Geopolitiek Amerika heeft zich niet alleen van ons af, maar tégen ons gekeerd, ziet Joris Luyendijk. Maar om hem heen doen de meesten alsof er uiteindelijk niets aan de hand is.
In de kantine van de Financial Times in Londen liep ik eerder deze maand mijn grote voorbeeld tegen het lijf, commentator Martin Wolf. Nog geen maand na de inauguratie van Trump vorig jaar schreef deze altijd minutieus formulerende nestor van de Britse journalistiek: „This is a coup.” Een week later: „Amerika is nu de vijand van het Westen.” Wolf, wiens Nederlands-Joodse moeder dertig naaste familieleden in de Holocaust verloor, was één van de allereerste serieuze establishmentstemmen die het ondenkbare hardop uitsprak.
Joris Luyendijk is schrijver.
„Ik hoop zo dat ik ongelijk heb,” zei Wolf nu, terwijl hij zijn dienblad vollaadde. „Ik hoop het echt.”
Dit had ik even nodig, merkte ik terwijl ik mijn eigen bordje toch maar niet vulde met van het vet druipende fish and chips. Mede doordat iemand als Wolf het zei, durfde ik het een jaar geleden zelf toe te laten: de gedachte dat mijn land en continent in acuut gevaar zijn omdat Amerika zich niet alleen van ons afkeert, maar actief tégen ons keert.
Sindsdien is deze gedachte een overtuiging geworden. Wie de artikelen van de Nederlandse advocate Kirsten Verdel volgt, ziet bijna iedere dag wel een nieuw stukje van de Amerikaanse rechtsstaat afbrokkelen of kapotgeslagen worden. De regering-Trump stelt expliciet dat ze Canada en Groenland gaat annexeren, dat de EU kapot moet, en dat ze overal in Europa extreemrechtse partijen aan de macht wil brengen. Niet stiekem en clandestien, zoals de CIA ooit optrad in Latijns-Amerika, maar in alle openheid.
Intussen hebben Amerikaanse techreuzen de afgelopen decennia niet gestuurd op winst, maar op lock-in: Europese bedrijven en overheden zodanig afhankelijk maken dat deze als machteloze insecten in een kolossaal spinnenweb eindeloos kunnen worden leeggezogen.
Als de Europeanen zich niet gedragen, kan de Amerikaanse regering via Big Tech ons hele continent op zwart zetten. Ook beheersen de Amerikanen het internationale betaalverkeer verregaand en aarzelen ze er niet voor dit in te zetten voor machtsuitoefening. Kimberly Prost, een Canadese rechter bij het Internationaal Strafhof die in Den Haag woont, ondervond vorig jaar al een combinatie van beide factoren aan den lijve nadat de regering-Trump sancties tegen haar had afgekondigd vanwege een rechtelijk oordeel dat ze in 2020 had geveld. Omgekeerd kunnen we Big Tech niet aanpakken, omdat de Amerikanen de NAVO dan opblazen en Oekraïne voor de leeuwen gooien. Wij hebben zelf niet de spullen en de organisatie om dat gat in onze defensie te dichten.
Ik was in Londen op doorreis vanuit Brussel, waar ik de Escape Forward-conferentie had bijgewoond: een wervelwind van kritisch optimisme over de unieke kans voor Europa zich technologisch en militair te ontworstelen aan de Amerikaanse overheersing. Amerikaanse chantage rond tech „begint steeds met Europese defensie-afhankelijkheid”, verklaarde Europarlementariër Bart Groothuis (VVD) vanaf het podium. Zie hoe JD Vance dreigde uit de NAVO te stappen als de EU het waagde de eigen wetten en richtlijnen rond digitale diensten te handhaven op Amerikaanse techreuzen.
De conferentie wordt al jaren georganiseerd, met als vaste gast de prominente Amerikaanse voorvechter van open markten Barry Lynn: „Vorig jaar liep iedereen hier met het koppie naar beneden, net als in Davos. Dit jaar? Jullie beginnen er al aan gewend te raken!”
En jullie in Amerika dan, vroeg ik. „Ik heb enorm vertrouwen in de human spirit”, glimlachte Lynn. Natuurlijk gaat Trump een verkiezingsuitslag waarin hij verliest niet erkennen. Maar volgens Lynn heeft de centrale overheid te weinig loyale troepen om de opstand die dan volgt te onderdrukken. Ook is de regering-Trump bemoedigend incompetent.
Amerikaans optimisme anno nu: er komt een burgeroorlog maar die gaan we dus wel winnen.
Moeten we hierop hopen? En is het na zo’n succesvolle burgeroorlog dan ook klaar met de chantage door de Amerikaanse techsector? Ik wil net als Wolf zo intens graag dat ik het verkeerd zie, en dat de wereldorde die mijn land tachtig jaar vrede bracht niet is veranderd in een jungle waar Nederland als weerloos lekker hapje op het menu staat. Dit vooruitzicht valt bijna niet te verdragen.
Doen daarom zoveel mensen om mij heen nog steeds alsof er uiteindelijk niks aan de hand is? Of zien zij iets dat ik niet zie? Nog maar twee jaar terug voorspelden deze lieden hoofdschuddend dat Trump heus niet de Republikeinse nominatie zou binnenhalen. Bangmakerij! Dezelfde mensen konden zich daarna niet voorstellen dat Trump de verkiezingen ging winnen. Na diens zege wuifden ze alle zorgen weg dat hij Project 2025 zou uitvoeren.
Tegenwoordig klampen ze zich vast aan de midterm-verkiezingen in november. Dan wordt alles weer zoals vroeger. Saboteert Trump de mid-terms? Dan richt de hoop zich op de presidentsverkiezingen van 2028.
Dit soort wensdenken kun je lang volhouden. Het past ook in een Nederlandse traditie. Duitsland zal net als in de Eerste Wereldoorlog heus onze neutraliteit respecteren, dus dan ga je de heer Hitler niet provoceren met plaatsing van luchtafweergeschut rond Rotterdam. De Japanners zouden wel uitkijken voor ze ons in Indië aanvielen, dus niks evacuatie van vrouwen en kinderen. Onze blauwhelmen in Srebrenica hoefden geen zware wapens, ze kwamen toch in vrede? En dat coronavirus konden onze ziekenhuizen makkelijk aan: gaat u rustig carnaval vieren.
Kort voordat ik naar Brussel ging, mocht ik op een bijeenkomst van een veiligheidsregio spreken over geopolitiek. Nederland is opgedeeld in zulke regio’s, waar gericht wordt gepland voor, en geoefend op rampen: een gifwolk, overstromingen, een aardbeving. Nu waren ze bijeen voor een evaluatie van zo’n oefening, en om na te denken over Russische sabotage van het stroomnet. De oefening was prima gegaan, en de evaluator sprak in het bijzonder zijn tevredenheid uit dat volgens de feedback niemand zich gedurende de dag „sociaal onveilig had gevoeld”.
Het geeft deze burger moed dat onze overheid oefent op calamiteiten. Tegelijk sprak uit alles die middag de aanname dat Russische sabotage zoiets is als een gifwolk of aardbeving: een verstoring zonder kwade genius. Was er ook geoefend op de mogelijkheid dat op de ochtend van de Russische sabotage in iedere veiligheidsregio de drie belangrijkste personen dood in hun bed worden aangetroffen?
Lacherige reacties en een ongemakkelijke stilte vormden het antwoord. Op zo’n moment word ik echt bang. Maar ik twijfel ook: zijn de mensen die mij straks moeten redden nu naïef, of ben ik een tafelspringer, zoals Vlamingen dat zo mooi noemen?
Een voorbeeld: hoeveel waarde te hechten aan berichten over Russische malware in de Oosterscheldedam? U zegt het maar. Ik denk dan toch: waarom zou Rusland voor aanslagen in Nederland terugschrikken, wanneer hiervoor geen straf meer dreigt vanuit Amerika? Rusland is bereid een kwart miljoen van de eigen mensen te laten afslachten in Oekraïne, het ontvoert op industriële schaal kinderen en martelt menig krijgsgevangene de dood of de waanzin in. En zo’n regime zou over een moordaanslag op het hoofd van een Nederlandse veiligheidsregio zeggen: sorry, maar dat gaat ook ons te ver?
Waaruit bestaat onze afschrikking, nu Amerika expliciet twijfel zaait of het wel terugslaat namens ons? Ik had hier best een verkiezingsdebat over willen zien. Wat dachten ze bij GroenLinks-PvdA toen ze de kieslijst samenstelden en niemand met digitale expertise op een verkiesbare plek zetten? Enkel dankzij de initiatieven Stem op een Vrouw en Nerdvote zit Barbara Kathmann, die veel over het onderwerp weet, nu in de Tweede Kamer.
Of zie hoe de meeste media geen of minimale aandacht gaven aan de aandacht in het regeerakkoord voor de techkant. Uiterst kritische, subliem geïnformeerde stemmen als techexpert Bert Hubert en Onno Blom van Herprogrammeer de Overheid waren buitengewoon lovend over de digitale paragrafen in het regeerakkoord. Dat is een belangrijke ontwikkeling: deze regering ziet wat er nodig is en handelt daarnaar. Zoiets geeft hoop en moed, en moreel is essentieel in hybride-oorlogstijd.
Maar wie heeft van die lovende reacties gehoord? Bij veel Haagse redacties en de talkshows overheerste de scorebordjournalistiek: welke partij heeft wat ‘binnengehaald’? Dat is journalistiek die hoort bij vredestijd, net als artikelen over koopkrachtplaatjes. Die betekenen niets meer nadat de Russen de stroom er een paar weken hebben afgegooid, of het Witte Huis als drukmiddel onze digitale systemen eens een dagje heeft uitgezet.Stel, mijn kamp met zijn alarmerende inschattingen heeft ongelijk maar krijgt in eerste instantie wel gelijk. We gaan met volle kracht werken aan de militaire en technologische loskoppeling van Amerika. En het lukt: er ontstaat een Europese ‘eurostack’ voor digitale technologie en we kunnen onszelf over enige tijd militair verdedigen.
Maar dan blijkt dat we ongelijk hadden! De Amerikaanse democratie overleeft wel degelijk, men herstelt daar de enorme schade aan de eigen instituties, temt Big Tech en voegt zich opnieuw naar de op regels en wetten gebaseerde wereldorde.
In dat scenario hebben we straks heel veel geld uitgegeven. Dit zijn we kwijt, maar er staat tegenover dat Europa tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog eindelijk militair onafhankelijk is. Voortaan gaan we met Amerika om als een gelijke. Technologisch kunnen we onze eigen sociale media en AI inrichten. Volgens Europese waarden, in plaats van volgens de logica van het Angelsaksische monopoliekapitalisme.
Nu omgekeerd. Stel, het business as usual-kamp heeft uiteindelijk ongelijk maar krijgt in eerste instantie juist gelijk. We blijven wachten op de wederopstanding van de Amerikaanse democratie en doen intussen niks of veel te weinig om onafhankelijk te worden. In dat scenario krijgt Trump een nog veel agressievere en autocratischere opvolger. Deze maakt korte metten met democratie en rechtsstaat en laat Big Tech verder versmelten met het Amerikaanse staatsapparaat.
Wat nu? We hebben niks, in Europa, omdat we als bange kinderen met onze handjes voor de ogen zijn blijven hopen dat onze Grote Broer bij zinnen zou komen. Wie gaat in dit tweede scenario onze Europese rechtsstaat en economie beschermen tegen Amerika en Rusland?Ik weet waar mijn twijfels zitten. Maar waar zitten de twijfels bij het valt-wel-meekamp?
Het beste perspectief op de toekomst kreeg ik van Haroon Sheikh van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Tijdens een bijeenkomst over geopolitiek voor commissarissen en raden van toezicht, werd Sheikh gevraagd welke datum hij zou kiezen. Is het nu 1939 – binnenkort breekt een oorlog uit waarop wij niet voorbereid zijn? Of is het eerder juni 1945 – we zijn niet bezet, maar weten evenmin waar onze veiligheid vandaan komt?
Sheikh koos voor 1945. „Maar dan vanuit het perspectief van India. Ook dat land, eigenlijk een continent, was eeuwenlang een bloeiende beschaving. Toen werd het gekoloniseerd en verloor het zijn zelfvertrouwen. In de jaren veertig keerde dat terug: waarom zouden wij eigenlijk niet onafhankelijk kunnen zijn? Een dergelijk zelfvertrouwen wens ik ons in Europa nu toe.”
Ik hoop zo dat Haroon Sheikh gelijk krijgt.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.