Vandaag spreekt de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio op de Veiligheidsconferentie van München. In Europa wordt hij gezien als het meest redelijke lid van de regering van Donald Trump. Terecht? Dat is nog maar de vraag.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.
Buitenlandminister Marco Rubio leidt dit jaar de Amerikaanse delegatie op de Veiligheidsconferentie van München. Dat nieuws leidde in Europese hoofdsteden tot voorzichtige – en wellicht ook voorbarige – zuchten van verlichting. Het is dit weekend een jaar geleden dat vicepresident JD Vance in het deftige Hotel Bayerischer Hof frontaal in de aanval ging tegen EU-leiders, die hij verweet ‘de westerse beschaving te gronde te richten’ door migratie en ‘woke’ politiek.
Nee, dan liever Rubio. Donald Trumps buitenlandminister en tevens nationaal veiligheidsadviseur – net als zijn illustere verre voorganger Henry Kissinger – wordt in Europa beschouwd als het engeltje op Trumps ene schouder, tegenover een verzameling Make America Great Again-demonen op de andere.
Dat komt doordat Marco Rubio zich als senator tussen 2011 en 2025 profileerde als erfgenaam van Ronald Reagan. Rubio was een voorstander van robuuste Amerikaanse militaire aanwezigheid in het buitenland, maar ook van soft power en ontwikkelingshulp – een klassieke conservatieve Republikein. Toen Rusland in februari 2022 Oekraïne binnenviel, schaarde Rubio zich pal achter Oekraïne.
Maar is de politicus Marco Rubio nog wel wie hij was? Dat vroeg de Democratische senator Chris Van Hollen uit Maryland zich vorig jaar in mei ook al af, toen Rubio voor de Senaat moest verschijnen om te worden verhoord over de drastische bezuinigingen op Usaid, het Amerikaanse overheidsagentschap voor ontwikkelingshulp.
‘We waren het niet altijd eens, maar ik dacht dat we een aantal gemeenschappelijke waarden deelden: het geloof in het verdedigen van democratie en mensenrechten in het buitenland, en respect voor de grondwet in ons eigen land’, aldus Van Hollen. ‘Daarom heb ik voor uw benoeming gestemd. Omdat ik dacht dat u voor die principes zou opkomen. Dat hebt u niet gedaan.’
In de eerste maanden van Trumps tweede termijn deed Rubio vooral op binnenlands vlak meer dingen die in strijd waren met zijn vroegere politieke imago. Zo voerde hij een ongekende ontslagronde door binnen zijn eigen departement, waarbij meer dan tweehonderd diplomaten en ruim elfhonderd ambtenaren hun baan verloren.
Ook schaarde hij zich vanaf het begin achter Trumps hoogst omstreden deportatiebeleid, dat door politiedienst ICE wordt uitgevoerd, en regelde hij dat uitgezette migranten konden worden afgevoerd naar martelgevangenissen in El Salvador.
Ruim een decennium geleden maakte Rubio als senator deel uit van de beroemde Gang of Eight, een club van Democratische en Republikeinse Congresleden die lobbyde voor een baanbrekende politieke deal: harder optreden tegen vluchtelingen aan de Mexicaanse grens, maar in ruil daarvoor miljoenen immigranten zonder papieren een legale status verlenen. Maar toen de wet bijna binnen was gesleept, liet Rubio de boel knallen. Hij koos in 2015 eieren voor zijn geld, toen duidelijk werd dat Trump de dienst uitmaakte in de partij.
Rubio’s steile politieke carrière wordt gekenmerkt door een zeker machtsbewust opportunisme, gecombineerd met een imago van conservatieve degelijkheid. Tijdschrift The New Yorker vergeleek Rubio onlangs met een padvinder. De in Miami opgegroeide zoon van twee politieke vluchtelingen uit Cuba wist als tiener al dat hij de politiek in wilde. Op zijn 30ste zat hij in de senaat van de staat Florida na een campagne waarin hij zichzelf bestempelde als een geslaagd voorbeeld van de American Dream, een hardwerkende, aangepaste immigrant.
Ooit waren Rubio en Trump vijanden binnen de Republikeinse Partij. Als gefnuikt tegenkandidaat in de Republikeinse voorverkiezing voor 2016 begon Rubio over Trumps ‘tiny hands’. Maar toen Trump en de Maga-beweging meer bleken te zijn dan een bevlieging, heeft hij langzaam een draai gemaakt. Nu behoort Rubio tot Trumps inner circle. Volgens de Financial Times is hij zelfs zo vaak in het Witte Huis dat de ambtenaren op zijn eigen departement hun minister nauwelijks zien.
Toch heeft Rubio minder macht dan veel van zijn voorgangers, in elk geval openlijk. De belangrijkste dossiers – Oekraïne, Israël en Iran – worden grotendeels afgehandeld door Trumps ‘speciale gezanten’, zoals Steve Witkoff. Maar de trans-Atlanticus Rubio is nog niet helemaal verdwenen, en achter de schermen heeft hij wel degelijk invloed op Trump wat Oekraïne betreft, zei International Crisis Group-analist Richard Atwood onlangs in de Volkskrant. Het is voor een aanzienlijk deel aan Marco Rubio te danken dat Trumps regering Oekraïne nog niet heeft gedwongen een slechte deal te sluiten met Poetin.
Door grote dossiers af te staan, kreeg Rubio wel iets waar hij al heel lang zijn zinnen op had gezet, bleek begin januari: het afzetten van de dictator Nicolás Maduro in Venezuela. Door zijn familiegeschiedenis heeft Rubio een uitgesproken aversie tegen linkse leiders in Latijns-Amerika met de paplepel ingegoten gekregen. Al tijdens Trumps eerste termijn zag de buitenlandminister het vertrek van Maduro als opstapje naar een regimewissel op het eiland waar zijn wortels liggen.
Trump zelf was tot voor kort nooit zo geïnteresseerd in Latijns-Amerika, maar dat verandert nu hij het Amerikaanse continent als zijn eigen invloedssfeer beschouwt. Dat biedt Rubio een kans én een groot risico, want hij moet ervoor zorgen dat de regering van Delcy Rodríguez gaat dansen naar het pijpen van Washington (en de Amerikaanse oliebedrijven).
Marco Rubio staat vandaag in München als belangenbehartiger van Trumps politiek, net als Vance vorig jaar. Daarna reist Rubio door naar Slowakije en Hongarije, waar hij in Robert Fico en Viktor Orbán uiterst rechtse bewonderaars van Trumps regering treft. In Boedapest zal Rubio, aldus het persbericht van het Witte Huis, spreken over ‘vredesprocessen om mondiale conflicten op te lossen’.
Source: Volkskrant