Op haar 18de doet Nora vrijwilligerswerk op een school in Ghana. Ze raakt goed bevriend met een kleermaker die negen jaar ouder is. En op een dag weet ze het.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Die winter deed ik vrijwilligerswerk in Ghana en werd ik verliefd op de plaatselijke kleermaker. Al had ik dat niet onmiddellijk in de gaten. Ik was 18 en nog nooit verliefd geweest. De negen jaar oudere Ghanees beschouwde ik de eerste paar maanden van mijn verblijf gewoon als een erg goede vriend. ’s Ochtends fietste ik naar de groene container waarin hij zijn winkel had. Die stond naast de school waar ik seksuele voorlichting gaf. Bepaald druk had ik het niet, dus maakte ik er een gewoonte van om, zoals meer dorpelingen deden, voor de gezelligheid met mijn opschrijfboekje bij hem te gaan zitten.
Dat we ook als de werkdag allang voorbij was contact bleven houden, en elkaar soms tot laat in de avond berichtjes stuurden, deed bij mij geen lichtje branden. Verliefdheid associeerde ik met romcoms, met tienermeisjes die een crush hadden op onbereikbare aantrekkelijke jongens met bruine ogen en sluik haar, verliefdheid was voor mij iets wat zich afspeelde in de verbeelding. Deze kleermaker, die de hele dag achter zijn naaimachine de blauw-grijze uniforms naaide voor de scholieren – rokjes voor de meisjes, broeken voor de jongens – was allesbehalve een fantasie. Ik hoefde mijn arm maar te strekken om hem aan te kunnen raken, mijn mond maar te openen om met hem te praten. Een man van vlees en bloed met wie ik de hele dag geintjes maakte en vrolijke gesprekken voerde.
Op een dag, na een maand of twee, zette ik zoals iedere ochtend mijn fiets tegen de container toen hij kwam aanlopen en de winkel opende. Hij keek me aan met een blik die niet anders was dan alle andere keren, open en vriendelijk, maar plotseling veranderde er iets in mij. Iets nieuws en plezierigs werd geraakt. Ik bloosde. Mijn wangen gloeiden alsof mijn lichaam eerder dan ikzelf begreep wat er aan de hand was. Verliefdheid was tot dan toe in mijn ogen ook: het begin van een leven samen. Hij was moslim, er was voor ons geen toekomst mogelijk, zijn familie zou dat beslist afkeuren; nog een bewijs dat dit dus onmogelijk verliefdheid kon zijn. In verwarring draaide ik die ochtend snel mijn hoofd weg en de hele verdere dag bleef ik denken aan wat er gebeurd was. ’s Nachts kon ik niet slapen en pas toen mijn moeder in Ghana aankwam en mij huilend aantrof, kon ik er niet meer omheen.
‘Volgens mij ben je verliefd’, zei ze en ik begreep dat ze gelijk had. Je kunt dus ook verliefd worden op iemand die aardig is, geïnteresseerd en gelijkwaardig. Dus daarom dacht ik steeds aan hem. Ik stelde mezelf de vraag: maar zou ik dan ook met hem willen zoenen? Ja, dat wilde ik, besefte ik, sterker: ik wilde dat hij me vast zou pakken en me dan zou zoenen. ‘Volgens mij moet je het hem vertellen’, zei mijn moeder weer. Met zwaar gemoed sprak ik hem de volgende dag in zijn atelier aan: ik wil iets met je bespreken, kunnen we even naar een rustige plek. Samen liepen we naar buiten, waar achter de container in het dorre gras twee plastic stoelen stonden.
Ik ging zitten en begon te huilen van spanning, met horten en stoten kwam mijn bekentenis eruit: ‘Van één iemand kan ik geen afscheid nemen en dat ben jij.’ Mijn blik bleef naar de grond gericht. Hij antwoordde onverwacht en berustend: ‘If God gives you something great, you cannot return it.’ Hij bekende al sinds ons eerste contact een aantrekkingskracht te hebben gevoeld en zei dat hij precies wist wat ik verlangde: ik wilde door hem gezoend worden. En even later, terug in de container, duwde hij me zacht tegen de kast met de rollen grijs en blauw katoen en kuste me.
Zijn zoen was anders dan die ene zoen met de klasgenoot die zijn tong nogal hard in mijn mond had geboord. Deze zoen was teder en liefdevol. Het was donker in de container, de lichten waren uit, er viel één enkele streep licht door een kier van de deur. Het leek eeuwig te duren en ik wilde dat het nooit meer zou stoppen. Maar toen we buiten iemand hoorden, stopte het en haalde hij de deur van het slot.
Later die dag besprak ik met mijn moeder de mogelijkheid hem naar Nederland te krijgen. Met haar somde ik alle moeilijkheden op om die vervolgens even gemakkelijk weer te ontzenuwen. Ik stelde me voor hoe ik garant voor hem zou kunnen staan, hoe we zouden trouwen en gingen wonen in een huisje in de Amsterdamse Jordaan met voor hem een eigen naaiatelier, we zouden twee kindjes krijgen en een grote groep vrienden, die net zo gek op hem waren als ik.
We zoenden daarna nog één keer. Toen zei hij: ‘Wij zijn als bluetooth: zolang we in elkaars buurt zijn is de connectie er, maar op afstand valt die uit. En toch, hoe ver je ook bent, je blijft in mijn hart.’ Ik vond dat moeilijk. Wat betekende die tederheid dan precies, de grapjes, het zoenen? Een paar dagen later stapten mijn moeder en ik in de bus, mijn drie maanden vrijwilligerswerk zaten erop en samen zouden wij nog een paar weken reizen. Met mijn neus tegen het raam gedrukt kon ik alleen maar huilen. De chauffeur startte de zware dieselmotor. Waar bleef hij, hij had toch gezegd dat hij ons zou komen uitzwaaien? En net voor we weg reden kwam hij aangerend en legde zijn hand op het raam waar ik zat.
Later die week appte ik hem en vroeg of hij zin had een paar dagen naar me toe te komen, dan konden we elkaar beter leren kennen. Maar hij had allerlei bezwaren. Toen ik twee weken later in het vliegtuig naar huis zat, kon ik alleen maar denken: 500 kilometer van hem verwijderd, 600, 1000. Ik begreep: als het hem al niet lukt mij in zijn eigen land op te zoeken, dan is een toekomst in Nederland onmogelijk. Nog zeker vijf jaar duurde het voor ik over hem heen was; al die tijd heeft die twee keer zoenen mijn dateleven beïnvloed. Dit nooit meer. Hoe kan je zoveel verdriet hebben om iemand? Hij heeft intussen een vrouw en een baby en ik heb mijn leven ook wel weer op de rails. Liefde kan overal zijn, heb ik van hem geleerd. Goed opletten dus.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Nora gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant