Home

In tentoonstelling ‘Birds’ hebben de vogels zelf een stem

Expositie De tentoonstelling ‘Birds’ toont de gemankeerde verhouding tussen mens en vogel. Met als bijzondere bijkomstigheid: een puttertje als curator.

Carel Fabritius, Het puttertje, 1654, Mauritshuis Den Haag.

De tentoonstellingszaal van Birds in het Mauritshuis is als een zacht verlichte, fluweelrode kooi waarin vogels uit de hele wereld en kunsthistorische tijdvakken zijn verzameld. Je zou willen zeggen ‘neergestreken’, maar er fladdert geen enkele vogel.

Dat is precies wat curator Simon Schama beoogt: laten zien dat de mens het liefst vogels in gevangenschap houdt. Dat hij hen de vrijheid ontneemt om te vliegen, dat hij hen wil temmen. Het is, meent Schama, de kern van de relatie tussen mens en vogel – en in breder verband tussen mens en natuur.

Tentoonstelling

Birds. Curated by The Goldfinch & Simon Schama. Mauritshuis, Den Haag t/m 7 juni. Inl. mauritshuis.nl

Toonbeeld van die gevangenschap is Het puttertje, het wondermooie olieverfschilderij (1654) van Carel Fabritius. Op het kleine schilderij – nauwelijks twintig bij dertig centimeter – heeft de Delftse schilder het vogeltje ongeëvenaard levensecht afgebeeld, als een trompe-l’oeil.

Birds kent zodoende twee curatoren: Simon Schama en het puttertje. Een briljant idee. Birds is vermoedelijk de eerste tentoonstelling ter wereld waaraan een vogel als curator is verbonden. Niet voor niets luidt de volledige titel van de expositie: Birds. Curated by The Goldfinch & Simon Schama.

Het concept wordt doorgevoerd. Tijdens de opening, eerder deze week, ontving Schama per postduif een briefje van het bontgekleurde zangvogeltje met het rood-witte gezicht en de goudgele vleugelveren: „Helaas Simon, ik ben verhinderd. Je weet dat ik een trekvogel ben, het is nu winter bij jullie. Ik ben in Marrakesh.”

Het is in stijl met de opzet van de tentoonstelling: vogels zelf een stem geven.

Dominomus, 2005-2015, Natuurhistorisch Museum, Rotterdam

‘Verstoorde verhouding’

De Britse schrijver en kunsthistoricus Sir Simon Schama (81 jaar) verwierf faam met zijn boek Overvloed en onbehagen (The embarrassment of riches, 1988) waarin hij genadeloos de wereld van de welvarende Amsterdammers belicht in wat destijds de Gouden Eeuw heette. Zijn kennis van de Nederlandse cultuur speelt een cruciale rol in de samenstelling van de expositie.

De keuze voor de expositie komt voort uit een artikel dat Schama in 2023 voor de Britse krant The Guardian schreef, over de „verstoorde verhouding tussen mens en natuur”. Hij betoogde dat „sinds 1970 vier biljoen vogels van de aardbodem zijn verdwenen” en dat een zeer omvangrijke gierenpopulatie in Zuid-Azië sinds 1980 van 40 miljoen dieren naar 19.000 is gekelderd.

Ook stelt hij dat door de krimpende afstand tussen wilde en menselijke leefgebieden de handel in wilde dieren wordt gestimuleerd. In cijfers uitgedrukt: tussen 1995 en 2005 werden er „40.000 primaten, 640.000 reptielen, 4 miljoen vogels en 350 miljoen vissen levend verhandeld”. Schrikwekkende aantallen en reden voor museumdirecteur Martine Gosselink om Schama uit te nodigen een expositie samen te stellen met Fabritius’ Het puttertje als uitgangspunt.

Het eerste wat opvalt in de overvolle vogel-Wunderkammer, is een reusachtige gier. Hij hangt met de poten vastgebonden aan het plafond, de geknakte vleugels omlaag. Big Vulture heet het kunstwerk, bedacht door Tamara Kostianovsky, vervaardigd van afgedankt textiel. Een symbool van bedreigde en bijna uitgestorven dieren.

Die wereldwijde bedreiging van vogels en hun wereld vormt de leidraad van de expositie. Waarom worden juist zij bedreigd? Omdat ze iets kunnen en hebben wat de mens niet kan en heeft. Vliegen. Vleugels. Vrijheid.

De afgunst die mensen voelen jegens vogels, zou weleens de reden kunnen zijn waarom ze juist vogels doden en eten, vangen en opsluiten, kortwieken. Mensen gebruiken veren als versiering, al eeuwenlang. Kinderen gebruikten aan een touwtje vastgebonden vogels als speelgoed, lange tijd. Kunstenaars schilderden trotse jachttaferelen met een tableau van dode vogels, in de zeventiende eeuw.

En het puttertje? Die wordt aan een zilverkleurig kettinkje gehouden als huisdier, omdat hij zo mooi kan zingen en kunstjes uithalen, zoals water putten uit een drinkbakje, vandaar zijn naam.

Zielevogel, Nubië, Egypte (Ba-vogel) 700-332 v Chr, hout, Rijksmuseum van Oudheden Leiden

Hemelse boodschappers

Maar vogels zijn ook hemelse boodschappers; in tal van culturen, zoals de Egyptische, zijn ze het symbool van herrijzenis, in de christelijke cultuur brengen ze vrede, in de gedaante van een duif.

Met de afbeelding van een uil als een van de oudste vrienden van de distelvink gaat de expositie het verst terug in de tijd, naar 40.000 tot 23.000 v.Chr. In een grot in Frankrijk graveerde iemand een kleine uil met oorpluimen en een hartvormig gezicht. „Alsof de uil, met zijn nachtogen, de wacht hield in die duistere grot”, schrijft Schama in de catalogus. Zo geeft Schama de vogel menselijke eigenschappen. Dat doet hij eigenlijk voortdurend; de putter bijvoorbeeld, is een ‘melancholiek’ vogeltje dat ‘in stilte lijdt’ onder zijn gevangenschap.

Vlak onder de uil ligt een mummie van een valk uit Egypte, 304-30 v.Chr. Het dier is gewikkeld in linnen, alleen de haaksnavel en de kop zijn zichtbaar. De vogel is in de Egyptische cultuur een godheid die de zielen van de doden naar de opperwereld brengt en hen op die reis beschermt.

De tentoonstelling toont ook recenter tijden. Onder de naam ‘Pluimage’ vallen objecten met veren en zelfs hele sterns en paradijsvogels als decoratie op dameshoeden – ‘gruwelmode’ die rond 1900 werd verboden. Uit Angola komt een fascinerend verenkostuum met masker in glanzend zwart en wit, ontworpen aan het eind van de negentiende eeuw. In Idolomantis (2021) stileerde voormalig balletdanseres en modeontwerper Iris van Herpen een kostuum van zwaaiende en wervelende vogelveren, uitgevoerd in kunststoffen, op een mannequin die lijkt te zweven.

Vouwwaaier met felroze struisveren, ca. 1900-1925, Rijksmuseum Amsterdam

Helgele eendagskuikens

De expositie werkt met confronterende beelden tussen verschillende kunstvormen en tussen toen en nu. Zie het aangrijpende werk van Rembrandt, Stilleven met pauwen (1639). Bloed sijpelt helrood uit een pas gedode pauw die als consumptie moet dienen. Als hedendaagse aanvulling is er een fragment uit de film Our Daily Bread (2005), waarop helgele eendagskuikens op industriële wijze over lopende banden rennen, de dood tegemoet. En over afgunst van de mens op het vliegen van vogels gesproken: De val van Icarus (1588) van graveur Hendrick Goltzius mag niet ontbreken, een van de meest theatrale voorbeelden van de vallende mens die, vol hoogmoed, over vleugels wilde beschikken.

Nog zo’n thema, vogels en seksualiteit, ofwel de bijbetekenis van ‘vogelen’. Schilder Godfried Schalcken laat het nauwelijks verholen zien op het paneel De nutteloze zedenles (ca. 1690). Een maagdelijk jong meisje wordt door een oude vrouw gewaarschuwd voor al te vroeg liefdesspel, maar het is te laat: het meisje heeft een doosje waaruit een vogeltje tevoorschijn vliegt al geopend. Daarbij kijkt ze ons, de bezoeker, uitdagend aan.

Verrassend zijn de foto’s die Henri Cartier-Bresson in 1944 van de zieke schilder Henri Matisse in zijn studio in Zuid-Frankrijk maakte. Matisse liet zich omringen door witte sierduiven, die hij tekende en vormgaf in zijn knipsels. We zien Matisse met een doek om het hoofd zitten, een duif in de ene hand, andere duiven zitten niet in maar op hun kooi – ze mochten vrijelijk rondvliegen.

Henri Matisse, Icarus (uit boek Jazz), 1947, Museum Voorlinden, Wassenaar

Ook Picasso was een duivenschilder en bezocht Matisse in zijn atelier. Picasso’s lithografie La colombe (1949) is in alle sierlijkheid, elegantie en contrastwerking tussen witte duif en zwarte achtergrond een van de hoogtepunten. Hier wordt de innige, liefdevolle band tussen mens en vogel uitgedrukt.

Het was Schama’s uitdrukkelijke wens als contrast tot de gevangen distelvink een werk van ultieme vogelvrijheid te presenteren als eindpunt van de expositie. Lijnrecht tegenover Het puttertje glanst, straalt en schittert L’Oiseau dans l’espace (Vogel in de ruimte, 1932-1940) van de Roemeens-Franse beeldhouwer Brancusi. Anderhalve meter hoog en even goudgeel als het puttertje zelf fonkelt een gestileerde, abstracte vogelveer die ook de vogel zelf verbeeldt. Het kunstwerk van messing lijkt onbeteugeld te vliegen, voorwaarts te bewegen.

Veer, vogel en vrijheid zijn één.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next