Dominick Skinner | activist Terwijl de gemaskerde agenten van de Amerikaanse immigratiedienst ICE steeds gewelddadiger te werk gaan, probeert een team van Europese activisten de agenten verantwoordelijk te houden, door hen te ontmaskeren.
ICE-agenten worden gefilmd door activisten in Minneapolis.
De afgelopen weken stonden sociale media er vol mee: video’s van gemaskerde agenten van de Amerikaanse immigratiedienst ICE die ruiten van auto’s insloegen, auto’s ramden, razzia’s pleegden, journalisten oppakten en zelfs Amerikaanse burgers doodschoten. Democraten in Washington proberen een einde te maken aan de anonimiteit die veel ICE-agenten nu nog koesteren. Als zij zonder bivakmuts of andere gezichtsbedekking moeten opereren, zullen zij minder gewelddadig te werk gaan, is de gedachte.
In de tussentijd ontmaskert de Ierse activist Dominick Skinner, gevestigd in Amsterdam, agenten al via zijn website ICEList. Door middel van open source intelligence (osint) en aanvullende AI-technieken identificeert hij samen met honderden vrijwilligers ICE-agenten die betrokken zijn bij invallen, schietpartijen en uitzettingen.
Volgens Skinner begon ICEList in juni 2025, nadat minister Kristi Noem (Binnenlandse Veiligheid) had gedreigd dat iedereen die een ICE-agent online zou identificeren, vervolgd zou worden. „Ik maakte er een screenshot van, plaatste het online en zei dat ik niet in de Verenigde Staten was”, vertelt de 31-jarige Skinner . „Ik zei dat mensen screenshots van [ICE-agenten] moesten maken en naar me toe moesten sturen.” Zijn inbox stroomde vol. Skinner voegde ICEList toe aan zijn nieuwsplatform The Crustian Daily.
In september werd Skinners naam genoemd in een brief van de Texaanse senator Marsha Blackburn aan de ceo van PimEyes, een zoekmachine die ICEList gebruikt om gezichten aan foto’s te matchen. Blackburn introduceerde de Protecting Law Enforcement from Doxxing Act, een wetsvoorstel voor een strafrechtelijk verbod op het openbaar maken van de naam van een federale agent. Skinner zei dat hij zich geen zorgen maakt, aangezien „Amerikaanse wetten niet voor Nederland gelden”. Bovendien is het wetsvoorstel nog niet goedgekeurd door het Congres.
Door de aandacht van de regering-Trump voor ICEList is de bekendheid alleen maar toegenomen, zegt Skinner. En daarmee ook de populariteit: de website werkt inmiddels met meer dan vijfhonderd vrijwilligers verspreid over de Verenigde Staten, Canada en Europa. Zij werken samen via Signal-chats om in verschillende teams agenten te identificeren. Met reverse image search matchen ze foto’s met sociale mediaprofielen waar agenten zelf hun werknemer (ICE) vermelden. En ze beschikken over gelekte namenlijsten met de identiteit van ICE-agenten, die ze openbaar maken.
Sinds kort kent ICEList ook een uitgebreide ‘wiki‘, een overzichtspagina van ICE-agenten, invallen, voertuigen en incidenten. Een stuk of driehonderd extra vrijwilligers staan inmiddels in de wachtrij. Skinner hoopt gespecialiseerde teams van vrijwilligers voor elke Amerikaanse staat te kunnen opzetten.
Skinner benadrukt zorgvuldig om te gaan met de onthullingen: namen van agenten worden enkel gepubliceerd na cross-checks, sociale mediaprofielen waar kinderen op staan worden uitgesloten en namen van agenten worden verwijderd wanneer zij ICE verlaten. Volgens Skinner is dit laatste tot nu toe twee keer voorgekomen. Ook publiceert ICEList geen namen van medewerkers die niet als agent werken, zoals verpleegkundigen.
Toch zijn er ook zorgen over doxxing – in de VS is het via online databases relatief eenvoudig om met enkel een naam en leeftijd ook telefoonnummers en huisadressen te achterhalen. Hierdoor zouden mensen op basis van de informatie op ICEList agenten kunnen intimideren, of zelfs tot geweld over kunnen gaan.
„Ik ben me bewust van de zorgen, maar deze zijn allemaal makkelijk weg te wimpelen”, meent hij. „De meeste informatie is publiekelijk beschikbaar.” Het Amerikaanse technologiemagazine Wired analyseerde 1.580 profielen op ICEList’s wiki – voor bijna 90 procent van de geïdentificeerde agenten wordt LinkedIn als informatiebron aangehaald.
Met zijn rentree in het Witte Huis beloofde president Donald Trump strenge immigratiebeperkingen en „het grootste deportatieproces ooit”. Met de One Big Beautiful Bill verhoogde Trump het budget voor de Amerikaanse immigratiedienst voor het begrotingsjaar 2026 met 78 miljard dollar. Tegelijkertijd werd de ICE-training in 2025 verkort, werd de minimumleeftijd voor agenten verlaagd van 23 naar 18 jaar en werden rekruten al tot het trainingsprogramma toegelaten voordat zij hun screening hadden afgerond. Meerdere politici uitten in brieven aan minister Noem hun zorgen over mogelijke escalatie als gevolg van deze ontwikkelingen.
Deze zorgen werden werkelijkheid toen Renee Nicole Good, een 37-jarige Amerikaanse , door een ICE-agent werd doodgeschoten op 7 januari. Direct na Goods dood kreeg hij veel mediaverzoeken van journalisten die probeerden te ontrafelen of ICEList de identiteit van de schutter al had achterhaald, vertelt Skinner – rossig haar, bril en een grote rugzak – in een café in Amsterdam. „Het waren drukke dagen”, zegt hij.
Met elk incident neemt de aandacht voor ICEList toe. En ook het aantal mensen dat mee wil helpen. Zo meldt Skinner dat hij ,,een lijst van 4,500 mensen in dienst van ICE en de Amerikaanse douane en grensbewaking toegestuurd heeft gekregen. Het team werkt aan verificatie.”
De anonieme afzender beweert een medewerker te zijn, maar heeft daar geen bewijs voor geleverd. Kort daarna werd de website doelwit van een cyberaanval. Eind januari blokkeerde Facebook de wiki van ICEList – wie een link naar de website wil posten, ontvangt een spammelding.
Skinner zegt dat hij het ontmaskeren van ICE-agenten ziet als een manier om op te staan tegen autoritarisme. „Luister, ICE is het verhaal,” stelt hij. „Wij zijn slechts een symptoom.”
In de tussentijd heeft ICEList nog twee gelekte namenlijsten ontvangen. Deze zijn nog niet geverifieerd, maar onthullen mogelijk duizenden extra namen van agenten.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet