Wat vragen we precies als we iemand vragen hoe het gaat? Vragen we écht hoe het gaat, of vragen we aandacht? Doortje Smithuijsen duikt, in een periode van rouw, in onze drang om vragen te stellen.
schrijft voor de Volkskrant essays en reportages.
Eén antwoord op de vraag hoe moderne rouw eruitziet: iedereen stelt je ineens heel veel vragen via WhatsApp.
Al na een paar uur kwamen ze binnen: berichten van collega’s, van verre kennissen, van B- en C-vrienden, van mensen die ik een week eerder had ontmoet, mensen die ik ooit had geïnterviewd, volslagen vreemden.
Niet zozeer berichten, dus. Meer: vragen. Hoe ging het met mij, hoe ging het met mijn familie? Waren we nu samen, of juist niet? Was dit een schok voor ons? Was ik nu dus: in shock? Hoe ging de komende tijd eruitzien? Wilde ik erover praten? Kon de persoon in kwestie iets doen?
Ik had veel goede vrienden nog niet eens verteld wat er was gebeurd, überhaupt nog nauwelijks een zinnige gedachte kunnen formuleren, en nu al leek mijn telefoon te zijn veranderd in een aanhoudende persconferentie.
Een greep uit de dingen die ik al deze plotselinge vragenstellers had kunnen terugappen: maar we hebben elkaar al jaren niet gezien. Maar je bent mijn ex van de middelbare school. Maar je bent een verre vriend van mijn ouders die in Londen woont en die ik één keer heb gezien toen ik 12 was. Maar we hebben elkaar ontmoet in een kringgesprek op een werkborrel en elkaar sindsdien altijd met onuitgesproken maar wederzijdse instemming genegeerd. Maar ik weet je achternaam niet eens. Maar hoe kom je aan mijn nummer? Maar wie ben je eigenlijk?
Het was op dit moment waarop ik begreep hoezeer het stellen van een vraag momenteel gezien wordt als de ultieme vorm van zorg – als de ultieme vorm van laten zien dat je er voor de ander bent, of dat in elk geval wil zijn.
Op zich had dat geen verrassing hoeven zijn. Zie het als een exponent van onze datecultuur. In alle datingprogramma’s wordt het stellen van vragen gezien als zo’n beetje de belangrijkste graadmeter voor het wel of niet kunnen ontstaan van onderlinge vonken. In B&B vol liefde stuurde kandidaat Anja afgelopen jaar haar potentiële partner Jan naar huis omdat hij te weinig vragen stelde. ‘Als jij reageert op een filmpje van een vrouw, zou ik denken dat je ook iets van haar wil weten.’
Deelnemer Mirjam deed hetzelfde met kandidaat Marcel, om dezelfde reden. En ook bij deelnemer Magda was het uitblijven van vragen een groot thema. ‘Volgens mij heb jij wat tijd in te halen’, zegt ze als kandidaat Rolf na een kleine dag in haar Franse boerderij nog geen vraag heeft gesteld. ‘Dus dan hoop ik dat je wat dingen aan mij vraagt.’
Rolf: ‘Ik heb nog tijd genoeg om jou van alles te vragen.’
Magda: ‘Dat denk je.’
Niet veel later stuurde Magda Rolf naar huis.
Filosoof en psycholoog Arthur Eaton observeert hoe vragen dankzij de alomtegenwoordige aandachtseconomie steeds meer lijken te veranderen in een soort ruilhandel. ‘Op sociale media kun je makkelijk meten hoeveel aandacht je van anderen krijgt, aan de hand van likes en volgers’, zegt hij. ‘Volgens mij nemen we die manier van meten en denken meer mee richting onze relaties buiten het scherm.’
Ook daar willen we steeds concreter weten: krijg ik wel echt aandacht van de ander? En hoeveel dan? Eaton: ‘De vraag of iemand genoeg interesse toont, of genoeg vragen aan je stelt, is een manier om daar zogenaamd grip op te krijgen. Om iets wat eigenlijk niet te meten is, toch meetbaar te maken.’
Een paar maanden na mijn ongewenste persconferentie praatte ik op een borrel met een kennis over de aanwezige catering en het slechte weer toen ik zijn gesprekscadans richting een vraagteken hoorde bewegen.
Als je in een periode zit waarin je liever geen vragen krijgt, ontwikkel je een radar voor mensen die op het punt staan er een te stellen. Iemand zet een hoorbare punt, haalt even adem, pakt er een tussenwerpsel bij, te denken aan ‘Hé…’, ‘Maar…’, of ‘Zeg…’, zodat diegene een paar seconden tijd heeft om te formuleren. Daarna slaat de vraagsteller toe.
‘Hé’, zei mijn gespreksgenoot; ik begon me mentaal voor te bereiden op een ‘Ik hoorde dat…’ en het daaruit voortkomende ‘Hoe gáát het met je?’
In plaats daarvan vroeg hij: ‘Wat is de niet-werkgerelateerde prestatie waar je de afgelopen jaren het meest trots op bent geweest?’
In trek onder deelnemers aan datingprogramma’s: vooraf interessante vragen opzoeken op het internet.
Zo ging een First Dates-deelnemer zijn date te lijf met online gevonden vragen als ‘Hou je van pizza of patat? Hou je van koud of warm weer?’ Een ander leerde van het internet dat het hoofdgerecht het uitgelezen moment is om je date wat diepere vragen te stellen – te denken aan: hoe denk je dat je doodgaat?
Hoezeer we vragen in precies de juiste vorm en hoeveelheid belangrijk zijn gaan vinden, blijkt wel uit het succes van het ‘formatteren’ van vraaggesprekken. Wereldberoemd relatietherapeut Esther Perel bracht in 2021 een ‘gespreksspel’ uit waarmee zowel koppels als vrienden elkaar kant-en-klare vragen kunnen stellen die hun band zouden versterken. Denk aan ‘wanneer was de laatste keer dat je bang was een slechte ouder te worden?’, of ‘welke droom heb je nog nooit met iemand gedeeld?’
Dichter bij huis bedacht influencer Elise Boers in 2023 een vergelijkbaar spel genaamd Diep’r. Inmiddels zijn daar meer dan honderdduizend exemplaren van verkocht en bestaan er allerlei speciale edities – een Diep’r Tropenjaren (voor jonge ouders), een Diep’r Dirty Talk (18+) en een Diep’r Kids.
Ook populair: Vertellis, een kaartspel gebaseerd op pesten, maar dan met vragen als ‘van welke gewoonte wil je af?’ en ‘wat is het mooiste compliment dat je ooit kreeg?’. Vertellis is in 2015 begonnen door twee vrienden. Er zijn inmiddels twintig verschillende decks te koop, waaronder ‘Gemengd Gezin’, ‘Gebroken Hart’, een feestdageneditie en een deck speciaal voor collega’s.
Dit soort vragenformats passen wat Arthur Eaton betreft in een bredere trend: ‘Ik weet niet of dat meer is dan vroeger’, voegt hij toe, ‘maar het is duidelijk dat we onze identiteiten willen vormgeven, beheersen, boetseren, en cureren.’ Wie een vraag stelt, loopt altijd sociaal risico, zegt Eaton. ‘Iemand kan mijn vraag dom vinden, of te persoonlijk, of ongemakkelijk, of op de een of andere manier bedreigend.’
Door terug te vallen op ‘bewezen’ vragen, hoef je in een gesprek niet te improviseren, en loop je minder de kans te worden afgewezen om je eigen gedrag.
Misschien dat al die mannen die geen vragen stellen in B&B vol liefde niet per se lui of ongeïnteresseerd zijn, maar gewoon bang.
Hoe dan ook ging deelnemer Magda over op een vragenkaartjesspel. Een zelfgemaakte variant, met als belangrijke spelregel dat alle deelnemers de vragen niet alleen moesten beantwoorden maar ook aan de ander moesten terugstellen.
Eerste vraag op het kaartje van de zichtbaar obese deelnemer Rob: ‘Heb je wel eens aan de lijn gedaan?’
Ik snap de vraagbehoefte van B&B-deelnemers wel. Je woont al jaren in een buitenlandse B&B, ver weg van familie en vrienden, je partner is dood of je bent gescheiden – kan in godsnaam iemand eens aan je vragen hoe je dag is geweest, wat jij vindt van de nieuwe coalitie, van de airfryer, van noodpakketten of probleemwolven? Hoe het met je gaat?
Tegelijk riep die overdaad aan vragen die het afgelopen jaar op mij afkwam bij mij vooral ongemak op – een gevoel dat ik al deze mensen móést antwoorden; dat ik iedereen die mij een goedbedoeld maar ook tamelijk obligaat ‘hoe gaat het’ appte, vroeg of laat een reactie verschuldigd was.
Dat gevoel is verklaarbaar, zegt Wyke Stommel, hoogleraar taal en communicatie aan de Radboud Universiteit. ‘Wie een vraag stelt, verplicht de ander iets terug te zeggen.’ Een vraag zonder antwoord is binnen onze cultuur niet echt geaccepteerd – het staat raar, voelt leeg. Een vraag forceert reactie. Vandaar, zegt Stommel, dat mensen op datingapps doorgaans een wedervraag verpakken in hun antwoord. ‘Zo verplichten ze de ander almaar te reageren en proberen ze het doodbloeden van het gesprek te voorkomen.’
Ook dat valt op bij datingprogramma’s: dat stiltes zo vaak gezien worden als ultieme faux pas – iets om te allen tijde te vermijden. In wezen kijken we tijdens First Dates en B&B naar het live op televisie uitspelen van het gedrag zoals Stommel waarneemt in datingapps: almaar vragen aan elkaar stellen, uit angst dat de ander bij gebrek aan geforceerde noodzaak niet meer zal reageren – en je daarmee gevoelsmatig afwijst.
‘Daarom bewegen ze denk ik snel naar gesprekken en interacties die veilig voelen’, zegt Eaton. Terwijl: ‘Vanuit psychoanalytisch perspectief zijn stiltes interessant’ zegt de filosoof, ‘omdat er in een stilte eigenlijk van alles kan gebeuren. Het zijn momenten van onzekerheid in een gesprek, en dus ook van mogelijkheid.’
In zijn boek Alles voor de reis beschrijft Adriaan van Dis de liefde als een geloof. ‘Hoe meer vragen je stelt, hoe meer je ontrafelt, hoe minder betovering.’ Niet-weten is een leitmotiv binnen de relatie van de hoofdpersonen in zijn boek – gebaseerd op Van Dis zelf en zijn twee jaar geleden overleden partner Ellen Jens.
Omdat Van Dis’ zijn geliefde deelde met een ander, hing hun samenzijn volledig af van een goede balans tussen interesse in de ander maar ook niet alles willen weten. ‘Gekliefde liefde.’ Forceren kon niet binnen de relatie van de hoofdpersonen.
Via onderlinge vragen zouden Jens en Van Dis nooit tot de kern van hun liefde kunnen komen. Die was er gewoon, zonder het redelijke, controleerbare fundament van het onderling heen en weer spelen van vraagtekens en daaruit voortkomende punten.
38 jaar ging het goed – tot Jens’ dood. En ook daarna hoeft Van Dis niet alles van haar te weten. ‘Ik heb je agenda’s en dagboeken maar vluchtig doorgebladerd. Wil ze niet lezen. Durf ze niet te lezen. Zal ze nooit lezen.’
Van Dis’ liefdesverhaal laat zien dat liefde zich uiteindelijk niet door liefde uit de tent laat lokken. Je kunt hobby’s uitwisselen wat je wil, vragenlijsten blijven afwerken, maar als het er niet ís, dan is het er niet.
Hetzelfde geldt voor de dood, denk ik. Je kunt iemand in de rouw vragen hoe het gaat, of hoe het écht gaat, het proberen te begrijpen, maar uiteindelijk is de leegte die iemands wegvallen achterlaat onbegrijpelijk, en daarmee onbevraagbaar.
In The Year of Magical Thinking beschrijft Joan Didion rouw als ‘het tegenovergestelde van betekenis’. Rouw is ‘de oneindige absentie, de totale leegte’.
De ironie is dat op het moment dat iedereen je precies datgene geeft waar kennelijk zoveel anderen behoefte aan hebben – namelijk: oprechte vragen naar hoe het met je gaat – je op niemand een antwoord hebt. Dat is het ding met dood en rouw: je begrijpt pas wat het is en hoe het voelt zodra je er middenin zit. En tegelijk weet je vanaf dat moment: ik kan dit gevoel onmogelijk overbrengen naar anderen.
In die zin was mijn reactie op de vragenstroom die mijn eigen rouw aankondigde best treffend: een uitblijven van antwoord. Dichter bij ‘de totale leegte’ komt het niet via WhatsApp.
Doortje Smithuisen publiceerde onder meer het pamflet Kapitalisme is seksisme. Dit jaar schrijft ze het Boekenweekessay. Geen idee hoe het met haar gaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant