Home

Bittere humor, ruïnes, Céline en Shakespeare: weekendgids Pierre Bokma

Van schmierende leraar tot naargeestige nazi, acteur Pierre Bokma kan in zijn werk als geen ander transformeren. En dan het liefst tot slechterik. ‘Niets mooier dan een schurk als Jago of Richard III spelen – helden zijn niet zo interessant.’

schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.

In de tv-serie De Joodse Raad speelde Pierre Bokma de rol van David Cohen, de voorzitter van die raad die noodgedwongen met de Duitse bezetter moest samenwerken bij de deportatie van Joden. Maar net zo overtuigend speelt hij nu een verstokte nazi in het toneelstuk Voor het pensioen (1979) van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard.

Het wisselen van rollen, het transformeren – Pierre Bokma (70) kan het als geen ander. Lekker schmieren als de Duitse leraar in de tv-serie Rundfunk, maar ook de Amsterdamse caféhouder Kootje de Beer spelen in ’t Schaep met de 5 pooten, of een bloeddorstige Richard III, of een getroebleerde vader in Eugene O’Neills klassieke toneelstuk Lange dagreis door de nacht.

Sinds hij vast verbonden is aan Schauspielhaus Bochum, waar Johan Simons intendant is, is hij in het theater in Nederland niet of nauwelijks nog te zien; zijn laatste rol hier was in De Verleiders – Bureau Buitenschot. Maar het publiek krijgt binnenkort de kans om Bokma te aanschouwen in zowel Voor het pensioen van Olympique Dramatique/Toneelhuis Antwerpen als in Lange dagreis door de nacht van Schauspielhaus Bochum: beide buitenlandse producties toeren de komende maanden langs een aantal Nederlandse schouwburgen.

Toneelhuis Antwerpen is gevestigd in de Bourla Schouwburg, een gebouw dat is verouderd en vanaf de zomer van 2027 grondig wordt gerenoveerd. Tijdens een repetitie aldaar onder leiding van regisseur Tom Dewispelaere speelt Bokma een rechtbankvoorzitter in het Oostenrijk van de jaren zeventig die zijn nazi-sympathieën niet onder stoelen of banken steekt. Samen met zijn al even ontspoorde zussen viert hij elk jaar de verjaardag van nazi-kopstuk Heinrich Himmler. Bokma maakt op naargeestige wijze indruk, vooral als hij aan het eind van het stuk ter ere van Himmler in een nazi-uniform wordt gehesen, terwijl zijn zus een concentratiekamppak aan moet en vervolgens wordt kaalgeschoren. Doodeng.

Bokma: ‘Voor een acteur is Bernhards taal geweldig, maar ook extreem lastig. Hoe hij alles in elkaar vlecht – het is een beetje kantklossen met woorden en zinnen. Om deze tekst te leren, heb ik er twee, drie keer langer over gedaan dan normaal. Bernhard heeft ooit gezegd dat hij expres zo’n ingewikkeld taalbouwwerk schiep, juist om de acteurs te pesten. Hij had zelf graag acteur willen worden, maar het ontbrak hem aan talent. Daarna probeerde hij het nog als operazanger, maar ook dat mislukte, en toen is hij gaan schrijven.’

Met succes: de stukken van Thomas Bernhard (1931-1989), een cultuurpessimist en enfant terrible in optima forma, werden in de jaren zeventig en tachtig veelvuldig opgevoerd, ook in Nederland. Voorstellingen als De Wereldverbeteraar, Heldenplatz, Schijn bedriegt en Am Ziel (dat ooit gespeeld werd met Arnon Grunberg als acteur) werden hier druk bezocht. Daarna werd het stiller, maar dat was ook wat Bernhard wilde: in zijn testament liet hij bepalen dat zijn stukken in Oostenrijk na zijn dood vijftig jaar niet mochten worden opgevoerd.

Bokma: ‘Kurt Waldheim was in die tijd president, een man met een onverbloemd naziverleden. Bernhard had zijn pijlen vooral gericht op de bourgeoisie en het sluimerende nazisme in Oostenrijk. Waar men destijds een voorzichtige schatting maakte dat 38 procent van de bevolking nog steeds nazisympathieën had, stelde hij doodgewoon dat dat 98 procent moest zijn. En nu, veertig jaar later, zie je dat opnieuw: in Duitsland met de opkomst van de AfD, maar ook Meloni, Griekenland, de brandhaard die de Balkan is. Overal voel je de opkomst van extreemrechts, nu nog net verstopt onder een moltondekentje, maar je ziet dat de eieren aan het uitkomen zijn, en dat is best eng.’

Bokma krijgt de smaak te pakken, wat volgt is een gedreven geopolitieke analyse en een afrekening met links (‘links heeft voor een enorme vergadercultuur gezorgd, en is alleen maar met zichzelf bezig geweest!’) die de acteur zelf onderbreekt: ‘rustig Pierre, rustig’.

Rustiger lijkt hij sowieso geworden, na al die jaren van hard werken en veel onderweg zijn. Maar wordt een acteur ook beter als de jaren verstrijken? Bokma: ‘Het wordt anders, denk ik, niet beter, iets meer weloverwogen, vind ik zelf. Ouder worden in het algemeen kan leiden tot een vriendelijk soort vegetatie, maar ook tot kreupelhout, begrijp je? Het kan zijn dat je te voorzichtig wordt, of te boos, te arrogant, te ijdel, te verzadigd – dat zijn wel de problemen waar je rekening mee moet houden. En bij oud worden komt ook een raar soort schaamte, een soort schimmel. Maar de passie blijft, want je blijft hopen op het onmogelijke. Het doel is nooit bereikt.’

Toneelschrijver: William Shakespeare

‘Ik heb al heel wat stukken gespeeld van de grote toneelschrijvers van toen en nu, maar voor mij is Shakespeare met voorsprong de grootste. Dat komt door het tijdloze van zijn werk, door het superieur verfijnde inzicht in de menselijke natuur en inborst. Voor een acteur zijn het geen simpele teksten en het is een uitdaging om binnen die taal een eigentijdse toon te pakken, maar tegelijk is hij ook multi-interpretabel: je kunt er vele kanten mee op, en toch blijft hij overeind. Ik heb intussen achttien rollen in Shakespeare-stukken gespeeld, inclusief de film Prospero’s Book van Peter Greenaway, die is gebaseerd op The Tempest. Mijn favoriete Shakespeare-rol? Jago, natuurlijk Jago, altijd de boef! Niets mooier dan een schurk als Jago of Richard III spelen – helden zijn niet zo interessant.’

Muziek: Bouchara, aria van Claude Vivier

‘Tijdens een voorstelling die ik met Johan Simons en Reinbert de Leeuw in de Ruhrtriennale maakte, werd ik gegrepen door een aria die mij ongelooflijk intrigeerde. De voorstelling was Die Fremden naar de roman van Albert Camus en de aria heette Bouchara van Claude Vivier. Die compositie duurde bijna een kwartier, was voor de sopraan razend moeilijk, alsof ze een bergpas moest bedwingen, maar ze maakte zich het materiaal, inclusief de waanzin erin, beheerst eigen. En het paste perfect bij de sombere, vervreemdende inhoud van de voorstelling. Ik vond het bijna hallucinant – verdwalen in muziek is het mooiste dat er is.’

Schrijver: Louis-Ferdinand Céline

‘Hoe controversieel ook, Céline blijft voor mij degene die de perfecte formule van schrijven heeft gevonden. Zijn boeken zijn ultiem persoonlijk en er zit kleur en beweging in. Hij schrijft alsof hij een film maakt, een driedimensionale film die zich als het ware in mijn hoofd afspeelt. Romans als Dood op krediet en Reis naar het eind van de nacht zijn meesterwerken, die in de loop der tijd helaas zijn besmet door de antisemitische inhoud. Ik heb ergens gelezen dat zijn antisemitisme is ontstaan doordat hij ooit is afgewezen door de familie van een Joods meisje op wie hij verliefd was. Raar is dat wel, want hij was arts en had beter moeten weten.’

Regisseur: Johan Simons en Gerardjan Rijnders

Deze twee regisseurs zijn een leven lang belangrijk voor mij geweest. Gerardjan is, denk ik, iets intellectueler in zijn benadering van een stuk, maar Johans basale aanpak is even intelligent. Beiden zijn één in hun begrip van mijn innerlijke motor. Daarmee bedoel ik dat ze weten waarom ik diep van binnen toneelspeler ben geworden. Bij geen van beiden krijg je als speler vooraf van alles aangereikt, er is geen dwingend concept of kant-en-klaarontwerp, of iets dergelijks. In wezen zijn ze de gezagvoerders op het schip waarop de acteurs op zoek gaan naar het ensemblegevoel, en vandaaruit de voorstelling maken. Hun aanwezigheid, hun autoriteit op zich is al genoeg om hard te gaan werken. Daar hou ik van.’

Film: Don’t look now (1973) van Nicolas Roeg

‘Ik vind dat een geniale film, met een nauwkeurige en tevens volkomen gracieuze cameravoering, en met buitengewone acteurs. Donald Sutherland en Julie Christie spelen een echtpaar dat na de tragische verdrinkingsdood van hun dochtertje tijdelijk naar Venetië vertrekt, waar de man kerkramen restaureert. Daar komen ze in contact met twee excentrieke zussen, van wie de een zegt helderziend te zijn en in contact te staan met het overleden dochtertje. Dat leidt tot een occulte, vervreemdende kijkervaring. Ook na tien keer kijken ben ik naar het eind toe altijd weer geschokt en wil ik NIET DOEN, GA WEG!!! roepen. Zo goed, en zo onheilspellend.’

Gebouwen: De ruïnes van de Sint Baafsabdij in Gent

Aan de rand van het centrum van Gent liggen de resten van een klooster, waarvan de refter nog grotendeels bewaard is gebleven. Wat ooit de Sint Baafsabdij was, is nu een ruïne van grote schoonheid. Qua constructie is het een uniek gebouw, omdat het houten dak vrijstaand op de muren is gebouwd. Zelfs nu nog lijkt het kloosterleven, inclusief de gezamenlijke maaltijden, er tot leven te komen. Het is destijds gebouwd als abdij voor Benedictijner monniken, en in mijn vroege jaren heb ik zelf op zeker moment de aanvechting gehad om het klooster in te gaan. Maar na een korte proefperiode werd ik afgewezen. Als ik wel geschikt was bevonden, zou mijn leven heel anders zijn gelopen, vermoed ik.’

Schilder: Rembrandt

Rembrandt kun je bewonderen om zijn kleurgebruik en zijn zelfportretten, maar hij is ook een groot vernieuwer van de schilderkunst. En daarnaast een ongegeneerde ijdeltuit, een van die zeldzame creaturen die dat ook onbeschaamd mogen etaleren, zonder dat we ons eraan kunnen of mogen ergeren. Hooguit kunnen we ons eraan vergapen. Als hij portretten schildert, is hij niet op zoek naar een gemiddelde, maar naar iets unieks in die persoon.

‘Ik denk dat als hij klaar was met zo’n schilderij, hij het liefst zou zien dat de geportretteerde figuur zijn duim zou opsteken en zou zeggen: ‘Goed gedaan, Rembrandt, zoals jij mij hebt geschilderd, zo voel ik het zelf ook.’ Als je kijkt naar de portretten van Jan Lievens, die een tijdlang met Rembrandt heeft samengewerkt, zie je het verschil: Lievens werkt volgens de regels, een vast stramien, Rembrandt veel losser. Ze hebben ook elkaars portret geschilderd en ik denk dat Lievens zomaar zijn duimpje heeft opgestoken toen hij zichzelf zag.’

Toneelstuk: De nacht, de moeder van de dag (1982) van Lars Norén

‘Deze familietragedie van Lars Norén is een symfonische opsomming van ingrediënten die samen een verschrikkelijk ongeluk veroorzaken, waarin het potsierlijke verdriet in plaats van een traan een vlinder wordt. Zo zie ik het althans. Het stuk gaat over een kapot gezin, met een alcoholische vader die een failliet hotel runt, zijn zieke vrouw, en twee zonen die iets met hun leven aan moeten maar niet weten wat. Ik speelde in 1983 bij Het Publiekstheater in de eerste versie daarvan, met Ton Lutz, Elisabeth Andersen en Hans Dagelet. Het is een treurig stuk, maar ook met bittere humor geschreven. ‘De magistrale blauwdruk van een mislukt leven’, stond er ooit in een recensie en dat is het ook. Maar als toeschouwer blijf je niet in die tragiek hangen, je gaat er niet aan ten onder. Die traan die een vlinder wordt, dat is geen vrolijke vlinder, maar hij fladdert nog wel, begrijp je? Zijn vleugels zijn niet gebroken.’

Boek: Eindeloze Vlucht – het leven van Joseph Roth

Een weergaloze biografie over de al eveneens weergaloze schrijver Joseph Roth. Geschreven door Keiron Pim, die het leven van deze rusteloze journalist, observator, analyticus én criticus minutieus ontleedt. Toen ik met Johan Simons bij de Münchner Kammerspiele ging werken, hebben we als openingsvoorstelling Hotel Savoy gemaakt, een theaterbewerking van Roths roman. Mijn bewondering gaat vooral uit naar zijn vermogen om ondanks dat hij permanent op de vlucht was, in zijn werk de lezer telkens weer langer te interesseren in de plekken die hij beschreef, langer dan hij het er zelf vaak uithield. Als eenling gaf hij in al zijn werk blijk van een diep inzicht in de toenmalige Europese politieke ontwikkelingen en dus over zijn grote bezorgdheid daarover.’

Cv Pierre Bokma

20 december 1955 Geboren in Parijs.

1978-1982 Toneelacademie Maastricht.

1981 Eerste rol bij Zuidelijk Toneel Globe, daarna in Golven over Breesaap van Regiotheater IJmond, in regie van Johan Simons.

1984 tot 2004 Speelt bij Publiekstheater, daarna Toneelgroep Amsterdam.

1989 Gouden Kalf voor zijn rol in de film Leedvermaak van Frans Weisz.

1994 Wint Louis d’Or voor zijn rol in Richard III bij Toneelgroep Amsterdam.

2002 Rol in succesvoorstelling Cloaca van Maria Goos bij Het Toneel Speelt.

2004 Speelt in De Verschrikkelijke Moeder van Alex van Warmerdam.

2006 Rol in nieuwe versie van tv-serie ’t Schaep met de 5 pooten.

2010 Gaat naar Münchner Kammerspiele als Johan Simons daar intendant wordt.

2013 Tweede Louis d’Or, nu voor zijn rol in De Verleiders. Tweede Gouden Kalf, nu voor tv-serie De Prooi.

2015 Speelt de Duitse leraar Meneer Heydrich in tv-serie Rundfunk.

2021 Speelt King Lear van Shakespeare bij Schauspielhaus Bochum.

2024 Speelt David Cohen in tv-serie De Joodse Raad.

2026 Te zien in Voor het Pensioen door Toneelhuis Antwerpen en Lange dagreis door de nacht door Schauspielhaus Bochum.

Voor het pensioen van Thomas Bernhard door Olympique Dramatique/Toneelhuis gaat op 10/2 in Arnhem in Nederlandse première; daarna nog te zien t/m 31/3.

Lange dagreis door de nacht van Eugene O’Neill door Schauspielhaus Bochum is te zien op 1/4 en 2/4 in Internationaal Theater Amsterdam.

Pierre Bokma heeft vier kinderen en woont met zijn vrouw en jongste zoon in Rotterdam.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next