Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Na een relatief snelle kabinetsformatie, waarvoor D66, VVD en CDA een compliment verdienen, is de regeringswissel in Den Haag aanstaande. Op maandag 23 februari staat het kabinet-Jetten op het bordes en vertrekt het demissionaire kabinet-Schoof. Dat is geen dag te vroeg, want het scheidende kabinet kwam in juni vorig jaar ten val door het vertrek van de PVV en viel daarna met het opstappen van NSC in augustus nog verder uit elkaar. Al veel te lang leunt het landsbestuur alleen op bewindslieden van VVD en BBB. Een nieuw kabinet is ook hard nodig omdat het kabinet-Schoof bijzonder weinig voor elkaar kreeg terwijl Nederland juist op politieke daadkracht en heldere keuzes zit te wachten.
Het is daarom positief dat er nu snel weer een volwaardige ploeg van 28 bewindslieden aan de slag gaat. Het nieuwe kabinet geeft zichzelf ook een grote opdracht mee, namelijk zorgdragen voor een nieuwe politieke cultuur van samenwerking die in Den Haag de laatste jaren te vaak ontbrak. Die samenwerking is nodig omdat D66, VVD en CDA een minderheidscoalitie vormen, wat betekent dat voor ieder voorstel steun gevonden moet worden bij de oppositie. Nieuwe bewindslieden moeten daarom in staat zijn „te geven en nemen, te onderhandelen en zichzelf weg te cijferen”, schreef oud-informateur Rianne Letschert in haar eindverslag, en ook „zonder al te groot ego” zijn, benadrukte kandidaat-premier Rob Jetten.
Met die belofte zou je veel nieuwe gezichten in het kabinet verwachten en dan valt zeker bij de VVD de samenstelling tegen. Daar zitten zeven van de negen beoogde bewindspersonen al in het huidige kabinet-Schoof en zijn ook de andere twee namen, oud-staatssecretaris van Asiel Eric van der Burg en Tweede Kamerlid Silvio Erkens, geen nieuwkomers in Den Haag. Zoals vaker bij de liberalen lijkt ervaring binnen – en loyaliteit aan – de partij een belangrijker criterium te zijn dan expertise. Deze groep grotendeels dezelfde VVD’ers moet nu bewijzen dat zij de zo gewenste andere politieke cultuur kunnen gaan vormgeven, terwijl zij ook medeverantwoordelijk zijn voor de polarisatie en stilstand in het kabinet-Schoof.
Overigens is enige ervaring en continuïteit in de nieuwe kabinetsploeg ook geen overbodige luxe. De VVD is de enige partij die doorgaat in de coalitie en het huidige kabinet heeft maar kort gezeten. Het AD berekende afgelopen week dat de afgelopen twee kabinetten bijna tachtig verschillende bewindspersonen telden, absoluut geen wenselijke situatie. Het is daarom ook een verstandige keuze van de drie partijen om oud-NSC’er Sandra Palmen als staatssecretaris Herstel en Toeslagen te laten zitten. De afhandeling van het Toeslagenschandaal is een kwestie die politieke verschillen overstijgt.
D66 en CDA zijn gekomen met een aantal gedurfde en verrassende namen. Zo gaat luitenant-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan voor D66 naar het ministerie van Volkshuisvesting, waar ze haar kennis van logistiek en planning kan inzetten op een ander belangrijk beleidsterrein. Ook met D66’er Rianne Letschert (oud-voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University) en CDA’er Heleen Herbert (oud-topvrouw bij Heijmans) komt relevante expertise van buiten het kabinet in. Verder is de kabinetsploeg gemiddeld jonger dan eerdere kabinetten, getuige bijvoorbeeld de voordracht van de 34-jarige D66’er Jaimi van Essen op Landbouw. Zo’n jonge bestuurder met alleen lokale ervaring op een topzware post is een waagstuk, maar getuigt ook van lef.
Qua diversiteit had het in het kabinet-Jetten beter gemoeten. Dat Jetten de eerste openlijke homoseksuele premier wordt is historisch en een belangrijke emancipatoire mijlpaal. De verdeling tussen mannen en vrouwen is helaas niet volledig gelijk (15 mannen, 13 vrouwen), waarbij D66 de enige partij is die meer vrouwen dan mannen heeft voorgedragen (zes om vier). Dilan Yesilgöz en Nathalie van Berkel zijn de enige bewindspersonen van kleur of met een niet-westerse migratieachtergrond, een ronduit teleurstellende score voor een land waar ongeveer een op vijf mensen zelf, of via zijn of haar ouders, een buitenlandse afkomst heeft.
In de portefeuilleverdeling brengt het kabinet-Jetten weer meer balans tussen partijen op de ministeries aan. Daarmee komt een einde aan de onzalige praktijk van het kabinet-Schoof waarbij belangrijke ministeries meerdere bewindspersonen van één partij kregen, zoals twee BBB’ers op Landbouw, wat tot tunnelvisie en te weinig tegenspraak leidde.
Nieuwe ministers of ministeries, zoals voor Digitale Zaken, komen er niet. Dat hoeft geen probleem te zijn nu er op Economische Zaken een staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit komt, Willemijn Aerdts (44), met ruime kennis van de inlichtingendiensten en spionage. Het bespaart ook nodeloos kostbare en bureaucratische hervormingen op de bestaande ministeries en geeft goede hoop dat het nieuwe kabinet minder gericht zal zijn op profilering, en meer op daadwerkelijke resultaten.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag