Home

Praten over liefde en seks is heel normaal, ook in de les: ‘Is batsen hetzelfde als raggen?’

Op 350 scholen stond de Week van de Liefde in het teken van online seksualiteit: ‘Docenten weten niet altijd wat er online speelt en hoe ze dat bespreekbaar kunnen maken.’

Het is tien over elf als docent Maaike Scholte (49) haar les begint. ‘De code is CHG-924. Kom de les maar in, jongens.’

De leerlingen van de vierde klas van de middelbare school in Drachten klappen hun laptops open, voeren de code in en zien hun namen verschijnen op het digibord. ‘Oké, dan komt de eerste vraag: waar denk je aan bij liefde? Alles mag, niets is fout, maar houd het wel een beetje netjes.’

Langzaam verschijnen de eerste tekstwolkjes op het digibord. ‘Nou, laten we eens kijken’, zegt Scholte. ‘Wie heeft ‘batsen’ opgeschreven?’

Er klinkt gegiechel. ‘Batsen ja’, reageert een jongen droogjes.

‘Is dat hetzelfde als raggen?’, vraagt Scholte. De leerlingen knikken instemmend. ‘Oké goed, we kunnen het er gewoon over hebben, hoor’, zegt ze lachend. ‘Batsen hoort ook bij liefde, maar dan moet je het wel allebei willen.’

Veilig opgroeien

Praktijkschool PRO Drachten, met leerlingen tussen de 12 en 18 jaar, is een van de 350 scholen die dit jaar meedoen aan de Week van de Liefde – een record. De week richt zich op middelbare scholen en het mbo. Later dit voorjaar volgt de Week van de Lentekriebels, die zich richt op basisscholen en speciaal onderwijs.

‘We vinden het belangrijk om kinderen goed voor te lichten’, legt Marleen Slomp uit. Als maatschappelijk werker op de school is ze nauw betrokken bij deze week. ‘Juist voor deze relatief kwetsbare groep leerlingen is het belangrijk om hier extra aandacht aan te geven.’

De school wil dat leerlingen gezond en veilig opgroeien, zegt Slomp. ‘Daarom geven we gedurende de hele schooltijd aandacht aan relaties en seksualiteit.’ Dat gebeurt bijvoorbeeld via het vak SoVa (sociale vaardigheden). ‘We proberen leerlingen bewust te maken van hoe ze met anderen moeten omgaan, maar ook hoe ze hun grenzen kunnen herkennen en aangeven.’

Dit jaar besteedt de Week van de Liefde speciaal aandacht aan onlineliefde en -seksualiteit. Het gaat onder meer over sexting, de manosphere en over het vragen van advies aan chatbots als ChatGPT.

Grenzen

‘We merken dat scholen online seksualiteit een belangrijk onderwerp vinden, maar niet altijd weten hoe ze hiermee moeten omgaan’, zegt Evelien Spek, expert relationele en seksuele vorming bij Soa Aids Nederland. ‘Jongeren zijn al op jonge leeftijd online actief en daarom is het belangrijk dat zij weten waar hun grenzen liggen en waar ze betrouwbare informatie kunnen vinden, zoals bijvoorbeeld op sites als sense.info.’

De klas is aangekomen bij de vierde stelling: ‘Kun je zelf kiezen op wie je verliefd wordt?’ Het wordt weer stil en de leerlingen vullen hun antwoorden in. Scholte drukt op het bord en de score verschijnt: precies fiftyfifty.

‘Waarom hebben jullie voor nee gekozen?’ vraagt ze.

‘Geen idee’, klinkt het.

‘En waarom heb jij op ja gestemd?’

‘Je weet nooit op wie je verliefd wordt’, reageert een meisje.

‘Precies’, zegt Scholte. ‘Ik weet nog dat ik 16 jaar was en mijn zusje van 14 er een beetje doorheen zat. Ik dacht: kom op, je bent 14, waar kun jij je nou druk om maken? Toen vertelde ze me dat ze lesbisch was. Denken jullie dat ze het toen heel leuk vond, dat ze ineens verliefd op meisjes was?’

‘Nee, ik denk het niet’, reageert een jongen.

‘Je kunt niet altijd kiezen op wie je verliefd wordt’, zegt Scholte, ‘maar wel wat je ermee doet.’ De leerlingen knikken instemmend. Daarna verdeelt de leerkracht de groep en geeft ze de tieners kaartjes met stellingen die ze onderling moeten bespreken.

Taak van de school

‘Als school denk ik dat wij de taak hebben om kinderen over dit soort onderwerpen te informeren’, zegt Scholte terwijl de leerlingen met de stellingen bezig zijn. ‘Een groot deel van deze groep heeft het hier thuis niet per se over. Op deze manier probeer ik jongeren te laten zien dat het heel normaal is om het op deze leeftijd over liefde, seks en relaties te hebben.’

Deze les is bedoeld om het gesprek te openen, legt ze uit, ‘maar we hebben ook lessen gehad die wat meer prikkelen’. Ze verwijst naar eerdere lessen over tolerantie, in het kader van Paarse Vrijdag, waarop scholieren en studenten door het dragen van paarse kleding hun solidariteit kunnen tonen met lhbti’ers. ‘Het kan er heftig aan toegaan, maar juist dan is het goed om het gesprek aan te gaan.’

Tegen het einde van de les komen nog een paar stellingen voorbij. ‘Het is niet slim om binnen een week af te spreken met iemand die je een week eerder hebt ontmoet’, leest Scholte van een kaartje voor. ‘Als je je hand omhoog doet, ben je het hiermee eens.’

Een leerling met zijn hand omhoog reageert: ‘Het is niet slim om dat te doen als je niet met die persoon hebt gevideobeld. Het zou ook een pedofiel kunnen zijn.’

Na de les krijgen alle leerlingen een boks van Scholte. ‘Het doel van deze lessen is natuurlijk om ervoor te zorgen dat kinderen beter met elkaar omgaan. Ik vind het belangrijk dat ze zichzelf kunnen zijn en elkaar beter leren begrijpen. Pas als je je goed voelt op school, kun je gaan leren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next