Home

Speelse Van ’t Wout is nog niet klaar in Milaan na gouden medaille

Jens van ’t Wout had tot voor kort nog nooit van Marco van Basten gehoord, hij kan volgens zijn broer ‘nog geen baseball vangen’, maar hij is wel de eerste Nederlandse man ooit die olympisch shorttrackgoud bemachtigde.

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Jens van ’t Wout heeft olympisch goud op zijn palmares en goud in de mond. Donderdag werd hij als eerste Nederlandse man ooit olympisch shorttrackkampioen. 24 is hij, kleurrijk, en hij wordt geroemd om zijn shorttrackinstinct. Van ’t Wout is een allrounder bovendien, kortom: zijn olympische toernooi is nog lang niet klaar. Vandaag, zaterdag, gaat hij op voor de 1.500 meter.

Dwars over zijn rechterwang van kaak naar mondhoek, loopt een litteken van zo’n twaalf centimeter lengte. Noem het een relikwie of een handelsmerk. Het zit er nu een jaar of zes. Een overblijfsel na een nare valpartij, waarbij hij in aanraking kwam met het schaatsijzer van een toenmalige ploeggenoot.

De bloederige aanvaring – ‘ergens in Thialf ligt nog een halve tand’ grapte hij eerder – zorgde voor een flinke snee en voor problemen in zijn gebit: een tand schoot eruit, een ander moest later verwijderd worden. ‘Nou’, zei zijn vader daarop, ‘neem anders een gouden tand nu je de kans hebt.’ Van een negatieve situatie kun je maar beter proberen iets positiefs te maken, vindt de jongste Van ’t Wout ook. Het leek hem bovendien wel cool.

Zijn shorttrackcapaciteiten worden geroemd, niet die in andere sporten. Breed lachend zei zijn broer en ploeggenoot Melle donderdagavond, na de winst van het goud, dat het mooi is dat ze deze sport hebben gevonden. ‘Want hij kan echt niks, jongens. Niet eens een baseball vangen. Dat is echt zo bijzonder.’

Vlaggendrager

Jens van ’t Wouts olympische toernooi begon met een valse start, dinsdagavond, toen de medaillekansen van Nederland op de gemengde aflossing vervlogen door een slechte wissel van Van ’t Wout en vervolgens een valpartij van Xandra Velzeboer. Van ’t Wout was schuldbewust: zijn aflossing creëerde een domino-effect, stelde hij.

Maar wat hij in eerste instantie niet deelde: hij had materiaalproblemen. Een bot ijzer speelde hem parten. Schouderophalend vertelde hij over de kritiek die hij kreeg via sociale media. ‘Het boeit me niet, je ontkomt er niet aan.’

Enigszins laconiek en met zelfspot beweegt Van ’t Wout door de wereld. Kritiek laat hij makkelijk van zich afglijden. Als vlaggendrager van de Nederlandse ploeg liep hij ruim een week geleden door voetbalstadion San Siro voor de openingsceremonie. Het was een ronde over heilige voetbalgrond, maar daar voelde Van ’t Wout niets van.

Iedereen heeft het maar over dat stadion, had hij in aanloop naar dat moment tegen de NOS gezegd. Maar Van ’t Wout heeft nog nooit een voetbalwedstrijd gezien. Ruud Gullit, Marco van Basten en Frank Rijkaard; ooit drie Nederlandse voetbalgrootheden van AC Milan? Nooit van gehoord.

Een paar dagen later, hij moet dan nog goud op de 1.000 meter winnen, begint de shorttracker na een ijstraining over de ‘gekke berichten’, die ineens binnenkomen nu er meer aandacht is voor zijn sport. Het effect van de Winterspelen; niet alleen de shorttrackfan kijkt, ook andere Nederlanders.

Hij stipt het interview over Van Basten nog een keer aan. Waarbij hij eerst op vragende toon de achternaam van de voetballer herhaalt voor zijn toehoorders, zo van: spreek ik de juiste naam uit? En vervolgens een opsomming geeft van reacties die hij kreeg. ‘Al de mensen die mij berichten sturen, van: wat denk je wel niet? Je bent wereldvreemd. Als je als topsporter geen voetballers kent… dat soort dingen.’

Canada

Van ’t Wout heeft een goed excuus. Hij groeide deels op in Canada. Op zijn 2de verhuisde het gezin Van ’t Wout van Nederland naar Canada. De droom van zijn ouders achterna: ze vonden het land prachtig. Ze woonden in de bossen in het Muskokadistrict, in Bracebridge, op twee uur rijden van Toronto. Zijn moeder ging aan de slag als kapster, zijn vader maakte als steenhouwer stenen haarden.

Rond zijn 15de verhuisde het gezin weer terug naar Nederland. Van ’t Wout hield er een Noord-Amerikaans accent aan over – met regelmaat zitten er Engelse woorden in zijn zinnen – een blinde vlek voor voetbal en een liefde voor ijshockey, de grote sport in Canada.

Laatst kwam hij Sidney Crosby in het olympisch dorp tegen. Dat is de aanvoerder van het Canadese ijshockeyteam, ‘de Marco van Basten of Van Persie voor mij; een echte held’. Van ’t Wout plaatste een bericht op sociale media. ‘Kreeg ik allemaal berichten van: huh, wie is dit?’ Ieder z’n sportkennis, wil hij maar zeggen.

En wat niet is, kan nog komen. In de reacties onder zijn filmpje bij de NOS kreeg Van ’t Wout een algemene voetbalcursus aangeboden. Hij besloot te antwoorden. ‘Ik zei: ja, is goed.’ Ook is hij 22 februari welkom bij een wedstrijd van AC Milan tegen Parma. Het lijkt hem leuk, met een voorbehoud: ‘Als ik tickets kan krijgen voor de olympische ijshockeyfinale, verkies ik dat echt wel boven voetbal, hoor.’

IJshockey

Hij begon ooit met ijshockey, in navolging van zijn zestien maanden oudere broer Melle. Op een van de meren in het waterrijke Muskokadistrict konden ze ’s winters schaatsen. Toen hij jong was, moest Jens nooit zoveel van de sport hebben, maar de broers deden bijna alles samen. Melle was goed en daardoor volgde Jens op zijn 4de. Vlak voor hun terugkeer naar Nederland stapten de broers over naar het shorttrack, een minder gevaarlijke sport, dachten ze, nadat Melle al een aantal keer een hersenschudding had opgelopen.

De broers bleken beiden over talent te beschikken. Melle is de sprinter, Jens de allrounder. Allebei haalden ze de nationale selectie, maar terwijl Jens in gestaag tempo opklom naar de top, nadat hij vier jaar geleden zijn olympische debuut maakte, kampte Melle langdurig met blessures. Dat was lastig, ze zijn een twee-eenheid. Groot was Jens’ blijdschap toen Melle blessurevrij raakte en zich uiteindelijk voor de Spelen wist te plaatsen. ‘Zonder Melle had ik hier niet gestaan’, zei Jens al vaker.

‘Melle is de coach van Jens’, grapte bondscoach Niels Kerstholt eerder deze week. Hij bedoelde het gekscherend, maar de coach ziet tegelijkertijd hoeveel ze aan elkaar hebben. De twee delen in Milaan een slaapkamer. Voor de olympische 1.000 meter bedachten ze een masterplan, een manier om topfavoriet William Dandjinou te verslaan. ‘We hebben dit zo vaak geoefend’, zou Melle zeggen, vlak nadat hij zijn jongere broer goud had zien winnen. ‘Mijn Olympische Spelen zijn nu ook geslaagd.’

‘Het zijn shorttrackfanaten’, sprak Kerstholt eerder deze week over Jens en Melle. Ze kunnen urenlang filmpjes bekijken, tactieken doorspreken en tegenstanders analyseren. Voormalig shorttrackbondscoach Jeroen Otter zei ooit dat Van ’t Wout anders dan de meeste andere schaatsers shorttrack niet als een pure wedstrijdsport ziet, maar als een spelsport. Hij rijdt voor de winst, maar geniet vooral van spectaculaire acties, van subliem uitgevoerde tactieken. Van plannetjes bedenken om op het ijs ‘te spelen’.

Killer

Van ’t Wout beschikt over een heel arsenaal aan wapens die hij daarbij kan gebruiken. Hij is snel, heeft uithoudingsvermogen, is behendig en beschikt over lef. Daardoor kan het fout gaan, maar ook goed uitpakken. Hij kende een wat wisselvallig voorseizoen, waarin hij vaak naast de prijzen greep. Dat was frustrerend, hij was deze zomer juist fitter dan ooit. ‘Maar hij wist ook: het komt wel goed, twijfel was er nooit’, zei Melle donderdagavond in Milaan. Hij omschrijft zijn broer als een killer. ‘Hij is hier om te winnen.’

‘Alles of niks’, dacht Jens tijdens zijn finalerit. Het werd alles. Kort na het winnen van zijn olympische gouden plak, zei Van ’t Wout: ‘Normaal gesproken ben ik bezig met: ik wil winnen. En: ik wil dit proberen, of dat doen.’ Maar toen hij werd aangekondigd voor de finale, ging er slechts een gedachte door hem heen. ‘Hoeveel ik van shorttrack hou. Ik was niet bezig met de race, maar met hoe mooi het was om hier te rijden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next