het podium, vijfde.
Als alles normaal verloopt dan mogen er in totaal zeven shorttrackers door vanuit de drie halve finales. Maar wanneer verloopt er iets in de shorttracksport normaal? De chaos en de valpartijen, het duwen en trekken, het hoort erbij. En zo werden er drie mannen doorgeschoven naar de eindstrijd omdat ze in de halve finale onreglementair getorpedeerd waren door een concurrent.
Het gebeurde ook in de halve finale van Van ’t Wout. Hij gaf er een basisles shorttrack. Hoe je zelf uit de problemen kunt blijven, terwijl je alle anderen in de penarie duwt.
Hij gleed naar voren op het moment dat de rust nog in het pelotonnetje van zeven personen zat. Zijn opschuiven veroorzaakte direct wat opschudding. Want als Van ’t Wout op kop rijdt, weten de anderen dat het echt beginnen gaat. Australiër Brendan Corey probeerde twee ronden lang om Van ’t Wout voorbij te komen, maar hij liet hem er niet langs, dwong hem lange buitenbochten te rijden.
Daarna ontstond een gevecht voor de enige overgebleven plek die toegang tot de finale gaf: de tweede plaats, achter de rug van de Nederlander. Dat was precies Van ’t Wouts bedoeling, het is een klassiek recept. Terwijl hij geconcentreerd zijn eigen lijnen rijden kon, werd het chaos in het kielzog van Van ’t Wout. Hij hoefde nauwelijks meer moeite te doen om als eerste over de streep te komen, zozeer lag de rest met elkaar overhoop.
De man die donderdag verrassend olympisch 1.000-meterkampioen werd, heeft O-benen. En dat is in zo’n wedstrijd als zaterdagavond een voordeel. Van ’t Wout kan tussen zijn benen doorkijken en zien wie eraan komt, welke richting zijn concurrenten op willen. Zetten ze een aanval op aan de binnenkant op of aan de buitenkant? Hij ziet het aan de neuzen van hun schaatsschoenen.
Sowieso hoort achteruitkijken erbij, legde bondscoach Niels Kerstholt al eens uit. Hij plakte er zelfs een verhouding op. Een goede shorttracker kijkt 70 procent van de tijd naar voren, 30 procent naar achteren. Wie niet weet wat er achter hem gebeurt, kan zich niet verdedigen. Het is precies wat Van ’t Wout zo sterk maakt. En waarom hij binnen twee dagen zijn tweede gouden medaille veroveren kan: hij kan aanvallen en verdedigen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant