Gemeenten en afvalverwerkers stelden de staat aansprakelijk voor hun schade door lachgascilinders die sinds het landelijk verbod in het restafval en op straat belanden. De staat valt niets te verwijten, oordeelt de rechtbank.
Explosies in vuilniswagens, ondergrondse containers en afvalverbrandingsinstallaties. Bij het Amsterdams afvalverwerkingsbedrijf AEB tellen ze wekelijks achttien explosies in de verbrandingsoven. De oorzaak: cilinders met resten lachgas die bij het restafval belanden of als zwerfafval zijn opgehaald en door druk of hitte ontploffen. Landelijk liepen alleen al de verwijderingskosten in 2024 op tot naar schatting 54,5 miljoen euro, nog los van de veroorzaakte schade.
Volgens de afvalbranche en diverse gemeenten is de aanstichter het landelijke verbod op verkoop en bezit van lachgas voor recreatief gebruik, sinds 1 januari 2023. Zij verwijten de staat – in feite de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Infrastructuur en Waterstaat en van Justitie en Veiligheid – bij de totstandkoming van het verbod geen rekening te hebben gehouden met de gevolgen. Vóór het verbod zat er statiegeld op de cilinders, maar sindsdien zijn vooral wegwerpcilinders in omloop die na gebruik bij het afval, op straat of in de natuur gedumpt worden.
De staat wijst iedere aansprakelijkheid af. Daarop stappen 24 afvaldiensten en gemeenten samen naar de rechter.
Heeft de staat onzorgvuldig gehandeld en, zo ja, is dat handelen onrechtmatig? Die vraag moet de rechtbank beantwoorden. Daarvoor gaat ze eerst na of bij de totstandkoming van het lachgasverbod te voorzien was dat zoveel wegwerpcilinders in de afvalketen terecht zouden komen, met alle problemen van dien. Dat is niet het geval, en dus handelde de staat niet onzorgvuldig, concludeert de rechtbank.
De wegwerpcilinder in kwestie werd pas in Nederland gezien toen het lachgasverbod al was voorbereid, en tot de beslissing over het verbod was die maar beperkt in omloop. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de staat ook het explosiegevaar niet kon voorzien. Dat ligt namelijk aan het ventiel – met een messing pinnetje – en niet aan de wegwerpcilinder zelf. Onder verwijzing naar een artikel uit deze krant nam de staat het standpunt in dat vervanging door een volledig plastic ventiel explosies zou voorkomen. De rechtbank gaat daarin mee, ook omdat de afvalbedrijven en gemeenten dat niet weerspreken.
Zelfs als de staat onzorgvuldig gehandeld zou hebben, voegt de rechtbank toe, is er geen causaal verband met de schade. Omringende landen – België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen – hebben ook te maken met wegwerpcilinders en explosies, terwijl daar géén verbod is. Kortom: het lachgasverbod is niet de boosdoener.
Dat zoveel gemeenten de staat aansprakelijk stellen bij de rechter, is ongebruikelijk. Lucia Tellegen, advocaat vastgoed- en bestuursrecht bij Wieringa Advocaten: „Het kabinet heeft wel het één en ander ondernomen ter ondersteuning [van de gemeenten], maar de angel is er kennelijk niet uitgehaald.” Zo had het kabinet 450.000 euro uitgetrokken voor een proef met innovatieve technieken om lachgascilinders vroegtijdig te detecteren en te verwijderen uit de afvalketen. De vereniging voor publieke reinigingsdiensten NVRD noemde dat vorig jaar tegenover Nieuwsuur „een heel klein doekje voor het bloeden”.
Gemeenten hebben de wettelijke plicht huishoudelijk afval in te zamelen en te verwerken, gevaarlijk afval gescheiden in te zamelen en zwerfafval in de openbare ruimte tegen te gaan. Dat haalt de rechtbank ook aan. Sinds ze cilinders met explosierisico inzamelen, zien de afvaldiensten waarmee gemeenten samenwerken zich gedwongen hun werkwijze aan te passen. Bij herstelwerk na een explosie ligt de afvalverwerking dagenlang stil, waardoor inkomsten worden gemist. Dat er schade is, staat in deze zaak dan ook niet ter discussie.
Tellegen: „De rechtbank beoordeelt of de betrokken ministeries hier op één of andere manier van afwisten, maar dat blijkt nergens uit. De rechtbank wijst daarbij terecht op het gegeven dat het juist de gemeenten waren die op een lachgasverbod aandrongen. In veel gemeenten was zelfs al een plaatselijk verbod op gebruik van lachgas in de openbare ruimte. Over de mogelijke gevolgen hebben de betrokken partijen tevoren niet aan de bel getrokken, ook niet in de consultatieronde. Dan kun je moeilijk de staat van onzorgvuldigheid betichten.”
Buiten schot blijven hier verkopers en gebruikers van lachgas, de echte oorzaak van alle problemen. Tellegen: „Dat is ook waar de staat naar verwijst en waar de rechtbank in mee lijkt te gaan. De verkopers weigeren kennelijk de cilinders van ventielen te voorzien die explosies voorkomen.” De gebruikers handelen net zo goed illegaal, ook door wegwerpcilinders niet naar de milieustraat te brengen. Tellegen: „Mede omdat de pakkans gering is, kunnen gemeenten de kosten moeilijk op de overtreder verhalen.”
Intussen zijn er gemeenten die de kosten via de afvalstoffenheffing aan hun inwoners doorbelasten, nu de staat geen dekking biedt. Tellegen: „In welk potje het komt, zal de belastingbetaler weinig interesseren. Die draait er hoe dan ook voor op.”
Uitspraak: Rechtbank Den Haag, 21 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1015
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen