Het Zweedse Oatly boekt na bijna tien jaar eindelijk winst met zijn havermelk. Kritische werknemers van AI-bedrijf Palantir (door de leiding ‘hobbits’ genoemd) willen opheldering over de hulp aan ICE. De winnaar en verliezer van de week.
Toen Oatly zijn havermelkdrank op de Nederlandse markt bracht, bleek niet elke melkdrinker enthousiast. Als je onze drank niet te zuipen vindt, kun je dit havermelkpak altijd nog cadeau doen aan iemand die je niet mag, opperde Oatly in een kennismakingsadvertentie van bijna tien jaar geleden.
Havermelkhaters bleven sindsdien bestaan, maar er groeide ook een schare liefhebbers, inmiddels getooid met de geuzennaam havermelkelite, vooral zo genoemd vanwege de prijs van een pak havermelk en omdat de groene beau monde vaker in Utrecht verkeert dan in Vroomshoop.
In deze rubriek beoordeelt de economieredactie personen uit het bedrijfsleven die de afgelopen week een succes boekten of tegenslag te verduren kregen.
Hoewel her en der de liefde bloeide voor de duurzamere variant van koemelk, wist het Zweedse bedrijf tot nu toe geen winst te maken. Tot deze week. ‘Ik ben trots te kunnen melden dat we over het hele jaar winstgevende groei hebben gerealiseerd’, verkondigde CEO Jean-Christophe Flatin.
Dat het drinken van havermelk niet per se een dempend effect heeft op de kenmerkende CEO-spraak, blijkt overigens uit de zin die hij vervolgens uitsprak: ‘We hebben onze supplychain en overkoepelende structuur naar de juiste omvang gebracht en tegelijkertijd geïnvesteerd in onze vernieuwde groeistrategie.’
Het zal vast.
Hoewel het bedrijf zegt winst te maken, geldt dat alleen voor het aangepaste winstcijfer. Dat komt uit op 6,8 miljoen dollar (5,7 miljoen euro). Netto prijken onder de streep nog altijd rode cijfers. We vergeven het Flatin en zetten voor deze keer onze groene havermelkbril op. Hij is de winnaar van deze week.
Vroeger kon je ongedwongen de schurft hebben aan Microsoft, bijvoorbeeld als je scriptie na maanden tikwerk via een knalblauw scherm voorgoed de cyberspace ingezogen werd. Microsoft was dertig jaar geleden te groot en te machtig en werd terecht gehaat om zijn gepruts, maar kwaadaardig tot in de haarvaten was het softwareconcern niet.
Hoe anders is dat bij Palantir, het Amerikaanse AI-bedrijf dat privacyschendingen tot zijn corebusiness heeft gemaakt en door de regering-Trump wordt ingezet bij de recente jacht op vermeende illegalen.
Palantir helpt de schietgrage agenten van de Amerikaanse immigratiedienst ICE met ‘voorspellende analyses’ bij het vinden van mogelijke immigranten en neemt het daarbij niet te nauw met de regels van de rechtsstaat.
Werknemers van het bedrijf begonnen zich na de moord op Alex Pretti ongemakkelijk te voelen over het ICE-geweld en vroegen hun CEO Alex Karp via de interne berichtendienst Slack om opheldering over Palantirs betrokkenheid bij ICE. Deze week werd de groep ongeruste ‘hobbits’ (zoals de leiding haar werknemers noemt) vergast op een e-mail met een bijna uurlang video-interview met Karp, meldt het techzine Wired.
Antwoorden over Palantirs betrokkenheid bij ICE kregen de hobbits niet. Karp beantwoordde ook geen vragen over de functionaliteiten van de software. Diens bod aan zijn ongeruste medewerkers: als je meer wilt weten, mag je een geheimhoudingscontract ondertekenen.
Bedrijven als Palantir doen je terugverlangen naar de goede oude tijd van Windows 95 – ook een rotproduct, maar tenminste zonder de perfide grondslag waarop Karp zijn imperium heeft gebouwd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant